VERSIEREN

VERSIEREN:

versiert;

verzierd +2n;

verzieringe 4x;

verzierzel 3m;

*versier* 36xB (o jonkvrouw Israels! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen);

fing* 10xE (nempe notiones quas fingere solemus ex eo quod ejusdem speciei aut; Exempli gratia qui equum alatum fingit, non ideo concedit dari equum alatum; tam arbores quam homines loquentes fingunt et homines tam ex lapidibus quam; Sic etiam alii postquam fingunt lineam ex punctis componi); fict* 2xE (similes facultates vel prorsus fictitias vel nihil esse præter entia metaphysica; nam hoc fictitium esse demonstravimus)

Related concepts: toedichten, toeschrijven.

The ordinary 17th century term for fiction is 'versiering'. It is not very common in KV and its use concentrates around 010 about the question if selfevident knowledge (ideas) can be fictitious.

008 Indien de verzieringe van de mensch alleen oorzaak was van zijn Idea, zo zoude het onmogelijk zijn, dat hij iet zoude konnen begrijpen;

010 dat de oorzaak van de Idea des mensche niet is sijne verzieringe maar eenige uijtwendige oorzaak, die hem dringt het eene eerder als het andere te verstaan;

011 n Vorders te zeggen dat deze Idea een verzieringe is, dat is ook vals: want het is onmogelijk die te hebben zoo z'er niet en is: en dit word hier nu getoont pag. 2. daar wij dit nog bij doen. Het is wel waar, dat wij van een Idea die ons eenmaal eerst van de zaake zelfs is hergekomen, en so in abstracto algemeen van ons gemaakt sijnde, dat daarna van die zelve in ons verstand veel besondere worden versiert, die wij dan ook veel andere en van andere saaken afgetrokkene eijgenschappen konnen toedigten;

012 n Doch eens gesteld dat deze Idea een versierzel is, zoo moeten dan alle *andere Ideas die wij hebben, niet min versiersels zijn;

013 n Alsoo dat alschoon ik eerst dacht, dat ik die verzierd hadde, daarna nochtans gedwongen worde te zeggen dat sij niet te min hetzelve zijn en zouden zijn, schoon ik of geen mensch ooijt om haar gedagt hadde. en hierom dan en zijn zij van mij niet verzierd en moeten ook buijten mij een subjectum hebben het welk ik niet en ben, zonder welk subjectum sij niet en konnen zijn;

279 Doch aangezien de Wil gelijk wij gezeid hebben, maar een Idea is van dit of dat te willen en daarom maar een wijze van denken een ens rationis en geen ens reale >Daar zij nochtans maar een Idea van dit of dat te willen en geen zaake in de natuur.] .... en zo meen ik ook als wij getoond hebben, dat de wille geen zaak is in de Natuur, maar alleen een verzieringe;

299 zo brengt ons deze kennisse daartoe dat wij voor God niet en zullen vrezen gelijk andere voor de duijvel die zij verzierd hebben ten eijnde hij haar geen kwaad zoude doen;

377 Want wij hebben niet gelijk andere, om de oorzaake van Haat, Nijd, Toornigheid en dier gelijke Passien te vinden, van noden Duijvelen te stellen; dewijle wij die zonder zodanige verzieringe genoegzaam gevonden hebben.