STAAN

STAAN 8x+4n;

ontstaan;

*verstaan;

*vrijstaan;

bestaan;

tegenstaan;

staa;

staande 2x;

staat 19x+8m;

toestaan 4x;

toestaan;

025 tegendeel des zelfs zoude willen staande houden, die vraagen wij aldus;

031 zo weederom iemant het tegendeel mogt staande houden;

034 zo staat ons dan al wederom te zoeken de oorzaak;

038 Het eerste belangende, wij staan toe dat God niet meer kan scheppen;

038 Het eerste belangende, wij staan toe dat God niet meer kan scheppen;

050 Ne maar in tegendeel staa ik toe dat ons die niet alleen vrijstaan;

057 want wij staan toe, dat indien het lighaam een zaake was;

057 want wij staan toe, dat indien het lighaam een zaake;

086 Maar staat aan te merken, dat alschoon het;

112 dat bij ons te onderzoeken staat door welke;

121 vooraf gezien worden, wat zij ons al toe staan;

121 wat zij ons al toe staan;

124 met deze haare stellinge genoegzaam toestaan, dat zij een zeer kleene en geringe;

128 Even wel alschoon alle de Logici dit toestaan, ik en weet niet van waar zij dit hebbe;

134 doch dit kan hier so wel staan, dewijl op het selve niets gebouwd is;

149 zonder die eigenschappen die wij zelfs toestaan zelfstandigheid te zijn;

162 een besluijt maakt dat algemeen is, zo staat hij als verbaast, wanneer hij iet ziet;

163 zoud alzo wel verwonderd staan als Aristoteles die een besluijt gemaak[t heeft];

203 de kennisse Gods en zij staat voor(ex rerum natura);

203 En zoo staat God noodsakelijk voor in kennisse van;

208 dat als wij de dingen die ons te doen staan, sonder passien doen;

209 Maar staat te ondersoeken of sij ook niet ontstaat;

225 wat het is dat ons te doen staat om tot ons goet einde te geraaken;

225 zo zien wij wat ons te vermijden staat;

228 en wanen, met God wonder wel te staan;

239 die in deze passien staat, tot alle tijd;

250 Ne maar in tegendeel staa ik toe dat ons die niet alleen vrijstaa[t];

266 >..die in waarheid en een die in valscheid staat en met een voorbeeld verklaard.];

266 die kan wel waanen dat hij in waarheid staat;

269 >..boven een die daar niet in staat gezien werd.];

269 de volmaaktheid van een die in Waarheid staat, gesteld tegen een die in de zelve niet en staat;

269 volmaaktheid van de een die in waarheid staat boven een die daar niet in staat;

273 Dog't zij zo, nogtans moet men toe staan dat de Willing een modificatie is;

273 Dog't zij zo, nogtans moet men toe staan dat de Willing een modificatie is;

281 Dit en zullen eenige mogelijk niet toestaan.

292 >Ongerijmtheid die te volgen staat zo de begeerte vrij is.];

295 en als of wij niets verder behoefden, staan blijven; strijdende regelregt aan tegen;

305 is't geene ons nu te betoonen staat;

308 Soo staat dan nu aan te merken;

330 Het eerste is en tijdelijk en staat weder te komen doch het tweede is eeuwig;

334 Doch staat aan te merken dat wij hier spreeken van;

341 zal ons dan tegenwoordig te onderzoeken staan waar door het komt dat wij somtijds;

359 Wat dan mij te verhandelen staat, offer namentlijk;

384 zo worden wij genoodzaakt hier pal te staan en te rusten;

401 De Zelfstandigheid staat wegens sijn natuur voor alle zijne Toev[allen];

431 Maar staat nogh aan te merken dat deze wijzingen.