MEN

MEN 56x+12n+11m; 005; 012; 019; 019; 028; 036; 041; 047; 054; 058; 070; 091; 099; 099; 102; 104; 112; 112; 118; 119; 123; 128; 138; 139; 151; 154; 154; 154; 154; 162; 168; 170; 181; 182; 185; 194; 206; 228; 228; 235; 236; 236; 236; 243; 245; 248; 250; 250; 254; 259; 263; 265; 265; 265; 269; 272; 273; 274; 275; 275; 276; 276; 278; 279; 279; 279; 284; 285; 286; 288; 323; 328; 356; 358; 360; 362; 368; 380; 382; 416; 421; 427;

De mannen Israëls,.. vervolghden de Philistijnen, tot daer men komt aen de valleije, 1Sam.17:52;

272 Alzoo dat men die een Gelove zoude konnen noemen;

263 een bevestiginge( of ontkenninge) die men doet van eenige zaak;

019 dingen die men als zodanig bewijst, moet men door haar uijtterlijke oorzake betonen;

185 Want uyt geen bijzonder schepzel kan men een Idea die volmaakt is hebben;

285 en de Begeerte die neijginge die men eerst om daarna om dat te bevorderen;

070 Een Eenige ofte Eenheid, buijten welke men geen zaake verbeelden kan;

206 Met passien, gelijk men gemeen ziet aan de Heeren tegen.