uijterlijk 5x+n;
uijtterlijk 12x+n+2m;
uijtwendige 6x;
extrins* 5xE: notiones/ denominationes extrinsecas (4x): nihil ergo realitatis aut perfectionis idea vera habet præ falsa (quandoquidem per solam denominationem extrinsecam distinguuntur), 2,44s; Hinc sequitur I° nullam dari causam quæ Deum extrinsece vel intrinsece præter ipsius naturæ perfectionem incitet ad agendum, 1,17c1; extern* 142xE (causa 53x, corpora, objecta. res extern*): quia assueti sunt eas solummodo res contemplari quæ a causis externis fiunt et ex his quæ cito fiunt hoc est quæ facile existunt, 1,11s; Nulla res nisi a causa externa potest destrui, 2,4;
Related concept: vrij, innerlijk, oorzaak.
What is determined by external causes cannot be free. All causes are external except for self-determining causes. The concept 'uiterlijk' so finds application in a wild range of less desirable external factors like the passions and other forms of inadequate cognitions. The concept does has no correspondence in Burgersdijck (causa libera/ necessaria) and seems to substitute his 'noodt-zaaklijke oorzaak' (~KV).
009 dewijl het menschelijk verstand bepaald is en door geen uijtterlijke dingen bepaald wordende om dit eerder als dat en Dat eerder als Dit te verstaan, zo zoude het onmogelijk zijn, dat het volgens de derde regel iets zoude konnen verstaan;
010 Uijt alle het welk dan het twede bewezen word, namelijk Dat de oorzaak van de Idea des mensche niet is sijne verzieringe maar eenige uijtwendige oorzaak, die hem dringt het eene eerder als het andere te verstaan;
019 Ja nog beter a priori. Want de dingen die men als zodanig bewijst, moet men door haar uijtterlijke oorzake betonen, het welke in haar is een openbaare onvolmaaktheid, als de welke hun zelve door hun zelve niet en konnen te kennen geven, maar alleen door uijtterlijke oorzaaken. Dog God, de eerste oorzaak aller dingen en ook de oorzaak zijns zelfs, die geeft hem zelve te kenne door hem zelve;
056 Daar word voorder tegengeworpen, datter nootzakelijk een eerste oorzaak die dit lichaam doet bewegen, moet zijn, want het zig zelfs als 't rust onmogelijk niet bewegen kan: en aangezien het klaarlijk blijkt, datter in de Natuur ruste en beweginge is, zo moet die, meenen zij, nootzaakelijk van een uijtterlijke oorzaak herkoomen;
059 Al wat de menschen aan God buijten deze twee eijgenschappen meer toeschrijven, dat zal (indien het anderzins tot hem behoord) moeten zijn off een uijtwendige benaming, gelijker wijs als dat hij is door zig zelfs bestaande, Eewig, Eenig, Onveranderlijk enz;
098 Dat God alleen de enigste vrije oorzaak is, is niet alleen uijt het geene nu gezeid is klaar, maar ook hierdoor namentlijk dat'er buijten hem geene uijtwendige oorzaak is, die hem soude dwingen of noodzaaken; al het welk in de geschapen dingen geen plaats heeft;
113 en hier uijt dan blijkt meede dat deze en geene wille van den mensch (...) ook een uijterlijke oorzaak, van de welke zij noodzaakelijk veroorzaakt word, moet hebben;
132 zo is 't genoeg dat wij hem door zig zelfs bewijzen. en is zulk bewijs ook veel bondiger als dat aposteriori, 't welk gemeenlijk niet als door uijtwendige oorzaaken geschied;
271 zo dat dan daaruijt volgt, dat eer onse begeerte zich uijterlijk tot iets uijtstrekt, in ons alvoorens een besluijt is gegaan van dat zulk iet goet is;
272 n 'T is zeeker dat het bijzonder willen moet hebben een uijterlijke oorzaak door de welke datze zij, want aangezien tot het wezen des zelfs de wezentlijkheid niet en behoord, zoo moet ze noodzakelijk zijn door de wezentlijkheid van iets anders;
277 Zoo komt het nu dan daarop aan, of deze Bevestiging van ons vrijwillig of genoodzaakt geschied >Dat de oorzaak niet vrij is siet pag. …], dat is, of wij iets van een zaak bevestigen of ontkennen zonder dat eenige uijtwendige oorzaak ons tot zulks dwingt. Doch bij ons is al bewezen, dat een zaak niet door zig zelfs wordende verklaart of welkers wezentlijkheid niet aan sijn Wezentheid is behorende, noodwendig een uijtterlijke oorzaak moet hebben: en dat een oorzaak die iets zal voortbrengen, zulks noodzaakelijk moet voortbrengen: Zo dan ook moet volgen dat dit of dat bezonderlijk te willen, dit of dat van een zaak bezonderlijk te bevestigen of te ontkennen, dat zulks zeg ik, dan ook door eenige uijtwendige oorzaak moet voortkomen: gelijk ook de beschrijving die wij van de oorzaak gegeven hebben is, dat ze niet vrij kan zijn;
289 Zoo is dan nu overig te onderzoeken of deze Begeerte vrij of niet vrij is. Behalven dan dat wij alreeds gezeid hebben, dat de Begeerte van het begrip der zaaken afhangt en dat het verstaan een uijtterlijke oorzaak moet hebben en behalven ook 't geene wij van de wille gezeid hebben, zo is dan nog overig te betoonen dat de Begeerte niet vrij is;
337 en om dat dit lichaam een beweginge heeft en stilte (die geproportioneert is en ordinaar gealtereert word door de uijtterlijke voorwerpen) en om datter geen alteratie in 't voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk in de Idea het zelve geschied, hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen (idea reflexiva);
369 en het zelve dat wij hier van de woorden zeggen, willen wij mede gezeid hebben van alle uijterlijke tekenen >Nog ook niet met eenig uijtterlijk teijken.]. en zo achten wij het dan onmogelijk dat God door middel van eenig uijtterlijk teeken zich zelve aan de menschen zoude konnen bekend maaken;
388 Alle lijding de welke is van niet zijn tot zijn of van zijn tot niet zijn, die moet voortkomen van een uijtterlijke doende en niet van een innerlijke;
389 Al wat niet en is voortgebracht van uijtterlijke oorzaaken, dat en kan ook dan met dezelve geen gemeenschap hebben en dienvolgende en zal het van de zelve noch veranderd noch verwisselt konnen worden.;
390 Al het gevrogte van een inblijvende off innerlijke oorzaak (...) en is niet mogelijk te konnen vergaan noch te veranderen zo lang deze sijne oorzaak blijft. Want een sodanig gevrocht gelijk het niet en is voortgebragt van uijtterlijke oorzaaken, zo en kan het selve niet verandert worden volgens de 3e stelling. en dewijl heel geen zaake als door uijtterlijke oorzaaken en kan komen te vernietigen, zo en is niet mogelijk dat dit gevrogte soude konnen komen te vergaan zo lange sijne oorzaak duurd volgens de 2e stelling;
394 en om dat het [sc.ware verstand] niet is voortgekomen uijt uijtterlijke oorzaaken, maar van God, zoo en kan het van de zelve geen veranderinge ontfangen volgens de 3e stelling;
398 welke daar zij de menschelijke vrijheid >De slavernij van een zaake bestaat in onderworpen aan uijtterlijke oorzaaken;
de vrijheid daar en tegen, aan de zelve niet onderworpen, maar daar van bevrijd te zijn.]>Uijt dit gezeide blijkt dan ook welke dingen in onze magt en aan geen uijtterlijke oorzaaken onderworpen zijn;
399 Dat het [sc.onsterfelijkheid van de ziel] namelijk is een vaste wezentlijkheid de welke ons verstand door de onmiddelijke vereeniginge met God verkrijgt om en in zich zelve te konnen voortbrengen denkbeelden en buijten zig zelve gevroghten, met sijn natuur wel overeen komende zonder nochtans dat noch zijne gevroghten aan eenige uijtterlijke oorzaaken onderworpen zijn om door dezelve te konnen of veranderd of verwisseld worden. Soo blijkt met eenen ook uijt het geene gezeijd is, welke daar zijn de dingen die in onse magt en aan geen uijterlijke oorzaaken onderworpen zijn, gelijk wij hier ook mede en dat op een andere wijze als te vooren, hebben bewezen de eeuwige en bestandige duuring van ons verstand. en dan eijndelijk welke gevroghten het zijn, die wij boven alle andere hebben te waarderen;
436 en wanneer het zij (...), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen, in zich verschillen en niet alle dezelve uijtwerkinge hebben, zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel.