UIT

UIT uijt 155x+29n+69m; uyt;

sta dat de mensch voor zo veel hij  uijt  geest , ziele , of lichaam bestaat , een selfstandigheid is . Want

ook telkens de ziel . 13 . en deze verandering van ons ontstaande  uijt  andere lichaamen die op ons werken , en kan niet zijn zonder dat

er de zaak bestaan noch verstaan kan worden . Van deze wijsen dan  uijt  de welke de mensch bestaat , zullen wij dan nu in den aanvang des

zo zullen wij zeggen ( 1 ) wat zij zijn , ( 2 ) ten anderen hare  uijt  werkingen , en ten 3 . haare oorzaak . 1 . Belangende het eerste

t en dan met het eerste deild , dat men als dan een vierde getaal  uijt  vind dat de zelvde gelijkmatigheid heeft met het derde als het twede

opinien en waan uijt de zelve Van de droefheid . Ontstaat alleen  uijt  de waan en is nodig daar af bevrijd te zijn omdat ze ons hindert

chrijving des zelfs geeft ook te kennen dat zij ontstaat ontstaan  uijt  zekere waan . Want wij zeiden dat zij toegepast word aan sulk een

' t gelove aanwijst in deze volgende tien , die namelijk ontstaan  uijt  de begrippen die wij van een saake hebben ] . en dan welke van deze

off de kennisse sijns zelfs , de ervaring en redenering . en ook  uijt  alle deze ( gelijk ook omdat onse ziel vereenigt is met God en een