RUST

RUST 5x;

beweeging 10x;

beweging 28x+16n+4m;

roeringe;

ruste 16x+2n+3m;

rusten 6x;

stilte 13x+10n;

Hij stond, doch ik kende zijn gedaante niet; een beeltenis was voor mijn ogen; er was stilte, en ik hoorde een stem, zeggende, Job 4:16; En zij gingen tot Hem, en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan! en Hij, opgestaan zijnde, bestrafte den wind en de watergolven, en zij hielden op, en er werd stilte, Luc.8:24;

motus et quies, motus et quietis ratio 15xE (Corporis deinde motus et quies ab alio oriri debet corpore quod etiam; Dei naturam ita sese habere ut motus et quies et absolute ut omnia naturalia ...eodem modo sese habet ut motus et quies et omnia reliqua);

Related concepts: uitgebreidheid.

Motion and rest (17x) or rather the proportion of motion and rest, enables a quantitative conception (144sqq.) of paricular things as modifications (434) of the attribute of extension (cf.1,32c2; 134, 337). The editor of the notes and the appendix prefers 'beweging en stilte' above the expression 'beweging en rust'. The contemporary physical term 'roeringe in de stof' (Stevin: stofroersel) is used for motion and rest in the context of Burgerdijck's causes only (092; cf.135: also Natuur-weet is a Burgersdijck term). The doctrine of motion and rest in Spinoza both relates to Cartesius' esprits animaux and Hobbes' doctrine of motion (338sqq.).

034 Indien wij noodzaaklijk ergens moeten stuijten en rusten gelijk wij moeten, zo is 't noodzaakelijk te rusten op deze allene zelfstandigheid;

048 n Maar zegt gij, alss'er beweging in de stof is, die moet in een deel van de stoff zijn, want niet in 't geheel, dewijl die oneijndig is, want waar heen zou die bewogen worden? Buijten haar is niet; ergo dan in een deel. Antwoord: daar is geen beweging alleen, maar beweging en stilte zamen; en deze is in het geheel en moet daar in zijn, want daar is geen deel in de uijtgebreijdheijd;

056 Daar word voorder tegengeworpen, datter nootzakelijk een eerste oorzaak die dit lichaam doet bewegen, moet zijn, want het zig zelfs als 't rust onmogelijk niet bewegen kan: en aangezien het klaarlijk blijkt, datter in de Natuur ruste en beweginge is, zo moet die, meenen zij, nootzaakelijk van een uijtterlijke oorzaak herkoomen;

057 een oorzaak zou zijn indien het waarlijk ruste, om zig zelfs te beginnen te bewegen;

092 Ten vijfden. God is een Voornaame oorzaak van sijne werken die hij onmiddelijk geschaapen heeft als daar is de roeringe in de stof enz. in welke de min voorneeme oorzaak geen plaats kan hebben;

134 Wat dan nu aangaat de algemene natura naturata of die wijsen of schepzelen die onmiddelijk van God afhangen ofte geschapen zijn, dezer en kennen wij niet meer als twee namelijk de * beweginge in de Stoffe ende het verstaan inde denkende zaak >Nota. 't geen hier van de beweginge inde Stoffe gezeid word, is hier niet in ernst gezeid....];

135 Wat dan bezonderlijk aangaat de Beweginge aangezien die eigentlijker tot de verhandeling van de Natuur weet als wel hier behoord;

144 -7n 7. All en een ieder bezonder ding dat wezentlijk komt te zijn, dat word zulks door beweging en stilte en zo zijn alle de wijzen in de zelfstandige uijtgebreidbeid, die wij lichaam noemen. 8. De verscheidenheid der zelver ontstaat alleen door andere en andere proportie van beweginge en stilte , waar door Dit zo en niet zo, dit dit en niet dat is. 9. Uijt deze proportie dan van beweginge en stilte komt ook wezentlijk te zijn dit ons licham van't welk dan, niet min als van alle andere dingen, een kennisse, Idea enz. moet zijn in de denkende zaak en zo voort dan ook de ziel van ons. 10. Doch in andere proportie van beweginge en stilte was dit ons lichaam, een ongeboren kind zijnde en in gevolge daarna, en in andere zalt bestaan als wij dood zijn, en niet te min zal dan en was doen, zo wel een Idea, kennisse etc. van ons lichaam in de denkende zaak als nu; maar geenzins de zelve, dewijl het nu andens geproportioneerd is in beweging en stilte . 11. Om dan zo een Idea, Kennisse, wijze van denken in de zelfstandige denking te veroorzaaken als nu deze onze is, wort vereischt niet even eens wat lichaam (dan most het anders gekent woorden alst is), maar ook zulk een lichaam dat zo geproportioneert is van beweging en stilte en geen ander: want zoo 't lichaam is, zoo is de ziel, Idea, kennis etc. ... 14. Maar zo andere lichame zoo geweldig op het onse werken, dat de proportie van beweginge van 1. tot 3. niet kan blijven, dat is de dood en een vernietiging der Ziele, zo ze maar alleen is een Idea, kennisse etc. van dit zo geproportioneert lichaam in beweging en stilte;

201 onze Lievde moet rusten;

205 hoe de zelve alleen in God moet rusten etc;

218 Want hoe? Hij rust in dat goet, dat alle goet is en;

310 Zoo wanneer wij dan aanschouwen de uitgebreidheid alleen, zoo is't dat wij in de zelve niet anders gewaar worden als Beweeging en ruste , uijt de welke wij dan alle de uijtwerkingen die daar af herkomen, vinden >Eerst de uijtgebreijdheids werkinge die maar bestaat in beweginge en ruste uijt de welke alle de uijtwerkingen herkomen en die zoodanig dat geen ander zaak als zij zelve alleen haar kan veranderen]. en zoodanig zijn deze twe (*)wijzen >Twee wijsen: omdat de ruste geen Niet is.] in het lichaam, dat geen ander zaak en kan zijn die haar veranderen kan als alleen zij zelve;

311 maar wel door de beweginge, als wanneer een ander steen grooter beweeginge hebbende als sijne ruste , hem doet beweegen. Gelijk ook alzo de bewegende steen niet en zal komen te rusten, als door iets anders dat minder beweegt. Alzoo dat dan volgt dat geen wijze van denken in het lichaam of beweginge of ruste zal konnen brengen;

312 daar door te wege breng, dat de geesten die alreeds haare beweeginge niet en hadden zoodanig, nu nochtans dezelve derwaarts hebben;

318 Het welk [sc.gewaarworden] door niets anders word veroorsaakt als door Beweginge en Ruste te zaame >Geschied alleen door beweging en ruste en wat buijten deze de ziel gewaar word en komt niet voort van't lichaam.];

319 Doch aangezien wij nu al te vooren gezeid hebben dat de oorzaak van de Liefde, Haat en Droefheid niet en moet gezogt worden in het lichaam maar alleen in de ziele (want alle werkingen van het lichaam moeten hervoortkomen uijt beweeginge en ruste );

323 Die dan van de welke wij aldermaatigst (na de proportie der beweeginge en ruste waar af wij bestaan) bewogen worden, zijn ons alder aangenaamst;

332 een lichaam het welk geheel stil is en rust, zig zoude beginne te bewegen;

336 en hierom dan zo en kan ze ook geen steen die rust off stil leijt , beweegen: Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel. en hierom dan is't niet min klaar dat het onmogelijk is, dat een lichaam het welke geheel rust en stil is , zoude konnen bewogen worden door eenige manier van denken om reden als boven;

337 n zo stellen wij onbeschroomt dat sijn ziel niet anders is als deze Idea van dit zijn lichaam in de denkende zaak. en om dat dit lichaam een beweginge heeft en stilte (die geproportioneert is en ordinaar gealtereert word door de uijtterlijke voorwerpen) en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen (idea reflexiva). Doch ik zeg: omdat zij een proportie van beweging en stilte heeft, om datter geen werkinge kan geschieden in het lichaam zonder dat deze twe concurreren;

338 Wij schijnen klaarlijk te konnen zien dat wij nochtans in het lichaam eenige stilte konnen veroorzaaken. Want nadat wij onse geesten een langen tijd bewoogen hebben, zo ondervinden wij moede te zijn, het welke immers niet anders is als een stilte in de geeste , door ons te wege gebracht;

339 dat wel waar is dat de ziel een oorzaake is van deze stilte , doch niet als indirecte: Want zij en brengt de stilte in de beweginge niet onmiddelijk, maar alleen door andere lichaamen de welke zij dede bewegen, die dan noodzakelijk zo veel stilte hebben moeten ontbeeren als zij aan de geesten hadden mede gedeeld. Zo dat dan alomme blijkt dat in de natuur een en dezelve slagh van beweginge is;

352 Doch omdat deze Idea geenzins kan ruste vinden in de kennisse van het lichaam;

353 werkingen die wij in ons lichaam door de beweeginge der geesten gedurig gewaar worden;

380 Desgelijks is ook uijt het voorige klaar af te neemen hoe dat zonder Deught off (om beter te zeggen) zonder het bestuur des verstands alles ten verderve stort zonder eenige ruste te konnen genieten en wij als buijten ons element leven;

403 app. De dingen welke dadelijk onderscheiden worden, hebben of verscheide eigenschappen gelijk als Denking en Uijtgebreijdheid of worden toegepast aan verscheide eigenschappen als Verstaning en Beweeging; welkers eene behoort tot de Denking en het ander tot de Uijtgebreijdheid.;

434 Wij zullen dan hier voor onderstellen als een zake die bewezen is, dat in de uijtgebreidheid geen andere wijzinge is als beweging en stilte en dat ieder bezonder lichaamelijk ding niets anders is als een zeekere proportie van beweginge en stilte; ook soo zeer dat bij aldien in de uijtgebreijdheid niet anders was als alleen beweging of alleen stilte , soo en zoude in de geheele uijtgebreidheid niet konnen aangewezen worden of zijn eenig bezonder ding. Alsoo dat dan het menschelijk lichaam niet anders is als een seekere proportie van beweginge en stilte ;

435 Zo wanneer nu een van deze twee wijzingen of in meer of in min ( beweginge of stilte ) veranderen, zo veranderd zig ook na graden de Idea: Als e.g. zo de stilte zig komt te vermeerderen en de beweging te verminderen, zo word daar door veroorzaakt de pijne of droefheid die wij koude noemen: Zo dit integendeel geschied in de beweging , zo word daar door veroorzaakt de pijne die wij hitte noemen;

436 dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam, maar dat eenige meer van beweging en stilte hebben als andere, hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen. en wanneer het zij (en hier uijt ontstaat het onderscheid van gevoel uijt het slaan met een hout of ijzer op een zelve hand), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen, in zich verschillen en niet alle dezelve uijtwerkinge hebben, zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel. en wederom indien de verandering welke geschied in een deel, een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie, hier uijt ontstaat de blijdschap die wij ruste, vermakelijke oeffening en vrolijkheid noemen;