alderonmiddelijkste 2x+n;
mediate;
immediate;
onmiddellijk ~B;
immediate 6xE (5x a Deo immediate produc*);
God is the cause of everything, be it directly (immediate, onmiddelijk) or indirectly (mediate, middelijk). For the concept indirectly KV uses 'niet onmiddelijk'.
076 onmiddelijk heeft voort gebragt; 084 Z Dog gij zult volgens uw voorige onderscheid zeggen, dat God eigentlijk een oorzaak is van die gevrogte, die hij onmiddelijke zonder eenige meer omstandigheeden als alleen sijne eijgenschappen, heeft voortgebragt en dat deze dan zo lang haar oorzaak duurt, niet en konnen te niet gaan; maar dat gij God geen innerlijke oorzaak noemd van die gevrogte welkers wezentlijkheid niet onmiddelijk van hem afhangen, maar van eenige andere zaak geworden zijn als alleen voor zo veel haare oorzaaken zonder God niet werken nog konnen werken nog ook buijten hem en hierom dan ook, aangezien zij niet onmiddelijk van God zijn voortgebragt, te niet konnen gaan; 085 het alzo wel als alle andere dingen die onmiddelijk van God afhangen; 086 Z 'T is waar, ERASME, dat die dingen (...) die onmiddelijk van hem van eeuwigheid geschapen zijn. Maar staat aan te merken, dat alschoon het noodzaakelijk is, dat'er tot de wezentlijkheid van een zaak vereischt word een Bezondere wijzing (modificatio) en een zaake buijten de eijgenschappen Gods, dat daarom even wel God niet nalaat een zaak onmiddelijk te konnen voort brengen. Want van de nootzaakelijke dingen die vereijscht worden om de zaaken te doen zijn, zijn eenige omdat zij de zaak zouden voortbrengen en andere omdat de zaak zoude konnen voortgebragt zijn; 087 noodzakelijk zij om God onmiddelijk te vertoonen; 088 waarlijk te zijn met God vereenigd en zo onmiddelijk van hem af te hangen; 092 oorzaak van sijne werken die hij onmiddelijk geschaapen heeft als daar is; 133 bestaat in alle die wijzen die van God onmiddelijk afhangen; 134 die wijsen of schepzelen die onmiddelijk van God afhangen ofte geschapen zijn; 135 en Zone, maaksel,[f. 55] of uijtwerksel onmiddelijk van God geschapen; 136 is meede een Zone, maaksel, of onmiddelijk schepzel van God, ook van alle; 201 Edoch een wijnig onderzoek hier maar toe brengende, zo zullen wij terstond gewaar worden, dat deze niet en zijn als maar wijsen alleen, die onmiddelijk van God afhangen. en dewijle de natuur deser sodanig is, zo en zijn zij voor ons niet om te begrijpen, tenzij wij met eenen een begrip van God hebben. In welke omdat hij volmaakt is, noodzaakelijk onze Lievde [f.84] moet rusten. en om met een woort te seggen, het zal ons onmogelijk zijn dat als wij ons verstand wel gebruijken, wij zouden konnen nalaten God te beminnen >Omdat het maar alleen zijn wijsen die onmiddelijk van God afhangen en met haar niet en konnen vereenigen, dewijl wij die sonder God niet en konnen kennen en God kennende onmogelijk die zouden beminnen. Want God kennende konnen wij niet laten hem meteen te beminnen.]; 202 zonder het wezen van' t welke zij onmiddelijk afhangen; 329 De ziel dan als nu mediate gezeid is, gesteld zijnde, hebben wij al te vooren aangewezen dat magt heeft de geesten te bewegen werwaart zij wil: Maar dat eevenwel nochtans deze macht haar kan benomen worden, zo wanneer door andere oorzaaken van 't algemeen lichaam deze haar zo gematigde gestalte benomen of veranderd word en zulks in haar gewaarwordende ontstaat'er droevheid en dat na de verandering is, die de geesten als dan ontfangen; 331 Maar dit en kan geen immediate werkinge zijn van de wijn op de ziel, maar alleen van de wijn op de geesten; 339 en brengt de stilte in de beweginge niet onmiddelijk, maar alleen door andere lichaamen; 344 als' t genoote goet en onmiddelijk daarop volgt; 349 Dat deze vierde kennisse die daar is de kennisse Gods, niet en is door gevolg van iets anders, maar onmiddelijk , blijkt uijt dat geene dat wij te vooren bewezen hebben hem te zijn de oorzaak van alle kennisse, die alleen door zich zelfs en door geen ander zaak bekend word: Daar benevens ook hier uijt, omdat wij door Natuur zodanig met hem vereenigt zijn, dat wij zonder hem nogh bestaan nog verstaan konnen worden. en hier om dan dewijl tusschen God en ons een zo naauwen vereeniginge is, zo blijkt dan dat wij hem niet als onmiddelijk en konnen verstaan >Hieruijt blijkt dat wij hem niet als onmiddellijk en konnen verstaan.]; 368 zoude konnen door gesprooken woorden off onmiddelijk zonder eenig ander dink te gebruijken; 370 het Verstand is en dat dat zelve zoo onmiddelijk met hem vereenigt is; 394 en aangezien dat God het onmiddelijk heeft voortgebracht en hij niet alleen; 430 van het 1 deel genoemt heb een schepzel onmiddelijk van God geschapen; 437 oneijndige Idea, van God onmiddelijk ontstaande) kan klaarlijk gezien worden.