plaatse;
plaatze 4x;
plaatshebben;
geplaatst;
941xB;
loc* 18xE; (1xlocum habere: quæ ratio plerumque locum habet in amore erga fæminam );
012 die wij bevinden anders te sijn gesteld, plaats konnen hebben;
045 plaats kan hebben;
053 het welk in God die volmaakt is, geen plaats heeft;
060 deze eijgenschappen nogtans in God plaats konnen hebben;
065 buijten't welk geen ding is, geen plaats kan hebben;
092 in welke de min voorneeme oorzaak geen plaats kan hebben;
098 Want het goet doen of volmaaktheid te konnen laten in het geene hij uijtwerkt, en kan in hem geen plaats hebben als door gebrek. Dat God alleen de enigste vrije oorzaak is, is niet alleen uijt het geene nu gezeid is klaar, maar ook hierdoor namentlijk dat'er buijten hem geene uijtwendige oorzaak is, die hem soude dwingen of noodzaaken; al het welk in de geschapen dingen geen plaats heeft;
138 datze onder de ENTIA Rationis moeten geplaatst worde;
158 en nooijt plaats heeft in iets daar wij zeker van zijn;
164 en zeeker dit moet ook plaats hebben in veele Philosophen;
167 alsoo't de plaats om daarvan te spreeken hier niet is;
168 Want zo iemant een besluijt gemaakt heeft van iets dat het goet is en een ander komt tot nadeel van dat zelve iets te doen, zo ontstaat in hem tegen dien doender haat, het welk nooijt in hem zoude konnen plaats hebben, indien men het ware goet kende >Kan nooijt plaats hebben in iemand die het ware goet kendt.], gelijk wij dat hier na zullen zeggen;
209 Wat de *haat belangt die uijt opinien voortkomt, 't is zeeker die en mag in ons geen plaats hebben > Zo de haat uijt de waan hervoort komt, zo mag die in ons geen plaats hebben.];
215 dat de zelve nooijt plaats konnen hebben in die geene die haar;
237 plaatse scheijnd te hebben, zo is't nogtans;
239 Dog volgens 't geen wij van de Liefde gesegt hebben, zoo en konnen ook deze in geen volmaakt mensch plaatze hebben >Dat de zelve in geen volmaakt mensche plaats konnen hebben en waarom.];
240 Deze dan en konnen ook geenzins in de mensch die door de ware reeden geleid word, plaats hebben >En konnen de zelve in geen volmaakt mensch plaats hebben. Van de resterende siet pag. 79 et seq. Pag.86 et seq.];
250 buijten haar daar Eer en Schaamte geen plaats heeft;
253 Ik weet wel dat meest alle menschen oordeelen deze togten goet te zijn, doch niet tegenstaande dat, zo derf ik zeggen datze in een volmaakt mensch geen plaatse konnen hebben >Niet tegenstaande dit zo konnen zij in geen volmaakt mensch plaats hebben en de reden waarom.];
254 en daarom dan en kan die in geen volmaakt mensch plaats hebben >Uijt haar oorzaak ziet men dat ze in geen volmaakt mensch kan plaats hebben.];
257 gelijk wij dan zulks hier na op zijn plaatze ook zullen bewijsen;
261 andere zaake als alleen in deze en kan plaatze hebben grijpen;
269 Al het welke in de valsheid geen plaats heeft;
272 die van gisse en meijne bestaat, geen plaats heeft;
283 Hebbende dit meest plaats in zwakke ziele;
316 door de oorzaak van de ziele na een ander plaats;
316 het lichaam haare beweeginge na de eene plaats hebbende en weederom door de oorzaak;
347 plaats de notae op Fo.... Cap;
361 liefde van hem tot iets anders kan plaats hebben;
385 trap langs de welke wij na de gewenste plaats opklimmen.