lichaamelijk 5x+n;
lichaamen 2x;
lichaams;
lichamelijk;
lichamen;
lighaam 2x;
lighaams;
lighamelijke;
onlichaamelijk 4x+m;
incorp* ~E; corp* 587xE (substantia corporea; corpora externa (>30x); corporis existentia; corporis potentia); nam omnes qui naturam divinam aliquo modo contemplati sunt, Deum esse corporeum [...] ostendunt se substantiam ipsam corpoream sive extensam a natura divina omnino removere atque ipsam a Deo creatam statuunt, 1,15s;
Ralated concepts: uitgebreidheid, proportie.
Forms with 'lichaam*' (body) occur 128 times in KV, concentrated after 049, 306 and 420. 'Lichaam' is used for extension and for the human body. The soul operates in conjunction with the body in cognitive processes (421sqq, 325sqq.).
013 die van de liefde in de ziel sonder' t lichaam enz;
049 wat iss'er tusschen dit afgesneede deel en de rest? Gij moet zeggen, of een ijdel of een ander lichaam of dat van de uijtgebreidheijd selve; daar is geen vierde. Niet het eerste, want daar is geen ijdel, dat stellig en geen lighaam is;
056 Daar word voorder tegengeworpen, datter nootzakelijk een eerste oorzaak die dit lichaam doet bewegen, moet zijn, want het zig zelfs als 't rust onmogelijk niet bewegen kan;
057 want wij staan toe, dat indien het lighaam een zaake was door zig zelfs bestaande en anders geen eijgenschap en hadde als lang, breet, en diep, dat alsdan in het zelve geen oorzaak zou zijn indien het waarlijk ruste, om zig zelfs te beginnen te bewegen;
069 Z en bijaldien gij dan het lighamelijke en het verstandige wilt noemen zelfstandigheeden in opzigt van de wijzen die daar van afhangig zijn, wel aan, zo moet gij haar dan ook wijzen noemen in opzigt van de zelfstandigheden van de welke zij afhangen;
079 Z Een beeldhouwer die heeft van houwt gemaakt verscheijde gedaante na de gelijkenis van de deelen eenes menschelijken lighaams; hij neemt een van deze, 't welk de gedaante heeft van een menschelijke borst, hij voegd het te zamen met een ander, dat de gedaante heeft van een menschelijk hooft en maakt van deze twee een geheel, hetwelk het bovenste gedeelte van een menschelijk lighaam vertoond; zult gij nu daarom zeggen, dat het wezen van het hoofd heeft toegenomen, omdat het vereenigt was met de borst;
087 Z en alzo word ook tot de beweeging van een lighaam een ander lichaam vereijscht, 't welk al die beweeging moet hebben die van hem over gaat tot het ander;
142 omdat ik geen zins versta dat de mensch voor zo veel hij uijt geest, ziele, of lichaam bestaat, een selfstandigheid is;
144 n 7. All en een ieder bezonder ding dat wezentlijk komt te zijn, dat word zulks door beweging en stilte en zo zijn alle de wijzen in de zelfstandige uijtgebreidbeid , die wij lichaam noemen;
145 n 9. Uijt deze proportie dan van beweginge en stilte komt ook wezentlijk te zijn dit ons licham van't welk dan, niet min als van alle andere dingen, een kennisse, Idea enz. moet zijn in de denkende zaak en zo voort dan ook de ziel van ons. 10. Doch in andere proportie van beweginge en stilte was dit ons lichaam , een ongeboren kind zijnde en in gevolge daarna, en in andere zalt bestaan als wij dood zijn, en niet te min zal dan en was doen, zo wel een Idea, kennisse etc. van ons lichaam in de denkende zaak als nu; maar geenzins de zelve, dewijl het nu andens geproportioneerd is in beweging en stilte. 11. Om dan zo een Idea, Kennisse, wijze van denken in de zelfstandige denking te veroorzaaken als nu deze onze is, wort vereischt niet even eens wat lichaam (dan most het anders gekent woorden alst is), maar ook zulk een lichaam dat zo geproportioneert is van beweging en stilte en geen ander: want zoo 't lichaam is, zoo is de ziel, Idea, kennis etc;
146 n 12. Zoodanig een lichaam dan dese zijnde proportie als e.g. van 1. tot 3 hebbende en behoudende, zo zal de ziel en't lichaam zijn gelijk het onze nu is, zijnde wel gestadig verandering onderworpen, maar niet zo groot dat ze buijten de palen van 1. tot 3. gaat; dog zo veel het verandert, zo veel verandert ook telkens de ziel. 13. en deze verandering van ons ontstaande uijt andere lichaamen die op ons werken, en kan niet zijn zonder dat de ziel die als dan gestadig verandert, deze verandering gewaar word. en deze verandering is eigentlijk dat 't welk wij gevoel noemen;
147 n 14. Maar zo andere lichame zoo geweldig op het onse werken, dat de proportie van beweginge van 1. tot 3. niet kan blijven, dat is de dood en een vernietiging der Ziele, zo ze maar alleen is een Idea, kennisse etc. van dit zo geproportioneert lichaam in beweging en stilte . 15. Doch dewijl het een wijse is in de denkende zelfstandigheid, zo had ze ook deze beneffens die van de uijtgestrektheid konnen kennen, beminnen en met zelfstandigheeden vereenigende (die altijd de zelve blijven) had ze haar zelve konnen eeuwig maaken;
149 en alhoewel eenige hier uijt dat de Natuur van de mensch zonder die eigenschappen die wij zelfs toestaan zelfstandigheid [te] zijn, niet bestaan noch verstaan kan worden, pogen te bewijsen dat de mensch een zelfstandigheid is, zo heeft dat echter geen ander grondvest als valsche onderstellingen. Want dewijle de natuur van de Stoffe of't lichaam geweest heeft, alvoordat de gestalte van dit menschelijk licha[a]m was, zo en kan die natuur niet eigen zijn aan't menschelijk lichaam , dewijl het klaar is dat in die tijd als de mensch niet en was, het altijd niet aan de natuur vande mensch heeft konnen behoren;
274 n Segt gij dat de wil van wegen de vereeniginge die zij heeft met het verstand, ook gewaar word 't zelve 't geen het verstand verstaat en daarom dan ook bemindt. Maar dewijl gewaarworden ook is een begrip en een verwarde Idea, zoo is't dan ook een wijze van verstaan; dogh volgens het voorige en kan dit in de wil niet zijn, schoon er al zodanige vereeniging van ziel en lichaam was. Maar alleen zal ik toonen kortelijk, dat de Vrijheid van de Wil geensins past op zo een geduurige scheppinge;
275 n Want neemt dat het lichaam met de ziel vereenigt was na de gemeene stelling der Philosophen, nochtans zo en gevoelt het lichaam nooijt, nog de ziel wordt niet uijtgebreijd;
305 en voor 1. te wijzen dat in de Natuur een lichaam is >Voor eerst dat in de natuur een lichaam is.], door welkers gestalte en uijtwerkinge wij aangedaan en alzoo 't zelve gewaar worden. en dit doen wij daarom >Reden waarom dit gedaan word.] omdat als wij de uijtwerkingen van het lichaam en wat die komen te veroorzaaken komen te zien, wij dan ook de eerste en voornaamste oorzaak van alle deze tochten zullen vinden;
306 Om dan nu te toonen datter een lichaam is in de Natuur, dat kan ons niet zwaar om te doen zijn, nu wij al weeten dat God en wat God is >Hoe bewezen word dat in de natuur een lichaam is, namentlijk uijt het weten dat en wat God is; zie pag.1 tot 33.];
307 zoo is dan klaar blijkelijk dat deze uijtwerking van het lichaam , door het welke wij gewaar worden, van niets anders kan komen als van de uijtgebreidheld zelve;
310 en zoodanig zijn deze twe wijzen >Twee wijsen: omdat de ruste geen Niet is.] in het lichaam , dat geen ander zaak en kan zijn die haar veranderen kan als alleen zij zelve;
311 Alzoo dat dan volgt dat geen wijze van denken in het lichaam of beweginge of ruste zal konnen brengen;
312 Doch eeven wel volgens 't geene wij in ons gewaar worden, zoo kan het wel geschieden, dat een lichaam het welk, nu sijn beweginge hebbende na de eene zijde, nogtans na de andere zijde komt te wijken, gelijk als ik mijn arm uijt strekke, daar door te wege breng, dat de geesten die alreeds haare beweeginge niet en hadden zoodanig, nu nochtans dezelve derwaarts hebben; niet altijd nochtans, maar na de gestalte der geesten zo hier na gezeid word. De oorzaak hiervan is >Wat hiervan noodzaakelijk de oorzaak moet zijn.] en kan geen andere zijn als om dat de ziel zijnde een Idea van dit lichaam , met het zelve zoodaanig vereenigt is dat en zij en dit lichaam zoo gestelt te zaamen een geheel maaken;
315 De werkingen dan waardoor de eene van de ander komt te lijden, die is aldus: te weete de ziele in het lichaam gelijk nu al gezeid is >Verstaat ijder bijzonder of ook de ziel in't lichaam werkende kan wel maaken etc.], kan wel maaken dat de geesten die anderzins na de eene, nu nochtans na de ander zijde haar bewegen;
316 en omdat ook deze geesten door oorzaak van het lichaam beweegt en alzoo bepaald konnen worden, zoo kan het dikwijls gebeuren >De geesten konnen ook van 't lichaam alleenig bepaald of beweegt worden en wat alsdan dikwijls gebeurd.] dat zij door oorzaak van het lichaam haare beweeginge na de eene plaats hebbende en weederom door de oorzaak van de ziele na een ander plaats;
317 Verminderd zoo wanneer wij veel hebbende geloopen, veroorzaken dat de geesten door't zelve Loopen aan het lichaam zoo veel meer als gewoone beweginge gevende en dezelve missende, noodzaakelijk zo veel verzwakt zijn: Zoo kan dit ook geschieden door het nuttigen van al te weinig voedzel. Vermeerderd; zoo wanneer wij te veel wijn of andere sterken drank drinkende, daar door of vroolijk of dronken wordende, maaken dat de ziel geen magt heeft het lichaam te bestieren;
318 Zoo veel dan nu gezeid van de werkinge die de ziele heeft in het lichaam : Laat ons nu eens zien van de werkinge die het lichaam heeft in de ziele > Van de werkingen van lichaam in de ziel en welke haar voornaamste is.]. De voornaamste van deze stellen wij te zijn datze haar zelfs aan de ziel doet gewaar woorden en daar door ook aan andere lichaamen . Het welk door niets anders word veroorsaakt als door Beweginge en Ruste te zaame >Geschied alleen door beweging en ruste en wat buijten deze de ziel gewaar word en komt niet voort van't lichaam .]: Want in het lichaam en zijn geen andere dingen als deze door de welke het zoude konnen werken; zo dat alles dan wat buijten deze gewaarwordinge meer aan de ziele geschied, en kan niet door het lichaam veroorzaakt worden. Zo volgt daaruijt klaarlijk, indien wij eens God komen te kennen ten minsten met een zoo klaar een kennisse als daar wij ons lichaam mede kennen, dat wij als dan ook nauwer met hem als met ons lichaam moeten vereenigt worden en als van het lichaam ontslagen zijn;
319 en omdat het eerste het welke de ziele komt te kennen het lichaam is, daar uijt komt hervoort dat de ziele het zoo bemind en daar meede vereenigt word >Waarom de ziele het lichaam zo bemind, daar mede vereenigt wordt.] etc. Doch aangezien wij nu al te vooren gezeid hebben dat de oorzaak van de Liefde, Haat en Droefheid niet en moet gezogt worden in het lichaam maar alleen in de ziele (want alle werkingen van het lichaam moeten hervoortkomen uijt beweeginge en ruste) en dewijle wij klaar en onderscheiden zien dat de eene liefde te niet gaat door 't begrip dat wij bekoomen van iets anders dat beter is;
320 Zo volgt daaruijt klaarlijk, indien wij eens God komen te kennen ten minsten met een zoo klaar een kennisse als daar wij ons lichaam mede kennen, dat wij als dan ook nauwer met hem als met ons lichaam moeten vereenigt worden en als van het lichaam ontslagen zijn > Uijt het geene wij nu al te vooren gezeit hebben volgt dat zoo wij God kennen met soo klaaren kennis als wij 't lichaam kennen wij als dan met hem veel nauwer als met het lichaam moeten vereenigt worden.]. Ik zeg naauwer >De reden waarom.], want wij hebben nu al te vooren bewezen dat wij zonder hem noch bestaan, noch verstaan konnen worden en dit is daarom om dat wij hem niet door iets anders gelijk het zoo met alle andere dingen is, maar alleen door hem zelfs kennen en moeten kennen, gelijk wij dat mede nu alvoorens gezeijd hebben. Jaa ook beter als ons zelfs kennen wij hem, dewijl wij zonder hem ons zelfs geenzins en konnen kennen;
321 Uijt het geene wij dan tot hier toe gezeid hebben is lichtelijk af te neemen, welke daar zijn de voornaame oorzaaken der Passien >Dat uijt dit voorige lichtelijk af te neemen is, welke de voornaamste oorzaaken van de passien zijn. Wat het lichaam en zijne uijtwerkingen hier in doet.]. Want, wat aangaat het Lichaam met zijn uijtwerkingen, namelijk de Beweginge en Ruste, de zelve en konnen de ziel niet anders doen als hun zelfs als voorwerpen zijnde, daar aan bekend maaken; en na de vertooningen zijn die zij aan dezelve voorhouden, het zij of goet of kwaad;
322 daarna word ook de ziele van haar aangedaan en dat niet voor zoo veel het een lichaam is (want dan waar het lichaam de voornaamste oorzaak van de passien), ne maar voor soo veel het een voorwerp is gelijk alle andere dingen de welke ook de zelve uijtwerkingen zouden doen, zoo ze zich zoodanig aan de ziel kwaamen te vertoonen >En hoe zij haar aan de ziele vertonen en hij van haar aangedaan wordt niet als van een lichaam maar als van een voorwerp. en de reden waarom.];
323 n en hier uijt is alderleij slag van gevoel dat wij in ons gewaar worden en dat veel tijds door de lichaamelijke voorwerpen werkende is [in] ons lichaam, die wij impulsus noemen, als dat men in droefheid iemand kan doen lachen, doen verheugen door kittelen, wijn drinken enz. 't welk de ziel wel gewaar word doch niet en werkt: want die werkende, zijn de verheugingen waarlijk en van een ander slag. Want dan werkt geen lichaam in lichaam , maar de verstandelijke ziel gebruijkt het lichaam als een werktuijg en gevolglijk, hoe de ziel hier meer in werkt hoe het gevoel volmaakter is;
324 (Doch hier meede en wil ik niet zeggen, dat de Lievde, Haat en Droevheid die uijt beschouwinge van onlighaamelijke dingen voortkomen >Doch de voorwerpen van de onlichaamelijke dingen die worden hier uijtgesloten.], de zelve uijtwerkingen zouden doen als die welke uijt beschouwinge van lichaamelijke dingen ontstaan: Want deze zoo wij hier na noch zullen zeggen, zullen noch andere uijtwerkingen hebben gelijk de natuur van die zaak uijt des welks bevattinge de Lievde, Haat en Droefheid enz. in de ziele de onlighaamelijke dingen beschouwende, verwekt worden);
325 Zoo dat dan om weder tot ons voorige te keren >Vervolg van dese redengevinge.], bij aldien iets anders zig heerlijker aan de ziel kwam te vertoonen als wel het lichaam , het zeeker is het lichaam als dan geen vermogen zoude konnen hebben zoodaanige uijt werkingen te veroorzaaken als het nu wel doet: Waar uijt dan volgt niet dat het lichaam alleen de voornaamste oorzaak is van de passien , maar ook alschoon in ons iets anders waar behalven hetgeene wij nu aangemerkt hebben dat de passien zoo wij meenen, zouden konnen veroorzaaken, zoo en zoude zulks als 't al zoo waar, eevenwel niet meer noch anders in de ziel konnen werken als nu het lichaam wel doet. Want immers en zoude het niet anders konnen zijn als zulk een voorwerp, dat ten eene maal verscheide zoude zijn van de ziel en dienvolgende sich ook soodaanig vertoonen en niet anders, gelijk wij op zoodanig een wijze ook van het lichaam gesprooken hebben;
326 n Het lichaam is niet noodig gesteld te worden alleen te zijn de voornaamste oorzaak van de passien, maar een yegelijke andere zelfstandigheid zoude zulks zoo ze voorkwam, konnen veroorzaaken en niet anders noch meer; want 't en zoude niet meer in de natuur konnen verschillen (uijt welke verscheidenheid van voorwerpen de veranderinge in de ziel ontstaat) als deze die van 't een uijt eijnde tot het ander verschille;
329 Waar op diend >Antwoord op dezelve.] dat onderscheid gemaakt moet worden, tusschen de gewaarwordinge van de ziele als zij eerst het lichaam gewaar word en tusschen het oordeel het welk zij aanstonts daarop komt te maaken van dat het haar goet of kwaad is. De ziel dan als nu mediate gezeid is, gesteld zijnde, hebben wij al te vooren aangewezen dat magt heeft de geesten te bewegen werwaart zij wil: Maar dat eevenwel nochtans deze macht haar kan benomen worden, zo wanneer door andere oorzaaken van 't algemeen lichaam deze haar zo gematigde gestalte benomen of veranderd word en zulks in haar gewaarwordende ontstaat'er droevheid en dat na de verandering is, die de geesten als dan ontfangen;
330 Welke droevheid veroorzaakt word uijt de lievde en vereeniginge dieze heeft met het lichaam . en dat dit zodanig is kan lichtelijk daar uijt afgenomen worden, om dat deze droevheid op een van deze twee wijzen kan worde geholpen: of door herstellinge van de geeste in haar eerste gestalte, dat is hem van die pijnlijkheid te bevrijden, of door goede redenen overtuijgt te worden om van dit lichaam geen werk te maaken. Het eerste is en tijdelijk en staat weder te komen doch het tweede is eeuwig, bestandig, en onveranderlijk;
332 De twede tegenwerpinge kan deze zijn>Tweede tegenwerping. Van de ziel.]: Aangezien wij zien dat de ziele alhoewel geen gemeenschap hebbende met het lichaam , nogtan kan te weeg brengen, dat de geesten die haar na de eene zijde zouden bewegen , haar nochtans nu na de ander zijde bewegen; waarom zij dan ook niet zouden konnen maaken, dat een lichaam het welk geheel stil is en rust, zig zoude beginnen te bewegen? Alsmede waarom ze dan ook niet alle andere lichamen , die alreeds al beweginge hebben, niet werwaart zij wil soude konnen bewegen;
333 n Hier is dan geen swarigheid hoe deze eene wijs die oneindig verschilt van de ander, in de ander werkt: want 't is als een deel van 't geheel, dewijl nooijt de ziel zonder 't lichaam noch het lichaam zonder de ziel geweest is. Dit vervolgen wij aldus: 1. ..;
334 n Voorder het voorwerp kan niet verandert worden of de Idea word ook verandert et vice versa, zo dat hier geen derde van noden is, die de vereeniging van ziel en lichaam zoude veroorzaaken;
336 Want indien 't lichaam een zodanige wijze ontfangt als ex:gr. het lichaam van Petrus en weder een ander als het lichaam is van Paulus, daar van daan komt het datter in de denkende zaak zijn twee verscheide Ideen: te weete Een Idea van 't lichaam van Petrus de welke de ziele maakt van Petrus en een ander van Paulus de welke de ziele maakt van Paulus. Zo dan de denkende zaak kan wel bewegen het lichaam van Petrus door de Idea van 't lichaam van Petrus , maar niet door de Idea van het lichaam van Paulus : Alsoo dat de ziele van Paulus zijn eige lichaam wel kan beweegen, maar geen zins het lichaam van een ander als van Petrus. en hierom dan zo en kan ze ook geen steen die rust off stil leijt, beweegen: Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel. en hierom dan is't niet min klaar dat het onmogelijk is, dat een lichaam het welke geheel rust en stil is, zoude konnen bewogen worden door eenige manier van denken om reden als boven;
337 n 't Is klaar dat in de mensch aangezien hij begonnen heeft, geen ander eigenschap te vinden is als die al vooren in de Natuur was. en nademaal hij bestaat van zodanig een lichaam van 't welk noodzakelijk een Idea moet zijn in de denkende zaak en die Idea noodzaakelijk vereenigt moet zijn met het lichaam , zo stellen wij onbeschroomt dat sijn ziel niet anders is als deze Idea van dit zijn lichaam in de denkende zaak. en om dat dit lichaam een beweginge heeft en stilte (die geproportioneert is en ordinaar gealtereert word door de uijtterlijke voorwerpen) en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen (idea reflexiva). Doch ik zeg: omdat zij een proportie van beweging en stilte heeft, om datter geen werkinge kan geschieden in het lichaam zonder dat deze twe concurreren.;
338 dat wij nochtans in het lichaam eenige stilte konnen veroorzaaken;
339 niet onmiddelijk, maar alleen door andere lichaamen de welke zij dede bewegen;
346 maar door een onmiddelijke vertooninge aan het verstand van het voorwerp zelve: en zo dat voorwerp dan heerlijk is en goet, zo werd de ziele noodzaakelijk daar mede vereenigt, zo wij ook van ons lichaam gezeid hebben;
348 Want ook de kennisse die wij van't lichaam hebben, en is niet dat wij het kennen zo als het is of volmaaktelijk;
352 -4 en dewijl nu het lichaam het aldereerste is dat onse ziel gewaar word, om dat gelijk gezeid is, niet in de Natuur kan zijn welkers Idea niet en is in de denkende zaak, welke Idea de ziele is van dat dink, zo moet dat dink dan noodzaakelijk zijn de eerste oorzaak van de *Idea >Dat is onze ziel, zijnde een Idea van 't Lichaam , heeft uijt het lichaam sijn eerste wezen; want ze is maar en reprezentatie van 't lichaam , zo geheel als bijzonder, in de denkende zaak.]. Deze vereeniginge word beter begrepen en afgenoomen wat die moet zijn, uijt de werkinge met het lichaam in de welke wij zien hoe dat door kennisse en tochten tot lichamelijke dingen in ons komen te ontstaan alle die uijtwerkingen die wij in ons lichaam door de beweeginge der geesten gedurig gewaar worden. en alzo ook onvergelijkelijk meerder en heerlijker indien eens onse kennisse en liefde komt te vallen op dat geene zonder 't welk wij noch bestaan noch verstaan konnen worden en dat geen zins lichaamelijk is, zullen en moeten zijn de zodanige uijtwerkinge, uijt deze vereeniginge ontstaande: Want deze noodzakelijk moeten mede gesteld zijn na de zaaken met de welke zij vereenigt word; en wanneer wij dan deze uijtwerkingen gewaar worden, als dan konnen wij met waarheid zeggen weder geboren te zijn. Want onse eerste geboorte was doen als wij vereenigde met het lichaam door welke sodanige uijtwerkingen en lopinge van geesten zijn ontstaan, maar deze onse andere of tweede geboorte zal dan zijn, zo wanneer wij geheel andere uijtwerkingen van liefde gestelt na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp , in ons gewaar worden. en zo veel van de eerste verschillende, als daar is het verschil van lichaamelijk en onlichaamelijk , geest en vleesch. en dit mag daarom te meer met recht en waarheid de Wedergeboorte werde genoemt, om dat uijt deze Liefde en Vereeniginge eerst komt te volgen een Eeuwige en onveranderlijke bestandigheid, zo wij zullen betonen;
356 Waar uijt dan volgt, dat na de duuringe en verandering van de zaake is, daar na dan ook de duringe en veranderinge van de ziele moet zijn: Daar bij hebben wij aangemerkt dat de ziele kan vereenigt worden of met het lichaam van het welke zij de Idea is, of met God, zonder de welke zij noch bestaan noch verstaan kan worden. Waar uijt men dan lichtelijk kan zien (1.) dat bij aldien zij met het lichaam alleen vereenigt word en dat lichaam komt te vergaan, zij als dan ook moet vergaan: Want het lichaam zijnde het fondament van haar liefde ontberende, moet zij mede te niet gaan;
420 Op dezelfde manier van't geen hij heeft van uijtgebreidheid 't welk wij lichaam noemen, en is niet anders als een wijzing van de andere eigenschap die wij uijtgebreijdheid noemen. Die ook vernietigt wordende, is het menschelijk lichaam niet meer alschoon ook de eigenschap van uijtgebreidheid onveranderlijk blijvt;
421 Om nu te verstaan hoedanig deze Wijzing zij die wil ziel noemen en hoe hij zijn oorsprong van het lichaam heeft en ook hoe zijne verandering (alleen) afhangt van het lichaam ('t welk bij mij is de vereeniginge van ziel en lichaam );
424 Waar uijt klaarlijk besloten word, dat de natuurlijke liefde die in ieder zaak is tot behoudinge zijns lichaams (ik zeg de wijzing) niet en kan eenige andere oorspronk hebben als van de Idea of het voorwerpelijk wezen het welk van zoodanig lichaam is in de denkende eigenschap;
432 en hiermede achten wij dan genoegzaam verklaart wat voor een ding de ziel in 't algemeen is, verstaande onder het gezeide niet alleen de Ideen welke ontstaan uijt de lichaamelijke wijzingen , maar ook die welke ontstaan uijt de wezentlijkheid van een ijgelijke wijzing van de overige eijgenschappen;
434 Wij zullen dan hier voor onderstellen als een zake die bewezen is, dat in de uijtgebreidheid geen andere wijzinge is als beweging en stilte en dat ieder bezonder lichaamelijk ding niets anders is als een zeekere proportie van beweginge en stilte; ook soo zeer dat bij aldien in de uijtgebreijdheid niet anders was als alleen beweging of alleen stilte, soo en zoude in de geheele uijtgebreidheid niet konnen aangewezen worden of zijn eenig bezonder ding. Alsoo dat dan het menschelijk lichaam niet anders is als een seekere proportie van beweginge en stilte;
435 Het voorwerpelijke wezen dan 't welk van dese wezentlijke proportie is in de denkende eigenschap dat (zeggen wij) is de ziele van 't lichaam : Zo wanneer nu een van deze twee wijzingen of in meer of in min (beweginge of stilte) veranderen, zo veranderd zig ook na graden de Idea;
436 en zo wanneer het zij (en hier uijt ontstaat de verscheide wijs van pijn, die wij gevoelen, als ons met een stokje in de oogen of op de handen geslagen word), dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam, maar dat eenige meer van beweging en stilte hebben als andere, hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen.