RECHT

RECHT (law) 12x+n+m;

regt 6x;

regte 3x;

reght;

reghte;

rechter

regtschapen;

regtvaardig 3x;

rechtvaardigheid 5x;

recht 353xB; rechter 102xB; rechtschapen 1xB; Daarom gaf Ik hem in de hand van den machtigste der heidenen, dat die hem rechtschapen zou behandelen; Ik dreef hem uit om zijn goddeloosheid. Ez.31:11;

exactus ~E; rect* 29xE;

047 meede in het water het welke van regte lankwerpige bestaat;

055 zo kan zij met veel grooter regt een doender als een leijder genoemt wor[den];

098 Dog dit zeggen komt hervoort, omdat niet regt begreepen wort, waarin de Ware Vrijheid;

99-100 Voorders als de menschen iets doen en men haar vraagt waarom zij dat doen, de antwoord is, omdat de rechtvaardigheidhet also vereischt. Vraagt men dan waarom de Rechtvaardigheidof liever de eerste oorzaak van dat alles dat regtvaardig is, zo moet de antwoord zijn, omdat de rechtvaardigheid dat zo wil. Maar eijlieve. Zoude de Rechtvaardigheid, denk ik, wel konnen nalaten rechtvaardig te zijn? Geenzins, want alsdan en kond'se geen Rechtvaardigheid wezen. Maar die geene de welke zeggen, dat God alles 't geen hij doet daarom doet, omdat het in zig zelfs goet is, deze zeg ik, zullen mogelijk denken, dat ze met ons niet verschillen. Doch 't verre daar af, want zij al voor God iets stellen te zijn aan het welk hij verpligt of verbonde zoude zijn, namelijk een oorzaak [f.37] die een begeerte heeft van dat dit goet en dat wederom rechtvaardig is en zoude zijn

111 't welk regt streidig is;

115 verwarringe in de Natuur is, kan met regt niet gezeid worden;

116 Dog wij hebben dit met regt in haar voor een onwetenheid aangemerkt;

122 zo en kan hij niet regt of wettelijk werden beschreeven.;

183 het welk wel naauwkeurig van een regtschapen Philosooph moet gemijd worden;

226 en de strafbare nedrigheid het reghte tegendeel;

243 Doch zo wij de zelve te regt willen inzien;

258 maar ook dan eerst reght zijn die wij behooren te zijn;

297 Want door haar zal een rechter nooijt meer partije van de eene als van als van de ander konnen werden en genoodzaakt zijnde om te straffen den eenen om te belonen den anderen, zal hij dat doen met inzigt om zo wel den eenen te helpen en te verbeteren als den anderen;