SPREKEN

SPREKEN 3x+n;

gesproken;

gesprooken 11x;

onwedersprekelijk 4x;

spreek;

spreeke 3x;

spreeken 19x+2n+m;

spreekende 2x;

spreekt;

spreek* 17xB (Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende); Dewijle dan dese dingen onwedersprekelick zijn, Hand.19:36;

loqu* 25xE (Ratio cur hic loquar de intellectu actu non est quia concedo; creanda vel magis proprie loquendo quia; in sola mentis potestate esse tam loqui quam tacere et alia multa quæ; credit se ex libero mentis decreto ea loqui quæ postea sobrius vellet tacuisse; plurimi ex libero mentis decreto credunt loqui cum tamen loquendi impetum quem habent; quod rem de qua hic loquor, utpote unicam adæquate explicet);

Related concepts: zeggen.

Used for treat, write. Less frequent for speak.

038 noch nooijt zo zij spreeken, zouden hebben konnen scheppen;

058 Tot hiertoe dan gesprooken van wat God is, zullen wij van sijn eijgenschappen maar gelijk als met een woord zeggen, hoe dat dezelve, welke ons bekent zijn, maar bestaan in twee, namelijk Denking en Uijtgebreijdheid: want hier spreeken wij maar alleen van eijgenschappen die [men] zoude eigene eijgenschappen Gods kunnen noemen;

071 O Begeerlijkheid: In deze uwe manier van spreken zie ik, zo mij dunkt, een zeer groote;

082 in het voorgebeelde waaraf wij nu spreeken, dit klaarlijk kond zien;

113 Vrijheid des menschen zullen handelen en spreeken;

119 Alhier zullen wij dan nu aanvangen te spreken van die *eigenschappen welke gemeenlijk;

141 [van] de algemeene en oneindige dingen hebben gesprooken, zo zullen wij nu;

144 omdat wij hier niet spreeken van een kennisse, Idea etc. die gheel;

152 Om dan aantevangen te spreeken van de *wijsen uijt de welke de mensch;

158 maar wel daar van gissen en meijnen gesprooken word;

167 alsoo't de plaats om daarvan te spreeken hier niet is, zo zullen wij dat nu hier voorbij gaan >Van de liefde uijt ware begrippen off klare kennisse word hier niet gehandeld, also die niet uijt waan komt; doch daar van ziet pag. … cap.22.] spreeken van het laatste en derde;

172 de Liefde waarvan hiervoor gesprooken is;

176 en dit zo al zijnde, spreekt hij niet de min daar af als de;

202 zo volgt onwedersprekelijk, dat als wij God komen te kennen;

215 wij dan op de zelfde wijze voortgaan en spreeken van de andere passien;

218 Ergo. Zo volgt onwederspreekelijk, dat iemand die sijn verstand wel;

219 Nu vervolgens dan zullen wij spreeken;

224 Ik en spreeke niet van de geveijsde, die om andere te bedriegen zonder te meenen haar verneederen: maar van zulke die de onvolmaaktheden die zij hun toepassen, ook zodanig meenen te zijn;

230 Vervaertheid zullen wij nu aanvangen te spreeken en een voor een na onse gewoonte voorne[men];

234 van de passien in dit kapittel vervat, gesprooken hebbende;

235 Nu hebben wij te spreken van die de welke ontstaan uijt;

242 >voor tegenwoordig doch kortelijk spreeken ];

246 Ik spreek van sulk lachgen, veroorzaakt door zeekere Idea die hem daar toe anport en geenzins van sulk lachgen, veroorzaakt door beweeginge der geesten. Van het selve (dewijl het nog op goet, nog op kwaad eenige opzicht heeft) hier te spreeken waar buijten ons oogmerk;

248 schaamtheid zullen wij nu mede kortelijk spreeken;

255 in de verhandelinge der passien zullen spreken;

262 Tot hier toe dan gesprooken hebbende van alles 't geen ons de derde manier of uijtwerkinge van het ware gelove aanwijst, zoo zullen wij nu voortgaan en spreeken van de vierde en laatste uijtwerkinge die bij ons pag.75 nog niet en is gesteld;

278 [in] de verhandeling van de zaak waaraf wij spreeken niet weinig en gebeurt;

280 Ik en spreeke dit niet van de algemene wille, die wij;

284 of niet te bevestigen, de waarheid te spreeken en niet te spreeken en zo voort;

301 Doch indien God(om zo te spreeken ) zoude willen, dat den mensch hem niet;

303 van het vrij worden der passien eerst te spreeken;

305 en dan zullen wij mede vervolgen te spreeken van onse Lievde tot God;

325 op zoodanig een wijze ook van het lichaam gesprooken hebben;

334 Doch staat aan te merken dat wij hier spreeken van zulke Idea' s die noodzakelijk;

345 dit onderscheid zo aangemerkt hebben, spreekende van de redenering en van het klaar vers[tand];

346 aangevangen van de ware kennisse te spreeken en zoo voort;

348 Hier uijt dan volgt onwederspreekelijk dat de kennisse die is;

359 (want tot noch toe hebben wij gesprooken van de liefde van ons tot God);

368 geschied off geschiede zoude konnen door gesprooken woorden off onmiddelijk zonder eenig;

369 beteikenisse van die woorden eerze tot hem gesproken wierden;

370 zoo blijkt daar uijt onwederspreekelijk dat geen dink altoos zoo naa;

374 daar wij nu al te vooren van gesprooken hebben;

427 van de welke wij nu gesprooken hebben;

429 op' t geene ik nu al gezeit hebbe spreekende van de eigenschappen;