neemen 11x+3m;
neemende;
neemt 5x+n;
genomen 4x+3n+2m;
genoomen;
aannemen;
aangenomen;
aangenaamst n;
aangenaamheid;
onaangenaamst;
acht nemen +m;
afnemen 2x;
afgenomen 3x+n;
afneem;
benomen 2x;
ter hand nemen;
ontneemt;
opneemen;
toegenomen,
toeneemen;
toeneemt 2x;
voornemen;
voorneemen 4x;
voorneeme;
voorgenomen m;
voortgang nemen +m;
waarnemen;
wegnemen 4x+n;
afne* 13xB; aannem* 43xB; wegnemen 47xB; voornemen 18xB; aangenaam 39xB: Bewaert de bestendige wijsheyt ende bedachtsaemheyt; want sy sullen ... zijn ... een aengenaemheyt voor uwen halse, Spreuk.3:21,22; Want de Jood Mordechai was de tweede bij den koning Ahasveros, en groot bij de Joden, en aangenaam bij de menigte zijner broederen, Esther 10:3;
accip* 6xE;
Compounds with 'nemen' often slightly differ from modern Dutch and biblical use. 'Afnemen' is used for conclude from; 'wegnemen' for take away; 'in acht nemen' for remark; 'toenemen' for increase; 'proef nemen' for prove; 'voornemen' for treat; 'aannemen' for accept; 'opnemen' for treat successively; 'ter hand nemen' for undertake; 'ontnemen' for deprive; 'voortgang nemen' for proceed; 'oogmerk nemen' for watch;
072 Z Daar en boven zo ik uijt u Exempel afneem, zo vermengd gij het geheel met de oorz[aak];
076 Z ook uijt mijne woorden klaar hebt konnen afneemen;
077 Z Neemt mij, ik bidde u, deze twijffel weg;
078 Z Zo gij, Erasme, uijt deze verwarring wild geraaken, zo neemt eens wel in acht het geen ik u hier zal zeggen. Het wezen van de zaak en neemt niet toe door het vereenigen van een ander zaak met dewelke het een geheel maakt; maar in teegendeel het eerste blijft onveranderlijk;
079 Z hij neemt een van deze, 't welk de gedaante heeft van een menschelijke borst, hij voegd het te zamen met een ander, dat de gedaante heeft van een menschelijk hooft en maakt van deze twee een geheel, hetwelk het bovenste gedeelte van een menschelijk lighaam vertoond; zult gij nu daarom zeggen, dat het wezen van het hoofd heeft toegenomen, omdat het vereenigt was met de borst;
081 Z dat daarom in het weze van 't voorgaande geen verandering vald, maar integendeel zonder de minste verandering blijft. en hetzelve kont gij ook zien in een iegelijk denkbeeld, dat in zig liefde voortbrengd: welke liefde in geenerlei wijze het weze van het denkbeeld doet toe neemen;
087 en gij ook uijt mijne woorden hebt konnen afneemen;
155 maar neemt 'er een proef aan eenige bezondere reek[eningen];
161 [zul]len wij eenige vande bezondere der selve voorneemen en daar in dan als in Voorbeelden beton[en];
166 verkiest hij't als 't beste, buijten het welke hij niet beter noch aangenaamer als dan en kend;
185 volmaakt is of niet, en kan niet afgenomen worden als uijt een algemeene volmaakte;
189 zo laat ons die als gezeid is, bezonder voorneemen. Ende vooreerst van de Verwondering;
205 welke van de passien wij hebben aan te neemen, welke wij hebben te verwerpen;
218 >Hij kan ook niet sijn plicht wel waarneemen, dat is God voor alle dingen te kennen.];
219 om het goet en kwaad in deze wel te onderscheiden, zullen wij die voor voets opneemen;
228 De Verwaantheid is't die ons doet dingen ter hand neemen, die regelregt tegen ons verderf strekken;
230 en een voor een na onse gewoonte voorneemen >Wat ons't gelove aanwijst in deze volg.];
260 Haat, als iemand hem het beminde ontneemt;
261 Zoo komt mede in aanmerkinge, dat alleen de Liefde, enz. onbepaald zijn: namentlijk hoe die meer en meer toeneemt, hoe die ook alsdan voortreffelijker word;
275 Want neemt dat het lichaam met de ziel vereenigt;
281 Dats onmogelijk en klaar aan alle die welke ten eenenmaale buijten gebruijk van woorden of andere beduijdtekenen alleen op haar verstand acht neemen;
282 Doch ik meene, als wij maar wel acht hebben op't geene;
290 het welke in sijn ooren een aangenaam geluijd maakende, daar door lust tot hetzelve krijgt;
291 en die aangenaamheid is het alderbeste, dat hem ooijt is voorgekomen;
294 en met recht daar uijt oorzaak neemen om ons zelfs te bedroeven;
300 rusten laaten en geen dienst meer van hem neemen;
309 Om dan eens klaar de werkingen van deze beijde te verstaan, zoo zullen wij een ijder deszelfs, eerst op zig zelfs alleen en daar naa beijde te zaamen, voorneemen >Om de werkingen van deze beijde klaar te verstaan worden die bijzonder voorgenomen.]; als mede de uijtwerkinge zoo van de eene als van de ander;
321 is lichtelijk af te neemen, welke daar zijn de voornaame oorzaaken >Dat uijt dit voorige lichtelijk af te neemen is, welke de voornaamste oorzaaken van.];
323 n Die dan van de welke wij aldermaatigst (na de proportie der beweeginge en ruste waar af wij bestaan) bewogen worden, zijn ons alder aangenaamst en hoe zij daar verder en verder afwijken alder onaangenaamst;
329 Maar dat eevenwel nochtans deze macht haar kan benomen worden, zo wanneer door andere oorzaaken van 't algemeen lichaam deze haar zo gematigde gestalte benomen of veranderd word en zulks in haar gewaarwordende ontstaat'er droevheid en dat na de verandering is, die de geesten als dan ontfangen;
330 dit zodanig is kan lichtelijk daar uijt afgenomen worden;
335 zal dat ons deze zwarigheid heel licht weg konnen nemen;
342 Dit konnen wij lichtelijk bevroeden wanneer wij acht neemen >Wat ons om dit te verstaan nodig zij in acht te nemen.] op de oorzaaken die wij van de opinien gegeven hebben;
380 gelijk dat over al uijt het geene wij gezegt hebben blijkt >Wat nog al uijt het vorige gezeide is af te neemen.]. Desgelijks is ook uijt het voorige klaar af te neemen hoe dat zonder Deught off (om beter te zeggen) zonder het bestuur des verstands alles ten verderve stort zonder eenige ruste te konnen genieten en wij als buijten ons element leven;
384 Doch dewijl dit geen voortgang kan neemen zonder alvoren gekomen te zijn tot de kennisse en liefde van God, zo is't dan hierom hoog nodig geweest deze (God) te zoeken >Het welk zonder kennisse en liefde Gods geen voortgank konnende hebben zo is't nodig dat wij voor alles dat behartigen. en die gevonden hebbende is meteen de ruste en alle goet gevonden.].
400 omdat zij niet van veele en is aangenomen;
429 [om het beter te verstaan] dient acht geslaagen op't geene ik nu al gezeit heb;
430 aangezien ze in zich voorwerpelijk heeft het vormelijk wezen van alle dingen zonder te nemen of te geven. en deze is noodzakelijk maar een, in acht genomen, dat alle de wezens van de eijgenschappen en de wezens van de wijzingen begreepen in deze eijgenschappen, het wezen zijn van een alleen oneijndig wezen;
433 Maar aangezien wij van de overige eigenschappen niet en hebben zoodanige kennisse als wij hebben van de uijtgebrei[d]heid, zo laat ons eens zien of wij oogmerk neemende op de wijzingen van de uijtgebreidheid, konnen uijtvinden een bezonderlijker beschrijving en die meer eigen is om 't wezen van onze zielen uijt te drukken, want dit is ons eigentlijke voornemen.