bewaaren;
bewaren 2x;
bewaringe;
poginge 4x;
poogt;
Bewaert my, O Godt, want ick betrouwe op u, Ps.16:1;
conatu* 119xE (in suo esse perseverare conatur 10x; suum esse conservare 8x); Conatus quo unaquæque res in suo esse perseverare conatur, nihil est præter ipsius rei actualem essentiam 3,7; Mens tam quatenus claras et distinctas quam quatenus confusas habet ideas, conatur in suo esse perseverare indefinita quadam duratione et hujus sui conatus est conscia 3,9; Hic conatus cum ad mentem solam refertur, voluntas appellatur sed cum ad mentem et corpus simul refertur, vocatur appetitus, qui proinde nihil aliud est quam ipsa hominis essentia ex cujus natura ea quæ ipsius conservationi inserviunt, necessario sequuntur atque adeo homo ad eadem agendum determinatus est. Deinde inter appetitum et cupiditatem nulla est differentia nisi quod cupiditas ad homines plerumque referatur quatenus sui appetitus sunt conscii et propterea sic definiri potest nempe cupiditas est appetitus cum ejusdem conscientia. Constat itaque ex his omnibus nihil nos conari, velle, appetere neque cupere quia id bonum esse judicamus sed contra nos propterea aliquid bonum esse judicare quia id conamur, volumus, appetimus atque cupimus. 3,9s;
Related concepts: onderhouden, behouden, voorzien.
'Bewaren' only occurs in the context of conatus (poging) (106 sqq.). By filling it with this Hobbist content the Christian concept of devine providence is adapted to the pantheist determinism of KV. The example in 107 derives from 1Cor.13:14,25.
106 -7 De twede eigenschap die wij (Proprium of) eigen noemen is de Voorzienigheid, welke bij ons niet anders is als die poginge die wij en in de geheele Natuur en in de bezondere dingen ondervinden, strekkende tot behoudenisse en bewaringe van haar zelfs wezen. Want het is openbaar, dat geen ding door zijn eige natuur zoude konnen tragten tot sijn selfs vernietinge; maar in tegendeel dat ieder dink in [zig] zelfs een poginge [heeft] om zig zelfs en in zijn stand te bewaaren en tot beter te brengen. Zo dat wij dan volgens deze onze beschrijvinge stellen een Algemeene en een bezondere voorzienigheid. De algemeene is die door de welke ieder zaak voortgebragt en onderhouden word voor zoveel zij zijn deelen van de geheele Natuur. De bezondere voorzienigheid is die poginge die ieder ding bezonder tot het bewaren van zijn wezen heeft voor zo veel ze niet als een deel van de Natuur, maar als een geheel aangemerkt word. Het welk met dit navolgende exempel verklaart word: Alle de leeden van de mensch woorden voorzien ende voorzorgt voor zo veel zij deelen van de mensch zijn, het welk de algemene voorzienigheid is: en de bezondere is die poginge, die ieder bezonder lit (als een geheel en geen deel van de mensch) tot het bewaren en onderhouden van zijn eijgen welstand heeft;
119 Alhier zullen wij dan nu aanvangen te spreken van die *eigenschappen welke gemeenlijk aan God toegepast worden en echter nogtans aan hem niet en behooren: als mede van die door welke men poogt God te bewijzen, dog vruchteloos: en meede van de wetten der warer beschrijvinge;
149 en alhoewel eenige hier uijt dat de Natuur van de mensch zonder die eigenschappen die wij zelfs toestaan zelfstandigheid [te] zijn, niet bestaan noch verstaan kan worden, pogen te bewijsen dat de mensch een zelfstandigheid is, zo heeft dat echter geen ander grondvest als valsche onderstellingen.