NEDRIGHEID

NEDRIGHEID 10x+6m;

verneederen 2x;

Lovet den Heere ... Die aen ons gedacht heeft in onse nedrigheyt, Ps.136:23 (Kantt.: doe wy van onse vyanden onderdruckt wierden); De vreese des Heeren is de tucht der wijsheyt: ende de nederigheyt gaet voor de eere, Spreuk.15:33; Om dat u herte weeck geworden is, ende ghy u voor het aengesichte des Heeren vernedert hebt, als ghy enz.; so hebbe ick [u] oock verhoort; spreeckt de Heere, 2Kon.22:19; Ende Abram seyde tot Sarai; Siet, uwe dienstmaecht is in uwe hant; doet haer dat goet is in uwen oogen: ende Sarai vernederdese, ende sy vluchtede van haer aengesicht, Gen.16:6;

humilita* 8xE: Humilitas est tristitia orta ex eo quod homo suam impotentiam sive imbecillitatem contemplatur, defaff36; Abjectio est de se præ tristitia minus justo sentire, defaff29 (concomitante idea nostræ imbecillitatis humilitas appellatur; Cæterum hi affectus nempe humilitas et abjectio rarissimi sunt; cquiescentia in se ipso superbia, sic ex humilitate abjectio oritur quæ proinde a nobis);

Related concepts: verwaandheid.

219 van de Edelmoedigheid en Nedrigheid , van Verwaantheid en van de Strafbare Needrigheid;

222 De Nedrigheid >Van de Nedricheid.] is als iemand sijne onvolmaaktheid zonder gemerk te hebben op de verachting sijns zelfs, kend; strekkende de Nedrigheid niet uijt buijten den nedriegen mensch;

223 zonder te meenen haar verneederen : maar van zulke die de onvolmaaktheden;

224 De Strafbare Nedrigheid >Van de strafbare Nedricheid] is, als iemand an zig toepast eenige onvolmaaktheid die aan hem niet behoort. Ik en spreeke niet van de geveijsde, die om andere te bedriegen zonder te meenen haar verneederen: maar van zulke die de onvolmaaktheden die zij hun toepassen, ook zodanig meenen te zijn;

225 Want wat belangt de Edelmoedigheid en Nedrigheid , deze geven door hun zelfs haar voortreffelijkheid te kennen;

226 Wat de Verwaantheid en Strafbaare Nedrigheid angaat >Wat in de verwaantheid en strafbare nedrigheid.], de beschrijving des zelfs geeft ook te kennen dat zij ontstaan uijt zekere waan. Want wij zeiden dat zij toegepast word aan sulk een, dewelke eenige volmaaktheid die aan hem niet behoord, nochtans zig zelfs toeschrijft. en de strafbare nedrigheid het reghte tegendeel >Wat in de strafbare Nedrigheid.];

227 Uijt dit gezeide dan blijkt dat zo goet en heijlzaam als daar is de Edelmoedigheid en ware nedrigheid, dat daar en tegen de verwaantheid en strafbare nedrigheid ook zo kwaad en verdervende is >De Edelmoedigheid en ware Nedrigheit is goet en heilzaam, maar de verwaantheid en strafbare Nedrigheid kwaad en verdervende.]. Want geene en steld niet alleen den bezitter in een zeer goede stant, maar ook daar bij is zij de rechte trap door de welke wij opklimmen tot ons opperste heijl. Maar deze en belet ons niet alleen om tot onse volmaaktheid te geraaken, maar brengt ons ook geheel tot ons verderf;

228 De Strafbare nedrigheid is' t die ons belet te doen' t geene wij anders mosten doen om volmaakt te werden.