toedigten;
toegeijgent +2n;
toegeschreven n;
toeschrijft 2x;
toeschrijven 5x;
ad/sscr* ~E; attribu* 128xE; (~verbum); (at)trib*; (as)scrib* ~TIE; attribu*; affing* 2xE (potentiam illam quam vulgus Deo affingit, non tantum humanam esse; substantiis affingant; qui enim veras rerum causas ignorant);
Ascribe (toedichten) and appy (toepassen) are used for establishing as a property with more or less reason and do not concern attributes.
011 Het is wel waar, dat wij van een Idea die ons eenmaal eerst van de zaake zelfs is hergekomen, en so in abstracto algemeen van ons gemaakt sijnde, dat daarna van die zelve in ons verstand veel besondere worden versiert, die wij dan ook veel andere en van andere saaken afgetrokkene eijgenschappen konnen toedigten;
041 en zo veel wezentheijd als men het meer toeschrijft, zo veel eijgenschappen moetmen het ook meer toeschrijven;
045 ' t welk aan God alheel niet kan toegepast worden, dewijl hij een eenvoudig wezen;
059 Al wat dan de menschen aan God buijten deze twee eijgenschappen meer toeschrijven, dat zal (indien het anderzins tot hem behoord) moeten zijn off een uijtwendige benaming;
077 schrijft gij God op de eene tijd meer wezen toe als op de andere tijd;
101 zo zoude noodzakelijk moeten volgen na de stellinge der geener die God wille en verstand toeschrijven;
102 kan toegepast worden;
119 eigenschappen welke gemeenlijk aan God toegepast worden;
120 Voort alles dat gemeenlijk aan God werd toegeschreven, en zijn geen eijgenschappen, maar alleen zeekere wijzen, de welke hem toegeeigent mogen werden of;
126 Het zal dan nu ook tijd zijn, dat wij eens bezien die dingen de welke zij God toeschrijven en nochtans aan *hem niet en behooren. Als daar is Alwetende, Barmhertig, wijs, en zoo voort, welke dingen om dat ze maar zijn zeekere wijze van de denkende zaak en geenzins en bestaan noch verstaan konnen werden zonder die Zelfstandigheeden van dewelke zij wezens zijn en hierom dan ook aan hem die Een Wezen is zonder iets als uijt hem zelfs bestaande, niet en konnen toegepast worden;
148 zodat alles 't geene hij van denken heeft, zijn alleen maar Wijzen van die denkende eigenschap die wij aan God toegepast hebben. en wederom alles 't geen hij heeft van gestalte, beweginge, en andere dingen zijn desgelijks van die andere eigenschap die God toegepast is;
207 als dit zo is, zo en kan haar genes dings toegeeijgent worden
221 en werd alleen toegepast zo eenen, die na de regte waarde;
224 De Strafbare Nedrigheid >Van de strafbare Nedricheid] is, als iemand an zig toepast eenige onvolmaaktheid die aan hem niet behoort. Ik en spreeke niet van de geveijsde, die om andere te bedriegen zonder te meenen haar verneederen: maar van zulke die de onvolmaaktheden die zij hun toepassen, ook zodanig meenen te zijn;
226 Want wij zeiden dat zij toegepast word aan sulk een, dewelke eenige volmaaktheid die aan hem niet behoord, nochtans zig zelfs toeschrijft. en de strafbare nedrigheid het reghte tegendeel >Wat in de strafbare Nedrigheid.];
273 en ik kan haar niet dadelijks toe eigenen;
295 daarentegen alles wat wij doen Gode toe eigenen;
300 Ook brengt ons deze kennisse daar toe dat wij alles aan God toe eigenen >Ook aangepord om aan God alles toe te eigenen.];
308 Soo staat dan nu aan te merken, dat al de uijtwerkingen, die wij zien van de uijtgebreijdheid noodzaakelijk af te hangen, aan deze eigenschap moeten toegeijgent worden: gelijk de Beweginge en Ruste
313 Deze uijtwerkinge dan aangezien zij geene uijtgebreidheid met zig brengt, zo en kanze ook aan de zelve niet toegepast worden zonder alleen aan de denkinge >Waarom zij geen uijtgebreidheid is of aan dezelve kan toegepast worden, maar de oorzaak van alle hare veranderinge in de denkende zaak moet zoeken. Ziet daarvan pag…. Tot en voorbeeld zij de liefde.];
359 de welke in de schepzelen zijn en konnen toegepast worden;
403 Denking en Uijtgebreijdheid of worden toegepast aan verscheide eigenschappen;
409 Geen zelfstandigheid wezentlijk zijnde en kan toegepast worden een en de zelve eigenschap welke toegepast word aan een ander zelfstandigheid of (het welk hetzelvde is) in de Natuur en konnen geen twee zelfstandigheeden zijn tenzij zij dadelijk onderscheiden werden.