OOGMERK

OOGMERK 6x+m;

beoogen 3x;

beoogt;

eijnd(e) 18x+n+3m;

einde 4x;

doel 2xB (~KV);

oogmerk 1xB: Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde;

fin* 40xE; finis/e* 33xE (6x causa finalis: quam nihil nisi alicujus finis causa agere existimant; Ut jam autem ostendam naturam finem nullum sibi præfixum habere; primæ partis appendice Naturam propter finem non agere); scopum 4xE: Nam hi aliquid extra Deum videntur ponere quod a Deo non dependet, ad quod Deus tanquam ad exemplar in operando attendit vel ad quod tanquam ad certum scopum collineat. Quod profecto nihil aliud est quam Deum fato subjicere, quo nihil de Deo absurdius statui potest, 1,33s2; quas hic explicare non est opus nam ad nostrum ad quem collimamus scopum, unam tantum sufficit considerare, 2,40s1; Qui rem aliquam facere constituit eamque perfecit, rem suam perfectam esse non tantum ipse sed etiam unusquisque qui mentem auctoris illius operis et scopum recte noverit aut se novisse crediderit, dicet. Exempli gratia si quis aliquod opus (quod suppono nondum esse peractum) viderit noveritque scopum auctoris illius operis esse domum ædificare, is domum imperfectam esse dicet et contra perfectam simulatque opus ad finem quem ejus auctor eidem dare constituerat, perductum viderit, 4praef;

Because in Spinoza's philosophy teleology plays no part, technical use of final causes could not be registrated (cf.364 , 365 ).

105 en zo voort ten eijnde;

118 Indien iemand een uurwerk om te slaan en de uuren aan te wijzen net gemaakt heeft en dat dat werkstuk met het oogmerk van den maker wel overeenkomt, zo zegt men het goet te wezen en zo niet, zegtmen het kwaat te zijn, niet tegenstaande het dan zelfs ook goet zoude konnen wezen, zoo maar zijn oogmerk was geweest het verwart en buijten tijds te doen slaan te maaken;

184 Voorder om dat het eijnd van Adam of van eenig ander bijzonder schepzel ons niet bewust is als door de uijtkomst, zo dat ook 't geen wij van't eijnd des menschen konnen zeggen, gegrond moet zijn op het begrip van een volmaakt mensch in ons verstand, welkers eijnd dewijl het eens ens Rationis is, wij wel konnen weten;

187 Zodat dan het laatste eijnde dat wij zoeken en het voornaamste dat wij kennen, is de waare kennisse >En ook het laatste eijnde van 't geen wij hebben te zoeken en te kennen.];

197 >dat nochtans het oogmerk is en niet alleen dit, maar sij zijn ons ook schadelijk.];

225 dat ons te doen staat om tot ons goet einde te geraaken;

246 hier te spreeken waar buijten ons oogmerk ;

248 De eerste is een seeker slag van Blijdschap die een ieder in zig zelfs gevoeld wanneer hij gewaar word, dat zijn doen bij andere geagt en geprezen word zonder opzigt van eenig ander voordeel of profijt dat zij beoogen. Beschaamtheid is >Wat beschaamtheid is.] zeekere droevheid die in jemand ontstaat als hij komt te zien, dat zijn doen bij andere veracht word zonder opzigt van eenig ander nadeel of schaade dat zij beoogen;

290 zullen wij( om ons eens leevendig voor oogen te stellen wat het zij;

299 die zij verzierd hebben ten eijnde hij haar geen kwaad zoude doen;

300 Want de eenigste volmaaktheid en het laatste einde van een slaaf en van een werktuig is ditt >Het welk ons laatste eijnde is om 't welk wij zijn.], dat ze haar opgeleiden dienst behoorlijk volvoeren. E.g. als een Timmerman in het maaken van eenig stuk werks zigh van sijnen Bijl op het beste gediend vind, zoo is dien Bijl daar door gekoomen tot sijn eind en volmaaktheid: Dogh indien hij zoude willen denken, dezen Bijl heeft mij nu zoo wel gediend, daarom wil ik hem rusten laaten en geen dienst meer van hem neemen, even als dan zoude dien Bijl afgeraaken van haar eijnde en geen Bijl meer zijn;

326 als deze die van' t een uijt eijnde tot het ander verschille;

364 De goddelijke wetten zijn het laatste eijnde om het welke zij zijn en niet geonderordend; de menschelijke niet >Wanneer de goddelijke de menschelijke wetten vernietigen. De goddelijke wetten zijn haar zelfs laatste eijnde; de menschelijke niet en de reden waarom.]. Want niettegenstaande de menschen tot haar zelfs welstant wetten maaken en geen ander eijnde hebben als daar door haar eijgen welstand te bevorderen, zoo kan nogtans dit haar eijnde (als zijnde geonderordend onder andere eijnde de welke een ander die boven haar is, beoogt en haar als deelen van de Natuur zijnde zoodanig laat werken) ook dienen ten eijnde het met die eeuwige wetten van God van eeuwigheid gesteld, te zamen loopt en zoo met alle andere alles helpt uijtwerken;

365 Wanneer de Beijen alschoon zij geen ander eijnde beoogen met al dien arbeijd en geschikte ordre die zij onder een onderhouden, als voor de winter zekere voorraad te verzorgen, de mensch nogtans boven hen zijnde, heeft hen onderhoudende en gaade slaande, een geheel ander eijnde, namelijk voor hem den honigh te bekomen. Alzoo ook de mensch in aanzien hij een bezonder dink is, en heeft zijn oogmerk niet verder als zijne bepaalde wezentheid bereijken kan; Doch in aanzien hij ook is een deel en werktuig van geheel de natuur, zo en kan dan dit eijnd des menschen het laatste eijnde van de natuur, dewijle zij oneijndelijk is en dit onder alle andere meede als een werktuijg van haar moet gebruijken;

367 hij voor en met God moet leeven, voor oogen hebben;

376 ook zo een ellendig dink wel een eenig oogenblik zoude konnen bestaan;

386 So resteert nu nogh om van dit werk een eijnde te maaken kortelijk aan te wijzen;

397 Maar niet zo mijn eenige eijnde dat ik trachte te bereijke is te mogen smaaken de vereeniginge met God;

400 Soo is mij dan alleen noch overig om een eind van alles te maaken;

408 dat u geen ander oogmerk en drijve als alleen het heijl uwen naasten;

433 zo laat ons eens zien of wij oogmerk neemende op de wijzingen;