VERWONDERING

VERWONDERING 6x+n+2m;

verbaasd 35xB (1xKV); nieuwigheeden 2xB: Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter. Rom.7:6; Op dat,.. wy in de nieuwigheyt des levens wandelen souden, Rom.6,4; verwonder* 50xB: De Priesters sullen sich ontsetten, ende de Propheten sich verwonderen, Jer.4:9; Voor uwe oogen sal sijnen mondt soet spreken, ende hy sal hem over uwe woorden verwonderen, maer daer na sal hy anders spreken, ende maken dat in uwe woorden aenstootingen zijn, JesSir.27:24;

Admiratio est rei alicujus imaginatio in qua mens defixa propterea manet quia hæc singularis imaginatio nullam cum reliquis habet connexionem, defaff6; Hæc mentis affectio sive rei singularis imaginatio quatenus sola in mente versatur, vocatur admiratio, quæ si ab objecto quod timemus moveatur, consternatio dicitur ... Sed si id quod admiramur sit hominis alicujus prudentia, industria vel aliquid hujusmodi, ..., tum admiratio vocatur veneratio; alias horror si hominis iram, invidiam etc. admiramur. Deinde si hominis quem amamus prudentiam, industriam etc. admiramur, amor eo ipso (...) major erit et hunc amorem admirationi sive venerationi junctum devotionem vocamus. Et ad hunc modum concipere etiam possumus odium, spem, securitatem et alios affectus admirationi junctos atque adeo plures affectus deducere poterimus quam qui receptis vocabulis indicari solent... Porro sicut devotio ex rei quam amamus admiratione sic irrisio ex rei quam odimus vel metuimus contemptu oritur et dedignatio ex stultitiæ contemptu sicuti veneratio ex admiratione prudentiæ. Possumus denique amorem, spem, gloriam et alios affectus junctos contemptui concipere atque inde alios præterea affectus deducere quos etiam nullo singulari vocabulo ab aliis distinguere solemus, 3,52s;

All passion can be explained from admiration (3,52s), but in KV it is used in technical sense for what is contrary to (syllogistic) reasoning.

162 Laat dan de Verwondering >Vande verwondering] de eerste zijn de welke gevonden wordt in die geene die de zaake op de eerste wijze kent, want dewijl hij van eenige bezondere een besluijt maakt dat algemeen is, zo staat hij als verbaast, wanneer hij iet ziet dat tegen dit sijn besluijt aangaat. Gelijk iemand noit eenige schapen gezien hebbende als met korte staarten, zig verwonderd over de schapen van Marocquen dieze lang hebben. Soo zeit men van een Boer die zig zelfs hadde wijs gemaakt datter buijten zijn velden geen andere en waren, maar een koe komende te vermissen en genoodzaakt wordende die elders verr te gaan zoeken, viel in verwondering van dat buijten zijn weijnig velds noch zo groote meenigten van andere velden waren;

163 n Dit is juijst niet te verstaan dat altijd voor de verwondering een formeel besluijt moet gaan, maar ook isse zonder dit; ... Zoo dat als de Boer hoort baffen, een hond, zeijd hij; alzoo dat als zij eens een ander dier hoorden baffen, de Boer die geen besluijt gemaakt hadde, zoud alzo wel verwonderd staan als Aristoteles die een besluijt gemaakt hadde;

164 Maar nooijt en is verwondering in die geene die ware besluijten maakt;

189 Ende vooreerst van de Verwondering >Wat in de verwondering goet of kwaad is en dat de zelve is een onvolmaaktheid.]. Deze dan, dewijl die off uijt onwetenheid of vooroordeel komt te ontstaan, is een onvolmaaktheid in den mensch die deze ontroering onderworpen is. Ik zeg een onvolmaaktheid, omdat de verwondering door zig zelfs niet tot eenig kwaad brengt;

194 Met de liefde is 't ook soodanig, dat wij nooijt en trachten van dezelve (gelijk van de verwondering en andere passien ...) verlost te zijn;

400 en verwonderd u niet over deze nieuwigheeden, want zeer wel is u bekend hoe dat een zaake niet daarom en laat waarheid te zijn om dat zij niet van veele en is aangenomen.