VERSCHEIDEN

VERSCHEIDEN 3x+2m;

verscheide 18x+m;

verscheidenheid 3x+2n;

verscheijde 6x+n;

verschil 2x;

verschild;

verschillen 4x+8n;

verschilt m;

veschillende (+van);

verschil: De (eene) sterre verschilt in heerlickheyt van de (andere) sterre, 1Cor.15;

Related concepts: onderscheiden.

'Verscheiden' and 'verschillend' function synonymously for different (verschillend) and distinguished (onderscheiden). Besides 'verschillen' is used for being different by differentia specifica or deviate by specific characteristics.

008 De verscheidenheid der zelver ontstaat alleen door andere;

016 dat het oneijndige van geen verscheide bepaalde deelen kan tezamengezet worden;

023 Want van waar heeft ze dat daar in ze verschilt van God? Niet van God altijd;

041 maar een eenig wezen is en geenzins verscheijde, want wij die de eene zonder de ander;

042 In de welke zo verscheijde wezens waaren, zo en konde de eene;

043 Dat is, zo verscheijde selfstandigheden waren die niet tot een;

046 Ten 2. een zaake te zaamen gezet van verscheide deelen, moet zodanig zijn, dat de delen deszelfs in het bezonder genomen de een zonder de ander kan bevat en verstaan worden. Als bij Exempel in een uurwerk, dat van veele verscheide raderen en touwen en anders is te zaamen gezet: daar in kan zeg ik, een ijder rad, touw, etc. bezonder bevat en verstaan worden zonder dat het geheel zo als 't samengezet is daar toe van nooden is;

050 Doet hier nog bij: indien zij van verscheijde deelen zoude bestaan, zo zoude dan;

053 zo wanneer de doender en de lijder verscheijden zijn, is een tastelijke onvolmaaktheid;

069 Dat gij dan, O Begeerlijkheid, zegd verscheide zelfstandigheden te zien, dat is zeg ik;

070 gevoelen, verstaan, beminnen, enz. verscheijde wijzen zijn van' t geen gij een denkend;

079 die heeft van houwt gemaakt verscheijde gedaante na de gelijkenis van de deelen;

083 Z Doet hierbij dat het geheel maar is een wezen van Reeden en niet en verschild van 't algemeen als alleen hier in, dat het algemeen gemaakt word van verscheide Niet-vereenigde ondeilbaare, maar het Geheel van verscheide Vereenigde ondeilbaare; en ook hierin, dat het Algemeen maar begrijpt deelen van hetzelve geslagt, maar het Geheel deelen en van hetzelve en van een ander geslagt;

093 dog alleen in opzigt dat bij verscheide werken voortbrengt, anders kan zulks;

118 twee dingen met den anderen off onder verscheide opzigten vergelijken;

100 denken, dat ze met ons niet verschillen;

137 alle betrekkingen, die opzigt op verscheide zaaken hebben en deze noemen wij;

153 t tweede en derde alschoon die onderling verschillen, zoo en konnen die echter niet doolen;

157 te verhandelen de uijtwerkingen van de verscheide kennissen waarvan wij in' t voorgaande;

158 >Ziet de beschrijvinge van 't gelove pag. …; en waar in het bevestigende genomen voor de wille, van het gelove verschilt, pag...];

177 n om het daar door te onderscheiden, en van de waan die altijd twijffelachtig en doling onderworpen is en van 't weeten dat niet bestaat in overtuijging van Redenen, maar in een onmiddelijke vereeniginge met de zaak zelve. Dat de Zaake waarlijk en sodanig is buijten mijn verstand seg ik: waarlijk, omdat mij de redenen in dezen niet en konnen bedriegen want anders en verschilden ze niet van de waan; sodanig, want het kan mij maar alleen aanzeggen wat de zaake behoort te zijn en niet wat zij waarlijk is, anderzins verschilde ze niet van 't weten;

188 na de voorwerpen die haar voorkomen, ook verscheiden >Is ook verscheiden na de voorwerpen in beter en slechter.];

191 En verschieden naar de hoedanigheid van' t voorwerp;

264 niet dadelijk, maar alleen door reeden verschillen;

272 n De Wille dan genomen voor de Bevestiging of het Besluijt, die verschilt hier in van het Waare Geloove datze zig uijtstrekt ook tot het geen niet waarlijk goet is ... Maar van de Waan verschilt zij ook hier in dat zij wel t'eeniger tijd zoude konnen onfeijlbaar en zeeker zijn;

273 dan nootzakelijk het Verstand en de Wil verscheidene en dadelijke onderscheidene zelfstandig;

290 dat de kennisse die de mensch van verscheide zaaken heeft, een middel is waar door;

325 zulk een voorwerwp, dat ten eene maal verscheide zoude zijn van de ziel en dienvolgende;

326 want 't en zoude niet meer in de natuur konnen verschillen (uijt welke verscheidenheid van voorwerpen de veranderinge in de ziel ontstaat) als deze die van 't een uijt eijnde tot het ander verschille;

333 hoe deze eene wijs die oneindig verschilt van de ander, in de ander werkt;

335 Namelijk doen zeiden wij dat schoon de Natuur verscheide eigenschappen heeft, het evenwel maar een eenig Wezen is >Antwoord op de zelve. De Natuur heeft wel verscheide eigenschappen maar is maar en eenig wezen.];

336 datter in de denkende zaak zijn twee verscheide Ideen;

354 zo wanneer wij geheel andere uijtwerkingen van liefde gestelt na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp, in ons gewaar worden. en zo veel van de eerste verschillende, als daar is het verschil van lichaamelijk en onlichaamelijk, geest en vleesch;

402 De dingen welke verscheiden zijn, worden onderscheiden of dadelijk;

403 hebben of verscheide eigenschappen gelijk als Denking en Uijtgebreijdheid of worden toegepast aan verscheide eigenschappen als Verstaning en Beweeging;

404 De dingen welke verscheide eigenschappen hebben als mede de dingen welke behooren tot verscheide eigenschappen, en hebben in zich geen;

410 De zelfstandigheden twee zijnde, zijn verscheiden en dienvolgende[Ax. 2] worden ondersch[eiden];

412 want het verschil tusschen hun [=beide zelfstandigheden]is dadelijk en en gevolglijk zo en kan zij [=de ene zlefstandigheid] die (wezentlijkheid) niet voortbrengen;

436 en zo wanneer het zij (en hier uijt ontstaat de verscheide wijs van pijn, die wij gevoelen, als ons met een stokje in de oogen of op de handen geslagen word), dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam, maar dat eenige meer van beweging en stilte hebben als andere, hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen. en wanneer het zij (en hier uijt ontstaat het onderscheid van gevoel uijt het slaan met een hout of ijzer op een zelve hand), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen, in zich verschillen en niet alle dezelve uijtwerkinge hebben, zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel. en wederom indien de verandering welke geschied in een deel, een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie, hier uijt ontstaat de blijdschap die wij ruste, vermakelijke oeffening en vrolijkheid noemen.