bevinden 4x+3n;
bevindende;
bevindinge +m;
ervarentheid;
ervaring +n;
gevonden 5x+2m;
ondervinden 8x;
ondervindinge 7x+n+3m;
ondervond(en) 3x;
uijtvinden 2x;
vind 3x;
uitvinden 4xB: Toen zag ik al het werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden, Pred.8:17; De Prediker socht aengename woorden uyt te vinden: ende het geschrevene is recht, woorden der waerheyt, Pred.12:10; ervaring 6xB (ervaren (=expertus) in de krijg); vind* 169xB (in mijn huis vind ik hun boosheid; want ik vind in hem geen schuld); bevinden 6xB: Ende gy sult bevinden, dat uwe tente in vrede is, Job 5:24; Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is, Ps.36:2; experientia (ondervinding, waarneming): 17xE (tales perceptiones cognitionem ab experientia vaga vocare consuevi);
experir* 5xE (se tamen experiri quod nisi mens humana apta esset ad excogitandum, corpus iners esset. Deinde se experiri in sola mentis potestate esse tam loqui quam tacere et alia multa ... ipsosque plurima experiri ex solis naturæ legibus fieri quæ;
Related concepts: zoeken.
For the first kind of knowledge (cognitio ab experientia vaga) 'ondervinding' is the usual (73,3%) technical term in KV (153 sqq, 342 ). Ervaring seems unfit as such, because it interferes with a deviating biblical use. Find (vinden) and experience (bevinden) predominantly do not have any technical application and are used for non discursive cognition reached by introspection etc. In some cases (155 , 172 ) 'bevinden' is used instead if experience; sometimes (186 sqq.) 'ondervinden' is used in non technical sense.
012 een dier dat een Vogel en een paard zoude zijn en diergelijke, die onmogelijk in de Natuur, die wij bevinden anders te sijn gesteld, plaats konnen hebben;
014 en zo ook dan, ja veel meer bevinde ik dit waar te zijn in deze derde eenige Idea en dat niet alleen dat het van mij niet af en hangt, maar in tegendeel dat hij alleen moet zijn het subjectum van't geen ik van hem bevestig;
015 n Na voorgaande overweginge van de Natuur, zo en hebben wij in deselve tot nog toe niet meer konnen vinden als alleen twee eijgenschappen die aan dit al volmaakte wezen toebehoren. en deze en geven ons geen vergenoeginge door dewelke wij onszelve konnen voldoen: Want dat deze het al soude zijn, van de welke dit volmaakte wezen zoude bestaan, ja maar integendeel bevinden wij in ons zulks iets het welk ons opentlijk aanzeid van niet alleen nog meer, maar ook van nog oneijndige volmaakte eigentschappen, die dit volmaakte wezen eigen zijn, eer 't volmaakt gezeid kan worden;
106 en in de bezondere dingen ondervinden , strekkende tot behoudenisse;
134 Autheur meent daaraf de oorzaak nog te vinden gelijk hij aposteriori al eenigzins ged[aan heeft];
153 Deze begrippen >....] dan verkrijgen wij of enkelijk door geloof (welk geloof hervoortkomt of door ondervinding of door hooren zeggen);
155 Een (2)ander, van gaauwer begrip zijnde, die en laat zich soo niet pajen met hooren zeggen, maar neemt 'er een proef aan eenige bezondere reekeningen en die dan bevindende daar mede overeen te komen, alsdan geeft hij daar aan't geloof: maar te recht hebben wij gezeijt dat ook deze de dooling onderwurpen is. Want hoe kan hij doch zeeker zijn, datt de ondervinding van eenige bezondere hem een regul kan zijn van alle;
156 Een derde dan noch met het hooren zeggen omdat het bedriegen kan, noch met de ondervinding van eenige bezondere om dat die onmogelijk een regul is, te vreden zijnde >Deze waant of gelooft niet alleen door horen zeggen, maar door ondervinding; en dit zijn de twederleij wanende .], die ondervraagt het aan de waare Reeden, ... Doch een (4)vierde, hebbende de alderklaarste kennisse, die heeft niet van doen noch horen zeggen, noch ondervinding , noch kunst van reden;
172 Begeerte komt ook uijt bevindinge >Komt ook voort uijt bevinding , volgens de 2 bepalinge, die mij niet behaagt.] gelijk datt gezien word in de practijk van de doctors;
186 wij hebben nu al te vooren aangewezen hoe dat uijt het begrip de beweging, tochten en werkingen van de ziel ontstaan en het zelve begrip hebben wij in vierderlij verdeeld als in horen zeggen alleen, in ervarentheid , in geloov, in klare kennisse;
189 Om dan te ondervinden wat in de lijdingen of passien goet;
193 Op twederleij wijzen isser macht om ons van de liefde te ontslaan: of door kennisse van een beter zaak, of door ondervinding dat de beminde zaak die voor wat groots ende heerlijke gehouden is, veel onheil en ramp met zig sleept;
194 Met de liefde is 't ook soodanig, dat wij nooijt en trachten van dezelve (gelijk van de verwondering en andere passien >Dese liefde is met de passien door ondervindinge een en de zelfde; siet daar af pag. … cap.21. ]);
202 (1) *vooreerst omdat wij ondervinden, dat God alleen maar weezen heeft;
206 zo wanneer hij ondervond in zijn gemoed tegen deze sijne knecht;
209 Doch om dit wel te ondervinden, dunkt ons goet duijdelijk te verklaren;
223 in hem te vinden is;
243 Doch zo wij de zelve [sc.knaging en berouw] te regt willen inzien, wij zullen bevinden dat ze niet alleen niet goet en zijn, nemaar in het tegendeel datze schadelijk en dienvolgende datze kwaad zijn;
253 en daarom vind hij zig om te helpen aan den aldergodlo[oste];
258 Doch als een voortreffelijke zaake hebben wij nopende de passien hier aan te merken, hoe dat wij zien en bevinden dat alle die passien welke goet zijn, van zoodanig een aard en natuur zijn, dat wij zonder de zelve niet en konnen zijn noch bestaan;
285 te weeten na dat wij ondervonden of bevestigt hebben een dink goet;
300 van sijnen Bijl op het beste gediend vind, zoo is dien Bijl daar door gekoomen;
305 eerste oorzaak van alle deze tochten zullen vinden;
309 Alsoo dat als wij ondervinden niets anders te zijn als de in ons als;
310 de uijtwerkingen die daar af herkomen, vinden;
331 daar't verstand meer genoegen in vind;
337 geen ander eigenschap te vinden is als die al vooren in de Natuur was;
338 [gee]sten een langen tijd bewoogen hebben, zo ondervinden wij moede te zijn, het welke;
341 waar door het komt dat wij somtijds alschoon wij zien een zaake goet of kwaad te zijn, nochtans geen magt in ons bevinden om of de goede te doen of de kwade te laaten en somtijds nochtans wel >Waar door het komt dat wij gezien hebben de zaake goet, somtijds magt hebben die uijt te werken en somtijds weder niet, als ook om het kwaad te laaten];
342 Wij zeiden dan, deze [sc.opinien] zijn of door hooren zeggen of door ondervinding . en dewijle dan all het geen dat wij in ons bevinden meer magt op ons heeft als het geen dat ons van buijten aankomt, so volgt wel datt de reeden oorzaak kan zijn van vernietinge van die opinien die wij alleen van hooren seggen hebben: en dat omdat ons de reeden niet van buijten aangekomen is. Maar geenzins van die die wij door ondervindinge hebben >Door de reden konnen de opinien of de waan die van horen zeggen komt wel vernietigt werden en waarom. Doch geenzins kan de reden de waan die door ondervinding is weg neemen en de reeden waarom.];
343 en zo is 't klaar waarom wij die, die door ondervinding in ons zijn, niet en konnen door de Reeden overwinnen;
want deze en zijn in ons niet anders als een genieting of onmiddelijke vereeniginge van iets 't geen wij voor goet oordelen;
344 Doch dat dit kwaad zo niet altijd noodzaakelijk volgt, leert ons de ervaringe, want etc;
352 Doch omdat deze Idea geenzins kan ruste vinden in de kennisse van het lichaam zonder;
376 en zo doende zullen wij terstond ondervinden van neen;
377 Toornigheid en dier gelijke Passien te vinden, van noden Duijvelen te stellen;
382 even als of zij iets dat beter was als God zouden uijtvinden;
383 en aangezien wij ondervinden dat wij zoekende de zinnelijkheeden;
384 ondervonden hebben te zijn het beste goed van alle;
427 men zoude niet anders konnen vinden als die eigenschap en het voorwerp;
433 Maar aangezien wij van de overige eigenschappen niet en hebben zoodanige kennisse als wij hebben van de uijtgebreidheid, zo laat ons eens zien of wij oogmerk neemende op de wijzingen van de uijtgebreidheid, konnen uijtvinden een bezonderlijker beschrijving en die meer eigen is om 't wezen van onze zielen uijt te drukken, want dit is ons eigentlijke voornemen;
437 Eijndelijk dan dewijle wij nu verklaart hebben wat het gevoel is, zo konnen wij lichtelijk zien, hoe hier uijt komt te ontstaan een weerkeerige Idea off de kennisse sijns zelfs, de ervaring en redenering;