ONDERSCHEID

ONDERSCHEID 10x+4n+5m;

onderscheide 8n;

onderscheide;

onderscheidelijk 2x+n;

onderscheiden 17x+m;

onderscheiden;

onderscheidentlijk;

onderschijt m;

differenti* 15xE (ex quibus etiam constare videtur differentia inter voluntatem et intellectum; Sed hic notanda est differentia quæ est inter pudorem et verecundiam);

Related concepts: klaar, verscheiden.

Mostly used in Cartesian sense (clare et distincte), but also in Neo-Aristotelian sense of diferentia specifica (128 ). 16 out of 25 occurrances of 'onderscheiden' (N/V) are registrated in the appendix on the soul in the context of 'dadelijk'. The elements 'verschil* and ver/onderscheid*' in the semantic field difference/ distinction do not show substantially deviant use. In both the Ethics and the KV 'differentia specifica' is the basic meaning (geslagt en onderscheid). In 41 cases out of 65 Spinoza uses distinct* in the combination clar* et distinct* (klaar en onderscheiden). Only 'verscheiden' can be used as a numeral.

001Alles wat wij klaar en onderscheiden verstaan aan de Natuur van een zaak te behooren, dat konnen wij ook met waarheid van die zaak bevestigen: [2] 2Maar dat de wezentheid aan de Natuur Gods toebehoort, konnen wij klaar en onderscheidentlijk verstaan. Ergo;

005n al dat wij klaar en onderscheide zien tot de natuur van een zaak te behooren, dat konnen wij ook met waarheid van die zaak bevestigen: ... also dat tusschen de Idea en het Ideatum een groot onderscheid is en daar om dat het geene dat men bevestigt van de zaak, dat en bevestigt men niet van de Idea et vice versa;

012 waar dan komt ons in dezelve so groot een onderscheid;

028 en hier in is' t onderscheid tusschen scheppen en genereren;

041 en d' ander zonder de ander klaar en onderscheijden konnen verstaan;

084 Dog gij zult volgens uw voorige onderscheid zeggen, dat God eigentlijk een oorzaak;

120 daarvan overtuygt ons de klare en onderscheidelyke reeden;

122 [geen beschri]jvinge na haar waan, als van geslacht en onderscheit bestaan kan;

128 1. Zij zeggen dan vooreerst, dat een wettige beschrijvinge bestaan moet van een geslagt en onderscheid. ...: Want indien wij volmaaktelijk een zaak door de beschrijvinge van geslagt en onderscheid bestaande, moeten al vooren kennen, zo en konnen wij dan nooijt volmaakt kennen het opperste geslagt, het welk geen geslagt boven hem heeft;

133 klaar ende onderscheidelijk begrijpen, het welk God is;

136 namenlijk: alles klaar en onderscheiden in alle tijden te verstaan;

137 en zij dienen om de zaaken onderscheidelijk te verstaan;

152 afgedeeld in waan, waar geloof, en klare onderscheide ken[n] is, veroorzaakt door;

153 ten derden wij hebben het door klare en onderscheide bevatting;

175 in welke twe een groot onderscheid is;

177 van Redenen zeg ik: om het daar door te onderscheiden, en van de waan;

178 dat is klaar en onderscheide kennen, niet de zake zelve;

179 De 3. Dat ons verschaft het onderscheid van goet en kwaad;

209 Doch om dit wel te ondervinden, dunkt ons goet duijdelijk te verklaren, wat de haat is en die wel van de afkerigheijd te onderscheiden >Maar staat te ondersoeken of sij ook niet ontstaat door ware redenering. Hier toe sal nodig zijn, dat de haat van ons wel verklaart en van de afkerigheid wel word onderscheiden.];

219 om het goet en kwaad in deze wel te onderscheiden;

255 ....ons de derde uijtwerkinge vant geloof het onderscheid van goet en kwaad anwijst is' t beklagh;

264 Doch dit zo zijnde, zal het schijnen datter geen onderscheid is tusschen de valsche en ware Idea Dat uijt de beschrijving van waarheid en valsheid scheijnt te volgen datter geen onderscheid is tusschen ware en valsche Ideen.], ofte dewijle dit of dat te ontkennen ware wijze van denken zijn en geen ander onderscheid hebben als dat de eene met de zaak overeenkomt en de ander niet;

270 en waar in die van de Begeerte onderscheiden word;

273 n ergo zo zijn dan nootzakelijk het Verstand en de Wil verscheidene en dadelijke onderscheidene zelfstandigheden. Want de zelfstandigheid word gemodificeert en niet de wijze zelve. Zoo de ziel gezeid word deze twee zelfstandigheden te bestuuren, zo isser dan een derde zelfstandigheid: Al te maal dingen zo verward dat het onmogelijk is een klaar en onderscheiden begrip daar af te hebben;

284 begeerte niet genoeg van de Wille en word onderscheiden;

287 Dewijl het dan nu kennelijk is, dat wij tot bevestigen of ontkennen geene wille en hebben, laat ons dan nu eens zien het rechte en ware onderscheid tusschen de Wille en Begeerte >Wat ons 't gelove van het onderscheid tusschen wil en begeerte geeft volgens de vierde uijtwerkinge.];

319 en dewijle wij klaar en onderscheiden zien dat de eene liefde te niet gaat;

329 dat onderscheid gemaakt moet worden, tusschen;

334 tusschen welke een groot onderscheid is;

340 en haar voorwerp geen alderklaarst en onderscheidenst begrijp hebben;

345 gelijk wij dit onderscheid zo aangemerkt hebben, spreekende van;

402 De dingen welke verscheiden zijn, worden onderscheiden of dadelijk of toevalligh;

403 De dingen welke dadelijk onderscheiden worden, hebben of verscheide eigenschap[pen];

409 tenzij zij dadelijk onderscheiden werden;

410 en dienvolgende[Ax. 2] worden onderscheiden of dadelijk of toevallig;

416 Het ware wezen van een voorwerp is iets het welk dadelijk onderscheiden is van de Idea des zelven voorwerps en dit iets is [Ax.3] of dadelijk wezentlijk of begrepen in een andere zaak die dadelijk wezentlijk is van welke andere zaak men niet en zal konnen dit wezen dadelijk maar alleen wijzelijk (modaliter) onderscheiden, hoedanig zijn alle de wezens van dingen die wij zien, de welke te vooren niet wezentlijk zijnde, in de uijtgebreidheid, beweging en ruste begrepen waren: en wanneer zij wezentlijk zijn niet en worden onderscheiden van de uijtgebreidheid dadelijk, maar alleen wijzelijk;

417 van dezelve niet dadelijk en zoude onderscheiden worden tegen;

427 en van de ziel dadelijk onderscheiden word;

429 De welke ik gezeid *hebbe niet na haar wezentlijkheijt onderscheiden te worden, want zij zelve zijn de onderwerpen van haare wezens >Want de dingen worden onderscheiden door't geene het eerste is in haar natuur, maar dit wezen der dingen is voor de wezentlijkheid, Ergo.]. Alsmede dat het wezen van een ijder van de wijzingen in de nu genoemde eigenschappen begrepen zijn;

431 en haar door de zelve op eenige wijs onderscheiden van haare eigenschappen;

436 (en hier uijt ontstaat het onderscheid van gevoel..);