ongerijmd(heid);
ongerijmtheid 5x+2m;
rijmt;
streidig;
streijd;
streijdig (tegen/ met);
strijd 3x;
strijden 2x;
strijdende 2x;
strijdig 3x+n;
strijdigheeden;
tegenstrijdig 2x;
tegenstrijdigheid 2x+n;
absurd* 55xE (quod est absurdum, 33x); contradic* 9xE; contra* 243xE; 158x contra (sed/ et contra); contrari* 71xE;
As in the Ethics the proof from the impossible also plays an important role in the KV. Signals for this kind of argumentation are provided by the terminology in this lemma. The transalator here closely follows the oral tradition of his time.
027 hij niet meer zoud hebben konnen, zoude strijden tegen zijn almagtigheijd;
032 omdat als dan deze tweede bepaald zoude zijn, hetwelk strijd tegen 't geen nu al van ons bewezen is. Ergo dan even zo veel, ergo dan gelijk en twee gelijke zelfstandigheden klaarlijk strijdende met ons voorige bewijs;
035 dewijl de eene zelfstandigheijd de ander niet en kan voortbrengen. en dat meer is, zo doende zouden er oneijndelijke zelfstandigheeden meer niet zijn als er zijn, het welke ongerijmt is;
037 dat hij niet meer zoude konnen scheppen streijd tegen zijn almogentheijd: Ergo;
038 Indien God niet alles zoude konnen scheppen wat scheppelijk is, zulks zoude strijden tegen zijn almogentheid, maar geenzins indien hij niet zoude konnen scheppen 't geene in zig zelven strijdig is;
039 maar dat God niet meer weten kan, strijd tegen zijn volmaaktheid: Ergo;
040 Indien God nooijt zo veel kan scheppen of hij zoude nog konnen meerder scheppen, zo kan hij nooijt scheppen 't geen hij kan scheppen, maar dat hij niet kan scheppen, is strijdig in zig zelve. Ergo;
050 Doet hier nog bij: indien zij van verscheijde deelen zoude bestaan, zo zoude dan konnen verstaan worden, dat eenige deelen deszelfs vernietigt zijnde, evenwel nogtans de uijtgebreijdheijd zoude blijven en niet door eenige vernietigde deelen meede vernietigt worden: een zaak de welke klaarlijk tegenstrijdig is in zo iets, het welke door zijn eijgen natuur oneijndig is en nooijt bepaald off eijndig kan zijn off verstaan worden;
063 Z Want zo wij de Natuur willen bepaalen, zo zullen wij hem, 't welk ongerijmt is, met een Niet moeten bepaalen ... De Natuur namentlijk oneijndig en alles in dezelve begreepen: en de ontkenninge dezes noemen wij de Niet;
064 Z eij dog dit rijmt zig alwonderlijk, dat de Eenheid met de Verscheidentheid die ik alomme in de Natuur zie, te zamen overeen komt;
065 Z en indien gij buijten deze zelfstandigheeden nog een derde wilt stellen, die in alles volmaakt is, ziet zo wikkeld gij U zelven in openbaare strijdigheeden;
067 Z en eijndelijk indien gij 't alwetende noemd, zo is 't noodzaakelijk dat het zig zelfs kenne en met een moet gij verstaan dat de kennisse van zig zelfs alleen minder is als de kennis van zig zelfs [f.20] te zamen met de kennisse van de andere zelfstandigheeden. All het welk openbaare tegenstrijdigheden zijn;
071 Z want gij schijnt, te willen dat het geheel iets zoude zijn buijten of zonder zijn deelen, dat voorwaar ongerijmt is. Want alle Philosophen zeggen eenparig, dat het geheel is een tweede kundigheid en dat in de Natuur buijten het menschelijk begrip geen zaake en is;
097 en dewijle het heijl en de volmaaktheid van alles is de wille Gods en als God dan zoude willen dat deze zaake niet en waar, zo zoude immers het heil en de volmaaktheid van de zelfde zaak bestaan in het niet zijn, het welke in zig zelfs tegenstrijdig is;
099 Dog zodanig argumenteeren sluijt alzo wel, als of ik zeide: om dat God wil dat bij God is, daarom is hij God, ergo 't is in sijn magt geen God te wezen, 't welk de ongerijmtheid zelve is;
102 also dat indien wij stellen, hij nu de aldervolmaakste is, genoodzaakt zijn te zeggen, hij het alsdoen niet en was, zo wanneer hij alles anders schiep. Al het welke als dingen zijnde, die tastelijke ongerijmtheeden in zig besluijten;
109 Het eerste is buijten alle dispuijt: het tweede bewijzen wij aldus. Indien iets dat gebeurlijk is een bepaalde en zeekere oorzaak heeft om te zijn, so moet het dan noodzakelijk zijn; maar dat het ende gebeurlijke ende noodzaakelijke tegelijk zoude zijn is strijdig. Ergo;
111 bij aldien die oorzaak niet meer bepaald en was om het eene of om het ander voort te brengen, dat is om deze iets voort te brengen of na te laten voort te brengen, zo waar't t'eenemaal onmogelijk en dat hij het zoude voortbrengen, en dat hij het zoude laten voort te brengen, 't welk regt streidig is;
159 dat namelijk uijt de eerste [sc.waan] hervoorkomt alle de lijdinge(passien) die daar streijdig zijn tegen de goede reden;
274 n Want dewijl de Idea niet en is in de Wille, maar in 't Verstandt en volgens dezen zet regul dat de wijze van de eene zelfstandigheid niet en kan overgaan in de ander zelfstandigheid, zoo en kan hier af in de wil geen liefde ontstaan: want het wikkeld zich in tegenstrijdigheid dat men iets zoude willen welker zaaks idea niet is in de willende mogentheid;
292 Zodat als wij zeggen dat de Begeerte vrij is, zo is't eeven zo veel of wij zeijden, dat deze of geene Begeerte een oorzaak is van zich zelfs dat is dat eer dat zij was, heeft zij gemaakt dat ze zoude zijn: 't welk de ongerijmtheid zelve is en niet zijn kan >Ongerijmtheid die te volgen staat zo de begeerte vrij is.];
295 (welke verhovaardiginge een oorzaak is, dat wij meenende nu al wat groots te zijn en als of wij niets verder behoefden, staan blijven; strijdende regelregt aan tegen onse volmaaktheid, die daarin bestaat dat wij altijd verder en verder moeten trachten te geraaken);
347 n Alle passien die tegen de goede reden strijdig zijn(als vooren is aangewezen) ontstaan uijt de Waan. Alles wat in de zelve goet of kwaad is, dat is ons aangewezen door het Ware Geloof, maar deze beijde nog geen van beijde is magtig ons daar af te bevrijden;
360 die daar hij [sc.God] te vooren nog bemind noch gehaat hadde, nu zoude beginnen te beminnen en te haaten en daar toe veroorzaakt soude worden door iets dat buijten hem zoude zijn. Doch dit is de ongerijmtheid zelve;
361 Doch als wij zeggen dat God de mensch niet en bemind, dat moet soo niet verstaan worden >Hoe dit nochtans niet moet verstaan werden om ongerijmtheid voor te komen.] alsof hij de mensch (om zoo te zeggen) zo alleen liet heen loopen;
371 Het is ook onmogelijk door iets anders God te konnen verstaan 1. omdat zoodanigen dink ons als dan meer zoude moeten bekend zijn als God zelfs, het welk opentlijk strijd tegen alles 't geen wij tot hier toe klaarlijk getoond hebben;
382 Dit dan zodanig zijnde, zo konnen wij 't met reden voor een groote ongerijmtheid achten 't geene veele en die men anders voor groote godgeleerde acht zeggen >Hoe dwaas een zeggen het is 't geen nochtans meest alle menschen ook de beste, als in de mond besturven is.];
417 en ook het wikkeld zich in tegenstrijdigheid dat een wezen van de selfstandigheid op deze wijze in een andere zaake begrepen zij als de welke alsdan van dezelve niet dadelijk en zoude onderscheiden worden tegen de 1e propositie;