ANTWOORDEN (respond: responsio ad objectionem) 4x;
antwoordt;
geantwoord +m;
beantwoord 3x+3m;
beantwoordinge;
ANTWOORD 5x+2n+2m;
antwoord* 560xB; beantwoordinge 4xB; Met u-lieder woorden en sal ick hem niet beantwoorden, Job 32:14; Alle die hem hoorden ontsetteden haer over sijn verstant ende antwoorden, Luc.2:47; O mensche, wie zijt gy die tegen Godt antwoort? Rom.9:20;
respond* 13xE (responsio ~E): Atque his me ad has quæstiones respondisse puto nempe si idea vera quatenus tantum dicitur cum suo ideato convenire, a falsa distinguitur, nihil ergo realitatis aut perfectionis idea vera habet præ falsa, 2,43s;
046 Waarop wij antwoorden: 1. dat deel en geheel geen waare of;
055 [met] dit gezeijde agten wij alles genoegzaam beantwoord;
057 Dog ligt is het voor ons hier op te antwoorden; want wij staan toe;
099 en men haar vraagt waarom zij dat doen, de antwoord is, omdat de rechtvaardigheid het also vereischt. Vraagt men dan waarom de Rechtvaardigheid of liever de eerste oorzaak van dat alles dat regtvaardig is, zo moet de antwoord zijn, omdat de rechtvaardigheid dat zo wil;
101 Waarop tot antwoord dient, dat bij aldien de Natuur;
131 Wat het ander aangaat van dat God [niet] van ons gekend zoude konnen worden met een evenmatige kennisse, hierop is door D. des Cartes genoegzaam antwoord gegeven in de beantwoordinge op de tegenwerpingen deze saake aangaande pag. 18;
132 daarop is mede van ons hier vooren al geantwoord aangezien dat God oorzaak is van;
265 Waar op vooreerst tot antwoord diend >Op welke schijn word geantwoord.];
269 zal al het vorige gevraagde genoegzaam beantwoord zijn;
279 waarom de mensch dit of dat wil;
men antwoordt, om dat zij een wil hebben. Doch;
282 met een deze tegenwerpinge genoegzaam beantwoord zullen zien;
284 >En word beantwoord en getoond waar uijt het voortkomt.];
291 >...dat hem aangenaamer is als het eerste Beantwoord];
339 Doch wij antwoorden >Antwoord op de zelve.] dat wel waar is;
369 Wij antwoorden >Deze word beantwoord...].