gebeur* 22xb;
gebeurd m;
gebeuren 3x;
gebeurlijke 17x;
gebeurt 3x+m;
genoodschikt;
genoodzaakt 10x+m;
geschied 14x+m;
geschieden 6x+6n+m;
noodschikken;
noodwendig;
noodzakelijkheid 3x+2m;
nootsza(a)kelijk 4x+6m;
onnoodzakelijk;
gebeur* 22xB;
geschied*1175xB: Dit geschiedde op den dertienden dach der maent Adar, Esther 9:17; Ende het geschiedde, als sy reysden, dat hy quam in een vleck, Luc.10:38; Op dat het alsoo aen my geschieden soude, 1Cor.9:15; Sy wierden vervult met verbaestheyt ende ontsettinge, over 't gene dat hem geschiet was, Hand.3:10;
eveni* 12xE: conting* 20xE;
Related concepts: bepalen.
Noodzakelijk: necessary in causal and logical sense. I.e. what with causal necessity analytically follows from any concept (044; cf.TIE062). In epistemology the subject of love mysticism is the all determining factor of cognition (194, 202sqq.). 'Noodschikken' (181) is used by Coornhert synonymously with predestination. The antonym 'gebeurlijk' -the usual translation of 'contingens' (Meyer, Woordenschat)- does not occur in the notes and is restricted to the fragment 109-111 (cf.1,33s).
013 nn andere Ideas, wel mogelijk maar niet noodzakelijk datze zijn: van de welke nochtans of ze sijn of niet zijn, haar wezen altijd noodzaakelijk is: ... Boven deze isser noch een derde idea en die is maar een eenige en dese brengt met zig een noodsakelijk zijn en niet als de voorgaande alleen datze kan zijn: want die haar wesen was wel noodzakelijk, maar niet haar wezent[lijk]heid: maar van dese is de wesent[lijk]heid ende het wesen beijde noodzakelijk en is zonder deselve niet;
023 n 2. Datter [gee]n bepaalde zelfstandigheid kan zijn is hier uijt klaar, omdat ze alsdan noodzaakelijk iet zoude moeten hebben, dat ze van de niet heeft, 't welk onmogelijk is;
024 n Waar uijt volgt, datter geen twee gelijke onbepaalde zelfstandigheeden konnen zijn: Want deze stellende, isser noodzakelijk bepaling. en uijt deze volgt weder, dat de eene zelfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen;
026 Niet het eerste is waar omdat het niet mogelijk is, dat een zelfstandigheid zig zelfs zoude hebbe willen bepaalen; en dat zo een zelfstandigheid die door zig zelfs geweest is, ERGO dan zeg ik isse door haar oorzaak bepaald, de welke noodzaakelijk God is;
029 n Doch 't geen wij hier scheppen noemen, en kan eigentlijk niet gezeid worden ooijt geschied te zijn en is maar om aan te wijzen, wat wij tusschen scheppen en genereren onderscheid stellende, daarvan konnen zeggen;
030 Het tweede belangende, Datter geen twe gelijke selfstandigheden zijn, bewijzen wij, omdat ieder zelfstandigheid in sijn geslacht volmaakt is, want zo'er twee gelijke waren, zo most noodzaakelijk de een de andere bepaalen en dienvolgende niet oneijdelijk zijn, gelijk [wij] al voor dezen bewezen hebben;
033 Verder, 't geene geschapen is en is geen zins voortgekoomen van de Niet, maar moet noodzaakelijk van hem die wezentlijk is, geschapen zijn;
034 zodat, Indien wij noodzaaklijk ergens moeten stuijten en rusten gelijk wij moeten, zo is 't noodzaakelijk te rusten op deze allene zelfstandigheid;
042 En evenwel nogtans zien wij dat in geen selfstandigheijd (...), eenige noodzakelijkheid is om wezentlijk te zijn: aangezien geen wezentlijkheijd aan hare bezondere wezentheijd toebehoort, zo moet noodzakelijk volgen, dat de Natuur dewelke van geen oorzaaken komt en die wij nogtans wel weten dat is, noodzakelijk een volmaakt wezen moet zijn, aan dewelke wezentlijkheid toebehoort;
044 n Dat is, met ons verstand de zelfstandige denking en uijtgebreidheid verstaande, zoo verstaan wij die niet als in haar wesen en niet in haar wezent[lijk]heid, dat is dat haar wezent[lijk]heid noodzakelijk aan haar wesen toebehoort: Dog omdat wij bewijsen dat ze een eijgenschap van God is, daar uijt bewijsen wij a priori dat se is en a posteriori (ten anzien van de uijtgebreijdheid alleen) uijt de wijsen die nootzaakelijk dit tot haar subjectum moeten hebben;
052 De deeling dan of lijding geschied altijd in de wijs;
053 want de lijder moet noodzakelijk van datgeene afhangen het welke hem van buijten het lijden heeft veroorzaakt: het welk in God die volmaakt is, geen plaats heeft;
056 Daar word voorder tegengeworpen, datter nootzakelijk een eerste oorzaak die dit lichaam doet bewegen, moet zijn, want het zig zelfs als 't rust onmogelijk niet bewegen kan: en aangezien het klaarlijk blijkt, datter in de Natuur ruste en beweginge is, zo moet die, meenen zij, nootzaakelijk van een uijtterlijke oorzaak herkoomen;
067 indien gij' t alwetende noemd, zo is' t noodzaakelijk dat het zig zelfs kenne;
080 uijtgestrekte of uijtstrekkende hoek noodzakelijk gelijk is met de twee teegengestelde;
086 Maar staat aan te merken, dat alschoon het noodzaakelijk is, dat'er tot de wezentlijkheid van een zaak vereischt word een Bezondere wijzing (modificatio) en een zaake buijten de eijgenschappen Gods, dat daarom even wel God niet nalaat een zaak onmiddelijk te konnen voort brengen. Want van de nootzaakelijke dingen die vereijscht worden om de zaaken te doen zijn, zijn eenige omdat zij de zaak zouden voortbrengen en andere omdat de zaak zoude konnen voortgebragt zijn;
087 zodanig in de Natuur, welkers denkbeeld noodzakelijk zij om God onmiddelijk te vertoonen;
091 en in opzigt de werkinge geschied, een doende ofte werkende oorzaak;
094 waar wij betonen zullen, dat alle dingen noodzaakelijk van hare oorzaaken afhangen;
096 also bij hem noodzaakelijk moet voorbepaalt zijn;
096 dewijl alles dat'er geschied van God gedaan woort;
097 Voorder, als God iets zoude nalaten te doen, zo most dat voortkomen uijt een oorzaak in hem, of uijt geen. Ja, dan is't noodzaakelijk dat hij het moet nalaten te doen. Zo neen, zo is 't noodzakelijk dat hij het niet moet nalaten. Dits in zig zelfs klaar;
098 de ware vrijheid is alleen of niet anders als de eerste oorzaak, dewelke geen zins van iets anders geprangt of genoodzaakt wordt en alleen door zijne volmaaktheid oorzaak is van alle volmaaktheid: en dat dien volgende, zo God dit konde laten te doen, hij niet volmaakt zoude wezen: Want het goet doen of volmaaktheid te konnen laten in het geene hij uijtwerkt, en kan in hem geen plaats hebben als door gebrek. Dat God alleen de enigste vrije oorzaak is, is niet alleen uijt het geene nu gezeid is klaar, maar ook hierdoor namentlijk dat'er buijten hem geene uijtwendige oorzaak is, die hem soude dwingen of noodzaaken; al het welk in de geschapen dingen geen plaats heeft;
101 bij aldien de Natuur van alle eeuwigheid op een andere wijze als die nu is, ware geschapen geweest, zo zoude noodzakelijk moeten volgen na de stellinge der geener die God wille en verstand toeschrijven, dat dan God beide en een ander wille en een ander verstand als doen gehad heeft, volgens de welke hij het anders gemaakt zoude hebbe;
102 en zo is men dan genoodzaakt te achten, dat God nu anders gesteld is als doen en doe anders gesteld was als nu; also dat indien wij stellen, hij nu de aldervolmaakste is, genoodzaakt zijn te zeggen, hij het alsdoen niet en was, zo wanneer hij alles anders schiep;
109 offer dan in de Natuur eenige gebeurlijke dingen zijn. Namentlijk offer eenige dingen zijn, die konnen gebeuren en ook niet gebeuren .. Maar dat er geen gebeurlijke dingen zijn, bewijzen wij dusdanig..: Iets dat gebeurlijk is heeft geen oorzaak ergo... Indien iets dat gebeurlijk is een bepaalde en zeekere oorzaak heeft om te zijn, so moet het dan noodzakelijk zijn; maar dat het ende gebeurlijke ende noodzaakelijke tegelijk zoude zijn is strijdig;
110 dat iets gebeurlijk wel geen bepaalde en zekere oorzaak heeft, maar een gebeurlijke ..of dat de wezentlijkheid van die oorzaak niet, als oorzaak zijnde, gebeurlijk is; of wel dat het gebeurlijk is dat dat iets ('t welk wel noodzakelijk in de Natuur zoude zijn) een oorzaak zal wezen dat dat gebeurlijke iets voortkomt. Edog en het een en het ander, beide zijn zij valsch;
111 Indien dat gebeurlijke iets daarom gebeurlijk is om dat zijn oorzaak gebeurlijk is, zo moet dan ook die oorzaak gebeurlijk zijn, omdat die oorzaak die haar veroorzaakt heeft, ook gebeurlijk is, et sic in infinitum. en dewijl nu al te vooren bewezen is, dat van een eenige oorzaak alles afhangt, zo zoude dan die oorzaak ook gebeurlijk moeten zijn: 't welk openbaar valsch is;
113 uijterlijke oorzaak, van de welke zij noodzaakelijk veroorzaakt word, moet hebben;
120 Dat dit noodzaakelijk zo moet zijn, daarvan overtuygt ons de;
127 of wij zijn genoodzaakt te stellen , dat de mensch dan ook;
132 zo is 't genoeg dat wij hem door zig zelfs bewijzen. en is zulk bewijs ook veel bondiger als dat aposteriori, 't welk gemeenlijk niet als door uijtwendige oorzaaken geschied;
162 maar een koe komende te vermissen en genoodzaakt wordende die elders verr te gaan zoeken;
166 Doch soo wanneer het komt te gebeuren dat hij (gelijk in deze meest gebeurt ) iets beter als dit nu bekende goet komt te kennen;
181 nu te vooren al gezeijd, dat alle dingen genoodschikt zijn;
194 >Van de liefde tracht men nooijt ontslagen te worden gelijk als van de andere passien om 2 redenen: 1. Omdat het onmogelijk is; de 2. om datse ons nootzaakelijk is.]: 1. omdat het onmogelijk is, de twede omdat het noodzaakelijk is, dat wij niet van de selve verlost werden;
195 het goet ..., het welke soo wij't niet en wilden beminnen, noodzaakelijk van ons te vooren niet en most gekend zijn, het welk niet in onse vrijheid bestaat ... Noodzaakelijk dan ist niet van de zelve verlost te zijn omdat wij vermids de swakheid onses natuurs, zonder iets te genieten waar mede wij vereenigt worden en versterkt, niet en zouden konnen bestaan >Noodzakelijk omdat wij zonder met iets vereenigt te zijn niet en zouden konnen bestaan.];
196 om de swakheid onser natuur noodzakelijk iet moeten beminnen;
198 >...met haar vereenigt zijnde ook met haar noodzakelijk komen te lijden.];
201 In welke omdat hij volmaakt is, noodzaakelijk onze Lievde moet rusten;
202 >Omdat God alleen wezen heeft en alle andere dingen maar Wijzen zijn: Nu zo veel heerlijker als het wezen zelve is boven de toevallen, so veel te noodzakelijker moet dat wezen bemind worden van die die het kend. Seg boven de toevallen omdat wij een beter kennende, altijd een beter beminnen, als pag.80 van ons getoond is.]en wij nu alvooren getoond hebben dat als wij iets beminnende, een beter zaak als die wij dan beminnen, komen te kennen, wij altijd ter stond op dezelve vallen en de eerste verlaten; zo volgt onwedersprekelijk, dat als wij God komen te kennen, die alle volmaaktheid in hem alleen heeft, wij hem noodzakelijk moeten beminnen;
203 En zoo staat God noodsakelijk voor in kennisse van alle andere dingen;
206 dat doorgaans dan niet sonder toorne en geschied;
206 segt van Socrates, die als hij was genoodzaakt sijn knecht tot betering te castijden;
217 in alle die ellenden die de droefheid noodzakelijk met sig sleept;
218 die sijn verstand wel gebruijkt, moet noodzakelijk God' t eerste kennen;
231 De begrippen die wij ten opzigt van de saake zelve hebben, zijn of dat die zake van ons als gebeurlijk word aangemerkt, dat is of kan komen of niet kan komen; of dat ze noodzakelijk moet komen;
232 Zo wij een zaake die toekomende is begrijpen goet te zijn en dat ze zoude konnen geschieden , daar uijt krijgt de ziele zo een gestalte die wij hope noemen;
233 Dog als de zaake van ons begreepen word goet en daar bij noodzakelijk te zullen komen, daarvan dan komt in de ziele die gerustheid die wij noemen verzekerdheid, het welk een seekere blijdschap is, niet vermengt met droefheid, gelijk in de hope. Dog indien wij de zaake begrijpen kwaad te zijn en noodzakelijk te zullen komen, hier van daan komt in de ziele wanhoop;
237 Want gelijk wij nu alvooren bewezen hebben, alle dingen hebben haar noodzakelijke oorzaaken en moeten zodanig als zij geschieden, noodzakelijk geschieden. en alhoewel de Verzekerdheid en Wanhoop in die onverbrekelijke ordre en gevolg van oorzaaken (dewijle daar alles onverbrekelijk en onvrikbaar is) plaatse scheijnd te hebben, zo is't nogtans (de waarheid daarvan wel ingezien zijnde) verre daar van daan;
245 Op een valsche waan ist dat zij steunen, omdat men meind dat den geenen die bespot word, de eerste oorzaak is van sijne werken en datze niet noodzaakelijk (gelijk de andere dingen in de Natuur) van God afhangen;
253 [een v]olmaakt mensch woord maar alleen door de noodzakelijkheid zonder eenige andere oorzaak bewogen om;
259 maar die dingen die door eigen aart en natuur vergankelijk zijn, zo volgt daarop dan noodzakelijk (dewijl het voorwerp zo veel toevallen, ja de vernietinge zelve onderworpen is) de haat, droefheid, enz. na veranderinge van het geliefde voorwerp;
270 en eens bezien of wij tot zo een welstand vrijwillig of genoodzaakt komen >Of wij tot het geen zij ons geleert heeft vrijwillig of genoodzaakt komen? en om dit te onderzoeken wat ons daartoe nodig is.];
272 zoo moet ze noodzakelijk zijn door de wezentlijkheid;
273 ergo zo zijn dan nootzakelijk het Verstand en de Wil verscheidene;
277 Zoo komt het nu dan daarop aan, of deze Bevestiging van ons vrijwillig of genoodzaakt geschied, dat is, of wij iets van een zaak bevestigen of ontkennen zonder dat eenige uijtwendige oorzaak ons tot zulks dwingt. Doch bij ons is al bewezen, dat een zaak niet door zig zelfs wordende verklaart of welkers wezentlijkheid niet aan sijn Wezentheid is behorende, noodwendig een uijtterlijke oorzaak moet hebben: en dat een oorzaak die iets zal voortbrengen, zulks noodzaakelijk moet voortbrengen: Zo dan ook moet volgen dat dit of dat bezonderlijk te willen, dit of dat van een zaak bezonderlijk te bevestigen of te ontkennen, dat zulks zeg ik, dan ook door eenige uijtwendige oorzaak moet voortkomen: gelijk ook de beschrijving die wij van de oorzaak gegeven hebben is, dat ze niet vrij kan zijn;
278 en om dat hij de dadelijke wezens niet genoeg van de wezens van reden en onderscheid, zo gebeurt het dat hij de wezens van Reden aanmerkt als dingen die waarlijk in de Natuur zijn en zo zig zelfs als een oorzaak stelt van eenige dingen, gelijk in de verhandeling van de zaak waaraf wij spreeken niet weinig en gebeurt >'t Welk in deze zaak zeer dikwils gebeurt .];
290 Maar wij dan om te betonen dat deze neiginge bij ons niet vrijwillig is, zoo zullen wij (...) ons verbeelden een kind dat voor de eerste maal tot het gewaar worden van zeeker ding komt. ex.g. Ik houde het een Belletie voor het welke in sijn ooren een aangenaam geluijd maakende, daar door lust tot hetzelve krijgt: Ziet nu eens of het wel soude konnen laaten deze lust off begeerte te krijgen >Dat de lust noodzakelijk is.]?
294 Vooreerst volgt daar uijt, dat wij waarlijk dienaars, ja slaven Gods zijn >Dat wij slaven en dienaars Gods zijn.] en dat het onse grootste volmaaktheid is zulks noodzakelijk te zijn;
297 Want door haar zal een rechter nooijt meer partije van de eene als van de ander konnen werden en genoodzaakt zijnde om te straffen den eenen om te belonen den anderen, zal hij dat doen met inzigt om zo wel den eenen te helpen en te verbeteren als den anderen;
306 en aangezien de uitgebreidheid een eigenschap is die wij oneijndelijk in haar geslagt betoond hebben te zijn, zoo moet dan noodzakelijk dit meede een eigenschap zijn van dat oneijndig wezen;
308 Soo staat dan nu aan te merken, dat al de uijtwerkingen, die wij zien van de uijtgebreijdheid noodzaakelijk af te hangen, aan deze eigenschap moeten toegeijgent worden: gelijk de Beweginge en Ruste;
311 Alzoo dat dan volgt dat geen wijze van denken in het lichaam of beweginge of ruste zal konnen brengen >Wat wij niet tegenstaande dit in ons gewaar worden te konnen geschieden gevolgt bij 't geen op
312 Doch eeven wel volgens 't geene wij in ons gewaar worden, zoo kan het wel geschieden , dat een lichaam het welk, nu sijn beweginge hebbende na de eene zijde, nogtans na de andere zijde komt te wijken;
314 Gelijk wij dit in de Liefde zo konnen zien, de welke of zullende vernietigt of zullende opgewekt worden, zo moet zulks veroorzaakt worden door het begrip zelve het welk gelijk wij nu al hebben gezeid, geschied of omdat het begrijpt in het voorwerp iets kwaads te zijn of omdat het iets beters komt te kennen;
316 en omdat ook deze geesten door oorzaak van het lichaam beweegt en alzoo bepaald konnen worden, zoo kan het dikwijls gebeuren >De geesten konnen ook van 't lichaam alleenig bepaald of beweegt worden en wat alsdan dikwijls gebeurd .] dat zij door oorzaak van het lichaam haare beweeginge na de eene plaats hebbende en weederom door de oorzaak van de ziele na een ander plaats, alzo in ons te weeg brengen en veroorzaken die zoodanige benaauwtheden, als wij te mets in ons gewaar worden wanneer wij de reeden daar af als wij die hebben, niet en weten;
317 beweginge gevende en dezelve missende, noodzaakelijk zo veel verzwakt zijn;
317 Zoo kan dit ook geschieden door het nuttigen van al te weinig voed[sel];
318 Het welk door niets anders word veroorsaakt als door Beweginge en Ruste te zaame >Geschied alleen door beweging en ruste en wat buijten deze de ziel gewaar word en komt niet voort van't lichaam.];
331 Als dit dus bevat is, brengt dit begrip te wege, dat de geesten zig omtrent het hart voegen en het zelve met behulp van andere deelen prangen en sluijten, recht tegendeelig als in de blijdschap geschied;
334 n 10. Tusschen de Idea en 't voorwerp moet noodzaakelijk een vereeniging zijn dewijl de een zonder de ander niet en kan bestaan: ... Doch staat aan te merken dat wij hier spreeken van zulke Idea's die noodzakelijk ontstaan uijt de wezentlijkheijd der dingen met het wezen zamen in God, maar niet van die Idea's welke de dingen nu wezentlijk ons vertoonen, uijtwerken in ons;
337 n 't Is klaar dat in de mensch aangezien hij begonnen heeft, geen ander eigenschap te vinden is als die al vooren in de Natuur was. en nademaal hij bestaat van zodanig een lichaam van 't welk noodzakelijk een Idea moet zijn in de denkende zaak en die Idea noodzaakelijk vereenigt moet zijn met het lichaam, zo stellen wij onbeschroomt dat sijn ziel niet anders is als deze Idea van dit zijn lichaam in de denkende zaak ... en om dat dit lichaam een beweginge heeft en stilte (die geproportioneert is en ordinaar gealtereert word door de uijtterlijke voorwerpen) en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied , hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen (idea reflexiva). Doch ik zeg: omdat zij een proportie van beweging en stilte heeft, om datter geen werkinge kan geschieden in het lichaam zonder dat deze twe concurreren;
339 de welke zij dede bewegen, die dan noodzakelijk zo veel stilte hebben moeten ontbeeren;
340 n Aangezien dat het wezen zonder wezentlijkheid begreepen wordt onder de beteekeningen der zaaken, zo en kan de Idea van't wezen dan niet aangemerkt worden als iets bijzonders;
maar dan kan zulks eerst geschieden , zo wanneer de wezentlijkheid t'zamen met het Wezen daar is en dat om datter dan een voorwerp is, dat te vooren niet en was;
344 n Maar zal deze overwonnen worden, zo moet er iets zulks zijn dat magtiger is: Hoedanig zal wezen een genietinge of onmiddelijke vereeniginge van 't geen beter gekend en genoten word als dit eerste: en dit daar zijnde is de overwinninge altijd noodzakelijk , off ook wel door genietinge van een kwaad dat grooter gekend word als 't genoote goet en onmiddelijk daarop volgt. Doch dat dit kwaad zo niet altijd noodzaakelijk volgt, leert ons de ervaringe, want etc: siet pag. 80,
346 heerlijk is en goet, zo werd de ziele noodzaakelijk daar mede vereenigt;
348 God komen te kennen, wij dan noodzakelijk ( want hij zich niet anders als de alder[...];
352 zo moet dat dink dan noodzaakelijk zijn de eerste oorzaak van de *Idea;
353 deze vereeniginge ontstaande: Want deze noodzakelijk moeten mede gesteld zijn na de zaaken;
357 Maar (ten 2e) bij aldien zij met een andere zaake die onveranderlijk is en blijft, vereenigt word, zo zal zij in het tegendeel ook onveranderlijk moeten blijven >Soo met God, wat dan daaruijt volgt, namelijk dat ze onvergankelijk is en de noodzaakelijkheid waarom het zo moet zijn.];
363 alle wetten die niet en konnen overtreden werden, zijn goddelijke wetten, reeden, omdat alles watter geschied , niet en is tegen maar volgens sijn eigen besluijt;
367 van welke de eene noodzakelijk is en de ander niet >Waarom een van deze noodzakelijk is en de ander niet word getoond.]. Want belangende de wet die uijt de gemeenschap met God ontstaat, dewijle hij nooijt en kan laten, maar altijd noodzakelijk met hem vereenigt moet zijn, heeft hij dan en moet hij altijd de wetten volgens de welke hij voor en met God moet leeven, voor oogen hebben. Maar belangende de wet die uijt de gemeenschap met de wijzen ontstaat: Aangezien hij zig zelfs van de menschen kan afzonderen, zoo en is deze zoo noodzakelijk niet;
368 hoe zich dan God aan de mensche kan bekend maaken en of zulks geschied off geschiede zoude konnen door gesprooken woorden off onmiddelijk zonder eenig ander dink te gebruijken door't welke hij het zoude doen;
370 En dat het door eenig ander ding als alleen door Gods wezentheid en het verstand des menschen soude geschieden, achten wij te zijn onnoodzakelijk >Het zoude ook niet nodig zijn en waarom.];
372 door eenig ander dink welkers wezen noodzakelijk bepaald is schoon het ons al bekender;
377 Doch dewijl' er heel geen noodzakelijkheid en is om Duijvelen te moeten stellen >Daar is geen noodzakelijkheid voor ons om duijvelen te stellen.];
384 zo worden wij genoodzaakt hier pal te staan en te rusten;
394 so volgt nootzakelijk dat het niet en kan vergaan so lang;
395 en daar en boven zijn zij ook noodzakelijk eeuwig;
414 Geen zelfstandigheid is veroorzaakt van een ander [Prop.2] en bij gevolg zoze wezentlijk is, zo isse of een eigenschap van God of ze heeft buijten God geweest een oorzaak van zig zelfs. Indien het 1e, zo isse noodzakelijk oneijndig en ten hoogsten volmaakt in zijn geslagt, hoedaanig zijn alle andere eigenschappen Gods. Indien het 2e, zoo isse noodzakelijk ook zodanig, want [Ax.6] zich zelfs en zoudeze niet konnen bepaald gehad hebben;
419 De mensch aangezien hij een geschapen eijndige zaak enz. is, zo is 't noodzaakelijk dat het geen hij heeft van denking en 't welk wij de Ziel noemen, zulks zij een eigenschap van die eigenschap die wij denking noemen zonder dat tot sijn wezen eenig ander ding als deze wijzing behoort;
422 en zijnde het zodanig dat de Natuur of God een wezen is van welke oneijndige eijgenschappen gezeid worden en de welke in zich bevat alle wezens van de geschaape dingen, zo ist noodzaakelijk dat van al dat geene 't welk in de denking voortgebracht word eene oneindige Idea de welke in zich voorwerpelijk bevat de geheele natuur, zulks als die in zig dadelijk is;
425 en dienvolgende zoo en kanner in de denkende eigenschap geen andere wijzing gegeven worden de welke zoude behooren tot het wezen van de ziel eenes [ij]gelijken dings als alleen de Idea welke noodzakelijk van zulk een dink, wezentlijk zijnde, moet zijn in de denkende eigenschap;
430 en deze is noodzakelijk maar een, in acht genomen, dat alle de wezens van de eijgenschappen en de wezens van de wijzingen begreepen in deze eijgenschappen, het wezen zijn van een alleen oneijndig wezen;
431 Maar zo wanneer eenig van deze wijze haare bezondere wezentlijkheid aandoen en haar door de zelve op eenige wijs onderscheiden van haare eigenschappen (...), als dan vertoonter zig een bezonderheid in de wezens van de wijzingen en gevolglijk in de voorwerpelijke wezens, die van de zodanige noodzaakelijk begrepen worden in de Idea;
435 Als e.g. zo de stilte zig komt te vermeerderen en de beweging te verminderen, zo word daar door veroorzaakt de pijne of droefheid die wij koude noemen: Zo dit integendeel geschied in de beweging, zo word daar door veroorzaakt de pijne die wij hitte noemen;
436 en wederom indien de verandering welke geschied in een deel, een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie, hier uijt ontstaat de blijdschap die wij ruste, vermakelijke oeffening en vrolijkheid noemen;