versta;
verstaa 2x;
verstaande;
verstaanlijk;
verstaat 3x+m;
verstand 125xB;
verstand 56x+16n+4m;
verstandelijk +2n+m;
verstandige 2x;
verstands 2x;
verstaning;
versta* 370xB (de verstandigen zullen het verstaan; Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal);
intellect* 91xE; intell* 328xE: intellig* (+clare et distincte); concip* 218xE (+esse: esse neque concipi potest); percip* 77xE (+clare et distincte);
Forms with versta* (understand) occur 167 times in KV (76x verstand*; 91x versta*): klaar en onderscheidelijk verstaan [clare et distincte intelligere]; bevat en verstaan worden; bestaan noch verstaan worden. 'Verstand' generally translates intellectus; 'verstaning' only occurs in the appendix for the attribute cogitation, whereas teh expressions 'verstandige en uitgebreide zelfstandigheid' (064 sqq.) for the attributes only occur in the dialogues.
001Alles wat wij klaar en onderscheiden verstaan aan de *Natuur van een zaak te behooren [] konnen wij klaar en onderscheidentlijk verstaan. Ergo;
007 Om het eerste dezes bewijsredens te tonen, zo stellen wij deze volgende grond regulen, te weten: 1. Dat de kennelijke dingen oneijndelijk zijn; 2. Dat een eijndig verstand het oneijndige niet kan begrijpen; 3. Dat een eijndig verstand door zigzelfs ten zij het van iet van buijten bepaald wordt, niet en kan verstaan; omdat gelijck het geen magt heeft alles gelijkelijk te verstaan , alzo wijnig heeft het ook magt om te konnen Exempli gratiâ, dit eer als dat of dat eer als dit beginnen of aanvangen te verstaan . Het eerste dan nog ook het tweede niet konnende, zo en kan het niets;
009 dewijl het menschelijk verstand bepaald is en;
010 welkers voorwerpelijke wezentheid in zijn verstand is;
011 dat daarna van die zelve in ons verstand veel besondere worden versiert;
016 Dat nu de mensch de Idea van God heeft, zulks is klaar, dewijl hij sijne *eijgenschappen verstaat , welke eijgenschappen van hem niet konnen voortgebragt worden, omdat hij onvolmaakt is. Maar dat hij nu deze eigenschappen verstaat , is hier uijt blijkelijk, dat hij namelijk weet, dat het oneijndige van geen verscheide bepaalde deelen kan tezamengezet worden;
017 dewijl hy' t geen aan God eigen is verstaat;
022 1. *Datter geene bepaalde zelfstandigheid en is, maar dat alle zelfstandigheid in zijn geslagte oneijndelijk volmaakt moet zijn, te wete, dat in het oneijndelijke verstand Gods geen zelfstandigheid volmaakter kan zijn als die alreeds in de Natuur is. 2. Dat er ook geen twe gelijke zelfstandigheeden zijn. 3. Dat d'eene zelfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen. 4. Datter in het oneijndelijke verstand Gods geen zelfstandigheid is als die formelijk in de Natuur is;
033 dat en konnen wij met ons verstand niet begrijpen;
035 of eijgenschappen in het oneijndelijk verstand Gods zijn als die formelijk in de Natuur;
037 dat geen ding in het oneijndelijk verstand Gods is als' t geen formelijk in de Natuur;
044 zelfstandige denking en uijtgebreidheid verstaande, zoo verstaan wij die niet als in haar;
064 Z Want hoe? Ik zie dat de verstandige zelfstandigheid geen gemeenschap heeft met de uijtgebreide selfstandigheid en dat d'een de andere bepaald;
069 Z en bijaldien gij [f.21] dan het lighamelijke en het verstandige wilt noemen zelfstandigheeden in opzigt van de wijzen die daar van afhangig zijn, wel aan, zo moet gij haar dan ook wijzen noemen in opzigt van de zelfstandigheden van de welke zij afhangen;
077 Z ' T geen gij mij wilt zeggen, verstaa ik nu genoegzaam;
095 konnen verstaan werden als hij die verstaat, alsoo konnen van hem alle dingen so;
134 beweginge in de Stoffe ende het verstaan inde denkende zaak;
135 dat ze nog door zig zelfs bestaan noch verstaan kan worden;
142 omdat ik geen zins versta dat de mensch voor zo veel hij uijt;
161 en om dit wel en verstaanlijk te doen zo zullen wij eenige vande bezondere der selve [sc.passien] voorneemen en daar in dan als in Voorbeelden betonen 't geene wij zeggen;
163 maar als een Boer zeid een hond, zo verstaat hij stilzwijgent al' t zelve dat Arisitoteles;
177 anderzins verschilde ze [sc.het geloof] niet van 't weten; buijten, want het doet ons verstandelijk niet het geen in ons, maar 't geene buijten ons is, genieten;
178 De tweede uijtwerkinge van't ware geloof is, dat ze ons brengt tot een klaar verstand door 't welk wij God liefhebben en ons alsoo verstandelijk doet gewaar worden die dingen die niet in ons maar buijten ons zijn >De 2.uijtwerkinge, dat ze ons verstandelijke doet genieten de zake die zij buijten ons aanwijst en vertoond; dat is klaar en onderscheide kennen, niet de zake zelve, maar wat ze moet zijn.];
200 Op datmen ons wel verstaa, wij en willen niet zeggen, dat wij een;
323 't welk de ziel wel gewaar word doch niet en werkt: want die werkende, zijn de verheugingen waarlijk en van een ander slag. Want dan werkt geen lichaam in lichaam, maar de verstandelijke ziel gebruijkt het lichaam als een werktuijg en gevolglijk, hoe de ziel hier meer in werkt hoe het gevoel volmaakter is;
381 Alzoo dat schoon ook voor het verstand uijt kragt van kennisse en goddelijke;
383 verkiezen wij hierom het bestuur onzes verstands;
395 Alle de gevrochte van het verstand die met hem vereenigt zijn, zijn;
399 is een vaste wezentlijkheid de welke ons verstand door de onmiddelijke vereeniginge met G[od];
403 Ax.3 De dingen welke dadelijk onderscheiden worden, hebben of verscheide eigenschappen gelijk als Denking en Uijtgebreijdheid of worden toegepast aan verscheide eigenschappen als Verstaning en Beweeging; welkers eene behoort tot de Denking en het ander tot de Uijtgebreijdheid;
421 Om nu te verstaan hoedanig deze Wijzing zij die wil ziel;
429 deze beschrijvinge wat bezonderlijker te verstaan, dient acht geslaagen op' t geene;
432 verstaande onder het gezeide niet alleen de Ideen;
001konnen wij klaar en onderscheidentlijk versta an . Ergo. versta at de bepaalde natu;
0011. 1Alles wat wij klaar en onderscheiden versta an aan de *Natuur van een zaak te behooren;
007 dat eer als dit beginnen of aanvangen te versta an . Het eerste dat dan nog ook het tweede;
007 e niet kan begrijpen; 3. Dat een eijndig versta nd door zigzelfs ten zij het van iet van b;
007 en oneijndelijk zijn; 2. Dat een eijndig versta nd het oneijndige niet kan begrijpen; 3. D;
007 het geen magt heeft alles gelijkelijk te versta an , alzo wijnig heeft het ook magt om te k;
007 t van buijten bepaald wordt, niet en kan versta an; omdat gelijck[f. 2] het geen magt hee;
009 eerder als dat en Dat eerder als Dit te versta an , zo zoude het onmogelijk zijn, dat het ;
009 tweede grondregel en kan hij niet alles versta an , dewijl het menschelijk versta nd bepaal;
009 t alles versta an, dewijl het menschelijk versta nd bepaald is en door geen uijtterlijke di;
009 volgens de derde regel iets zoude konnen versta an .
010 dringt het eene eerder als het andere te versta an , Zijnde niet anders als dat die dingen;
010 elkers voorwerpelijke wezentheid in zijn versta nd is. Soo nu de mensch de Idea van God he;
011 sijnde, dat daarna van die zelve in ons versta nd veel besondere worden versiert, die wij;
016 klaar, dewijl hij sijne *eijgenschappen versta at , welke eijgenschappen van hem niet konn;
016 t is. Maar dat hij nu deze eigenschappen versta at , is hier uijt blijkelijk, dat hij namel;
017 s' t, dewijl hy' t geen aan God eigen is versta at; want die dingen sijn geen eigenschappe;
022 zijn, te wete, dat in het oneijndelijke versta nd Gods geen zelfstandigheid volmaakter ka;
022 tbrengen. 4. Datter in het oneijndelijke versta nd Gods geen zelfstandigheid is als die fo;
033 voortgekomen, dat en konnen wij met ons versta nd niet begrijpen.
035 id of eijgenschappen in het oneijndelijk versta nd Gods zijn als die formelijk in de Natuu;
037 ntlijk dat geen ding in het oneijndelijk versta nd Gods is als' t geen formelijk in de Nat;
038 , dat hij alles wat in zijn oneijndelijk versta nd was, geschapen heeft als dat hij het ni;
039 eggen, dat hij ook alles wat hij in zijn versta nd hadde, heeft voortgebragt en gemaakt, d;
039 heid: Ergo. Dog indien God alles in zijn versta nd heeft en door zijn oneijndelijke volmaa;
040 at alles gelijkelijk in het oneijndelijk versta nd Gods is en dat' er geen oorzaak is, waa;
041 de ander klaar en onderscheijden konnen versta an , die zijn deze: 1. omdat wij nu al voor;
041 moet zijn, door hetwelke niet anders kan versta an worden als zodaanig een wezen van' t we;
044 zelfstandige denking en uijtgebreidheid versta ande , zoo versta an wij die niet als in haar;
044 nking en uijtgebreidheid versta ande, zoo versta an wij die niet als in haar wesen en niet;
044 ot iets anders behooren: Dat is, met ons versta nd de zelfstandige denking en uijtgebreidh;
046 ijder rad, touw, etc. bezonder bevat en versta an worden zonder dat het geheel zo als' t ;
046 omen de een zonder de ander kan bevat en versta an worden. Als bij Exempel in een uurwerk,;
047 en deszelfs bezonder zoude konnen worden versta an , dewijl zij in haar natuur moet oneijnd;
047 estaat, kan ijder deel deszelfs bevat en versta an worden en bestaan zonder' t geheel; Maa;
049 breidheijd deeld, dat deel dat gij met U versta nd van haar afsnijd, kont gij ook na de na;
050 nooijt bepaald off eijndig kan zijn off versta an worden.
050 eelen zoude bestaan, zo zoude dan konnen versta an worden, dat eenige deelen deszelfs vern;
052 t of vernietigt word, zo word dat alleen versta an van de mensch ten aanzien hij zo een ts;
054 n een ander lijd, gelijk als daar is het versta nd , het welke, zo ook de Philosophen zegge;
060 pag. et seq. cap. 7]. Maar tot een beter versta nd dezes en nader opening hebben wij goet;
064 en overeen komt. Want hoe? Ik zie dat de versta ndige zelfstandigheid[f. 19] geen gemeenscha;
067 het zig zelfs kenne en met een moet gij versta an dat de kennisse van zig zelfs alleen mi;
069 gij[f. 21] dan het lighamelijke en het versta ndige wilt noemen zelfstandigheeden in opzigt;
070 ezelve manier, als het willen, gevoelen, versta an , beminnen, enz. verscheijde wijzen zijn;
074 n sijn begrippen. en daarom word ook het versta nd van mij( voor zo veel of in opzigt het ;
077 03 ERASMUS:' T geen gij mij wilt zeggen, versta a ik nu genoegzaam; maar ik merke ook aan;
079 5 Ik zal u, op dat gij mij te beter zoud versta an , een voorbeeld stellen. Een beeldhouwer;
085 eer van nooden is geweest om een zodanig versta nd voort te brengen als alleen de eigensch;
085 zie dat gij besluijt dat het menschelijk versta nd onsterfelijk is, omdat het een gevrogt;
090 ingen geenzins en konnen nog bestaan nog versta an worden zonder nog buijten hem. Weshalve;
090 t zij niet anders als Adjectiva die niet versta an konnen worden zonder haar Substantiva. ;
095 akter konnen versta an werden als hij die versta at , alsoo konnen van hem alle dingen so vo;
095 n worden, van hem niet volmaakter konnen versta an werden als hij die versta at, alsoo konn;
095 n; en gelijkerwijs de dingen die van hem versta an worden, van hem niet volmaakter konnen ;
101 de stellinge der geener die God wille en versta nd toeschrijven, dat dan beide God beide e;
101 od beide en een ander wille en een ander versta nd als doen gehad heeft, volgens de welke;
108 n dink zonder hem en kan bestaan nog ook versta an worden.
115 n dan stellen zij te zijn in het[ f. 44] versta nd van God, gelijk veel van Platoos Navolg;
126 enkende zaak en geenzins en bestaan noch versta an konnen werden zonder die Zelfstandighee;
127 geweest of hebben hun zelfs niet konnen versta an , het welk hervoort gekomen is uijt haar;
127 ts anders als zij alreeds gezeid hebben, versta an; te weten dat God onveranderlijk is en;
129 n die door dat geslagt verklaart worden, versta an [noch] gekend worden.[f. 51] Edoch aan;
130 elke zij ook niet en konnen bestaan noch versta an worden. Dienvolgende dan moeten de besc;
130 n geen geslagt of iets waardoor zij meer versta an off verklaart worden: want aangezien zi;
130 or de welke zij als haar geslagt zijnde, versta an moeten worden. en dit is wat aangaat op;
133 elijk ook de Thomisten bij het zelve God versta an hebben, doch haare Natura naturans was ;
133 Natura naturata. Door de Natura naturans versta an wij een wezen dat wij( door zig zelfs e;
134 lijk de *beweginge in de Stoffe ende het versta an inde denkende zaak[f. 55] Nota.' t gee;
135 , dat ze nog door zig zelfs bestaan noch versta an kan worden, maer alleen door middel van;
136 klaar en onderscheiden in alle tijden te versta an , uijt het welke spruijt een oneindelijk;
137 dienen om de zaaken onderscheidelijk te versta an; onder welke wij begrijpen alle betrekk;
137 dus aanvangen. Eenige dingen zijn in ons versta nd en niet in de Natuur en zo zijn dan dez;
142 ge van eenige wijzen, omdat ik geen zins versta dat de mensch voor zo veel hij uijt gee;
149 standigheid[te] zijn, niet bestaan noch versta an kan worden, pogen te bewijsen dat dat d;
150 63] alleer deze bezondere dingen zijn en versta an konnen worden.
150 en Dat zonder God geen ding bestaan noch versta an kan worden. Dat is God moet alvoorens z;
150 onder het welk de zaak noch bestaan noch versta an kan worden, dat ontkennen wij. Want wij;
150 orden. Dat is God moet alvoorens zijn en versta an worden[f. 63] alleer deze bezondere di;
151 egh ook niet zonder de zaak bestaan noch versta an kan worden. Van deze wijsen dan uijt de;
151 niet bestaan konnen, ook zonder die niet versta an worden. Dit dan zo zijnde, wat voor een;
151 onder het welk de zaak niet bestaan noch versta an kan worden; doch dit niet zo alleen, ma;
154 om[f. 65] dit alles wat duijdelijker te versta an , zo zullen wij een voorbeeld stellen ge;
158 s bekend[zijn] door overtuijginge in' t versta nd dat het soo en niet anders moet zijn Zi;
161 is te zullen doen.]. en om dit wel te en versta anlijk te doen zo zullen wij eenige vande bezo;
163 Dit is juijst niet te versta an dat altijd voor de verwondering een for;
163 ndt; maar als een Boer zeid een hond, zo versta at hij stilzwijgent al' t zelve dat Arisit;
163 s wij die gewent zijn te zien, horen, of versta an etc. Als e. g. Aristoteles zegt: Canis;
177 aake waarlijk en sodanig is buijten mijn versta nd seg ik: waarlijk, omdat mij de redenen ;
177 van' t weten; buijten, want het doet ons versta ndelijk niet het geen in ons, maar' t geene bui;
178 ' t welk wij God liefhebben en ons alsoo versta ndelijk doet gewaar worden die dingen die niet;
178 ons zijn De 2. uijtwerkinge, dat ze ons versta ndelijke doet genieten de zake die zij buijten o;
178 of is, dat ze ons13 brengt tot een klaar versta nd door' t welk wij God liefhebben en ons;
181 zelve niet in de natuur is, maar in ons versta nd .]. Zo dat al' t geen dat wij van de men;
181 en Idea van een 15volmaakt mensch in ons versta nd bevat hebben, dat zoude dan konnen16 ee;
184 et begrip van een volmaakt mensch in ons versta nd , welkers eijnd dewijl het eens ens Rati;
195 innen. Nu deze kennisse en hangt van ons versta nd onse vrijheid niet af. Ergo.]. Noodzaak;
197 en vereeniginge met het voorwerp dat ons versta nd oordeeld heerlijk en goet te zijn; en d;
197 ld heerlijk en goet te zijn; en daar bij versta an wij zo een vereeniginge, door de welke ;
200 jk zijn, buijten onze macht zijn Wat wij versta an door de dingen die buijten onse macht z;
200 n in, andere buijten onse macht zijn, zo versta an wij door die welke in onse macht zijn,;
200 t afhangen. Pag. 80.]. Op datmen ons wel versta a , wij en willen niet zeggen, dat wij een;
201 zal ons onmogelijk zijn dat als wij ons versta nd wel gebruijken, wij zouden konnen nalat;
202 de aangezien de wijsen niet recht konnen versta an worden zonder het wezen van' t welke zi;
203 11[f. 85]( 2) *Ten tweeden, als wij ons versta nd wel gebruijken inde kennisse van zaken,;
210 de uijt ongemak of leed, het welk wij of versta an of waanen van natuure in de zelve te zi;
212 ijt dit gezeide kan dan ligtelijk werden versta an , dat wij onse redenen wel gebruijkende,;
215 aats konnen hebben in die geene die haar versta nd gebruijken soo' t behoort, zo zullen wi;
218 onwederspreekelijk, dat iemand die sijn versta nd wel gebruijkt, in geen droefheid kan ve;
218 3 Eijndelijk, die sijn versta nd wel gebruijkt, moet noodzakelijk God' t;
243 hebbelijkheid die vereischt werd om het versta nd altijd wel te gebruijken ontbreekt) afd;
243 en om dat veel menschen( die haar versta nd wel gebruijken) somtijds( vermids haar ;
257 e, zo zal klaarlijk blijken, dat wij ons versta nd en Reeden wel gebruijkende, nooijt in e;
257 jne, dat de reeden alleen Door de reeden versta an wij het versta nd dat wat meerder is als;
257 n alleen Door de reeden versta an wij het versta nd dat wat meerder is als de reeden. Ziet;
274 de Idea, zoo is' t dan ook een wijze van versta an; dogh volgens het voorige en kan dit in;
274 en de vereeniginge die zij heeft met het versta nd , ook gewaar word' t zelve' t geen het v;
274 ewaar word' t zelve' t geen het versta nd versta at en daarom dan ook bemindt. Maar dewijl;
274 nd, ook gewaar word' t zelve' t geen het versta nd versta at en daarom dan ook bemindt. Maa;
278 enige niet voldoen, die gewent zijn haar versta nd meer bezig te houden op de Entia ration;
280 lett op de beschrijvinge die wij van' t versta nd gedaan hebben
280 jk zijn. Want wij hebben gezeid, dat het versta an een pure Lijdinge is, dat is een gewaar;
281 of andere beduijdtekenen alleen op haar versta nd acht neemen.
284 ille stellen, is alleen dat werk van het versta nd daardoor wij van een zaak iets bevestig;
289 het begrip der zaaken afhangt en dat het versta an een uijtterlijke oorzaak moet hebben en;
303 daar van hebben gesteld, dat als wij ons versta nd maar wel gebruijken, gelijk wij( hebben;
309 ns klaar de werkingen van deze beijde te versta an , zoo zullen wij een ijder deszelfs, eer;
309 Om de werkingen van deze beijde klaar te versta an worden die bijzonder voorgenomen.]; als;
320 en dat wij zonder hem noch bestaan, noch versta an konnen worden en dit is daarom om dat w;
323 n werkt geen liehaam in lichaam, maar de versta ndelijke ziel gebruijkt het lichaam als een werk;
329 en versta an algemeen genomen en tusschen versta an als opzigt hebbende op het goet of kwaa;
329 et haar goet of kwaad is Dat is tusschen versta an algemeen genomen en tusschen versta an a;
331 iverteert en op wat anders valt, daar' t versta nd meer genoegen in vind. Maar dit en kan;
342 anneer wij acht neemen Wat ons om dit te versta an nodig zij in acht te nemen.] op de[ f.;
345 ant meer mogelijkheid is in ons uijt het versta an van de regul zelfs, als uijt het versta;
345 erstaan van de regul zelfs, als uijt het versta an van de regul van proportie. en hier om ;
345 kende van de redenering en van het klaar versta nd , pag. 64, en dat met de gelijkenisse va;
346 oor een onmiddelijke vertooninge aan het versta nd van het voorwerp zelve: en zo dat voorw;
347 die ons van de zonde vrij maakt, konnen versta an ? plaats de notae op Fo.... Cap. 22XXII.;
349 wij hem niet als onmiddellijk en konnen versta an .].
349 ijn, dat wij zonder hem nogh bestaan nog versta an konnen worden. en hier om dan dewijl tu;
349 t wij hem niet als onmiddelijk en konnen versta an Hieruijt blijkt dat wij hem niet als on;
351 l hebben gezeid van dat het oneijndelijk versta nd van alle eeuwigheid in de Natuur zijn m;
352 lichaam en Idea zelve noch bestaan noch versta an konnen worden, zoo word zij ook dan met;
353 ene zonder' t welk wij noch bestaan noch versta an konnen worden en dat geen zins lichaame;
356 ], zonder de welke zij noch bestaan noch versta an kan worden. Waar uijt men dan lichtelij;
361 mensch niet en bemind, dat moet soo niet versta an worden Hoe dit nochtans niet moet verst;
361 rstaan worden Hoe dit nochtans niet moet versta an werden om ongerijmtheid voor te komen.];
366 akt worden.]. De mensch zeg ik, die zijn versta nd wel gebruijkt en tot kennisse
370 g als alleen door Gods wezentheid en het versta nd des menschen soude geschieden, achten w;
370 t is, dat het noch bestaan noch versta an kan worden zonder hem, zoo blijkt daar ;
371 nmogelijk door iets anders God te konnen versta an God en kan niet versta an worden als onm;
371 s God te konnen versta an God en kan niet versta an worden als onmiddellijk aan ons versta n;
371 t en konnen bestaan, maar ook zelfs niet versta an worden.
371 versta an worden als onmiddellijk aan ons versta nd .] 1. De 1. reede] omdat zoodanigen dink;
380 beter te zeggen) zonder het bestuur des versta nds alles ten verderve stort zonder eenige ;
381 Alzoo dat schoon ook voor het versta nd uijt kragt van kennisse en goddelijke l;
383 door wij geport worden het bestuur onses versta nds te zoeken.]. en aangezien wij ondervind;
383 o verkiezen wij hierom het bestuur onzes versta nds .
391 dat het sonder dezelve noch bestaan noch versta an kan worden, noch ook aan eenige andere ;
395 Derde gevolg.] Alle de gevrochte van het versta nd die met hem vereenigt zijn, zijn de ald;
399 de eeuwige en bestandige duuring van ons versta nd . en dan eijndelijk welke gevroghten het;
399 is een vaste wezentlijkheid de welke ons versta nd door de onmiddelijke vereeniginge met G;
415 dat het onmogelijk is in eenig oneijndig versta nd te konnen stellen de Idea van het wezen;
421 Om nu te versta an hoedanig deze Wijzing zij die wil ziel;
429 deze beschrijvinge wat bezonderlijker te versta an , die[n] t acht geslaagen op' t geene i;
432 ding de ziel in' t algemeen[is, versta ande onder het gezeide niet alleen de Ideen ;