VOORTBRENGEN

VOORTBRENGEN 16x+5n;

hergekomen n;

herkomen +m;

herkomt m;

herkoomen;

hervoorkomen;

hervoorkomt 2x;

hervoort+kom* 7x+n+m;

hervoortkomt 3x;

voorgekomen;

voorkomen 2x;

voortbrengd 2x;

voortbrengelijk;

voortbrengt 2x+n;

voortgebracht 4x;

voortgebragt 11x;

voortgekomen 4x;

voortkomen 7x+4n+4m;

voortkomende;

voortkomt 7x+4m;

voortkoomen;

produc* 33xE; 32xpass: substantia potest produci ab (8x); a deo produci (5x); a causa (2x);

Related concepts: ontstaan, afhangen.

In strict sense '(voort)brengen' and its passive form '(voort)komen' are used for the concept of causal production. Often the distinction between loose and technical sense is hard to be made. Specific cases of causal production are creation (scheppen) and coming into being (ontstaan).

011 ons eenmaal eerst van de zaake zelfs is hergekomen;

013 n Boven deze isser noch een derde idea en die is maar een eenige en dese brengt met zig een noodsakelijk zijn en niet als de voorgaande alleen datze kan zijn;

015 n Dit zulks iets dan en kan niet voortkomen van deze twee;

016 welke eijgenschappen van hem niet konnen voortgebragt worden, omdat bij onvolmaakt is;

022 eene zelfstandigheid d' ander niet kan voortbrengen;

024 n Want deze stellende, isser noodzakelijk bepaling. en uijt deze volgt weder, dat de eene zelfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen. Aldus: de oorzaak die deze zelfstandigheid zou voortbrengen, moet hebben de zelfde eigenschap van dese voortgebrachte en ook of eeven zo veel volmaaktheid of meerder, of minder. Niet het 1. want dan waren twe gelijke. Niet het 2. want dan wasser een bepaalde. Niet het 3. want van de Niet komt geen Iet. Ten anderen: als van de onbepaalde een bepaalde kwam, zo wierd de onbepaalde ook bepaald enz. Ergo de eene zelfstandigheid kan d'ander niet voortbrengen. en uijt dit volgt dan alweer dat alle zelfstandigheid formelijk moet zijn, want niet [zijnde], daar is geen mogelijkheid te konnen komen;

028 maar genereren is dat een zaake voortkomt quo ad existentiam solum;

031 Nopende dan het derde, te wete, dat de eene selfstandigheid d'ander niet en kan voortbrengen: zo weederom iemant het tegendeel mogt staande houden, dat[n] vragen wij of de oorzaak die deze zelfstandigheid zoude moeten voortbrengen, dezelfde eijgenschappen van het voortgebragte heeft of niet en heeft;

032 Niet het laatste is, want van de Niet kan geen Iet voortkomen: Ergo dan het eerste. en dan vragen wij voorder of in die eijgenschap die oorzaak zoude zijn van dit voortgebragte, even zo veel volmaaktheijd is, of datter minder of datter meerder in is als in dit voort gebrachte? Minder kander niet in zijn om reeden vooren, meerder ook niet zeggen wij, omdat als dan deze tweede bepaald zoude zijn, hetwelk strijd tegen 't geen nu al van ons bewezen is. Ergo dan even zo veel, ergo dan gelijk en twee gelijke zelfstandigheden klaarlijk strijdende met ons voorige bewijs;

033 Verder, 't geene geschapen is en is geen zins voortgekoomen van de Niet, maar moet noodzaakelijk van hem die wezentlijk is, geschapen zijn. Maar dat van hem iets zoude voortgekomen zijn, 't welke iets hij niet als dan en zoude minder hebben nadat het van hem is voortgekomen, dat en konnen wij met ons verstand niet begrijpen;

034 Eijndelijk, zo wij de oorzaak van die zelfstandigheid die het beginzel is van de dingen dewelke uijt haar eijgenschap voorkomen, willen zoeken, zo staat ons dan al wederom te zoeken de oorzaak van die oorzaak en dan weder de oorzaak van die oorzaak et sic in infinitum;

035 [de e]ne zelfstandigheijd de ander niet en kan voortbrengen;

039 Dog indien God alles in zijn verstand heeft en door zijn oneijndelijke volmaaktheijd niet meer kan weten; wel waarom dan en konnen wij niet zeggen, dat hij ook alles wat hij in zijn verstand hadde, heeft voortgebragt en gemaakt, dat het formelijk in de Natuur is of zoude zijn;

040 Dewijl wij dan nu weten dat alles gelijkelijk in het oneijndelijk verstand Gods is en dat'er geen oorzaak is, waarom dat hij dit eerder en meerder als dat zoude geschapen hebben en alles konde in een ogenblik voortgebracht hebben;

042 Ten 3. omdat gelijk wij nu al gezien hebben dat de eene zelfstandigheijd de ander niet kan voortbrengen noch ook dat zo een zelfstandigheijd niet en is, het onmogelijk is dat se zouden beginnen te zijn;

056 [no]otzaakelijk van een uijtterlijke oorzaak herkoomen;

057 Maar wij hebben als vooren gesteld de Natuur een wesen te zijn, van het welke alle eijgenschappen geseid worden en dit zo zijnde, zo en kan haar niets ontbreeken om voort te brengen alles wat voort te brengen is;

061 Z Ik zie, Broeder, dat ten eenemaal mijn wezen en volmaaktheid afhangd van uwe volmaaktheid en nadien de volmaaktheid van het voorwerp 't welk gij begrepen hebt, uwe volmaaktheid is en uijt de uwe weeder de mijne hervoortkomt, zo zegt mij eens, ik bid u, of gij zulk een wezen begreepen hebt, dat ten oppersten volmaakt is, niet konnende door iets anders bepaald worden en in het welk ik ook begrepen ben;

066 Z Daar en boven zo dit wezen almagtig is ende volmaakt, zo zal het zodanig dan zijn, om dat het zig zelfs en niet omdat het een ander heeft veroorzaakt;en nogtans zoude hij almagtiger zijn, die dewelke en zig zelve en daar en boven nog een ander konde voortbrengen;

070 Z die gij alles tot een brengt en van alle deze een maakt;

074 Z dewelke geenzins iets buijten zig zelve voortbrengd;

076 Z Wanneer ik gezegd hebbe, dat God een verder oorzaak is, zoo is dat van mij niet gezegd als in opzigt van die dingen, dewelke God (...) onmiddelijk heeft voort gebragt;

077 Z Want zo hij en' t geene van hem is voortgebragt te zamen een geheel maaken;

080 Z Deze, zeg ik, hebben voortgebragt een nieuw denkbeeld;

081 Z iegelijk denkbeeld, dat in zig liefde voortbrengd;

084 Z Dog gij zult volgens uw voorige onderscheid zeggen, dat God eigentlijk een oorzaak is van die gevrogte, die hij onmiddelijke zonder eenige meer omstandigheeden als alleen sijne eijgenschappen, heeft voortgebragt en dat deze dan zo lang haar oorzaak duurt, niet en konnen te niet gaan;

085 Z Want ik zie dat gij besluijt dat het menschelijk verstand onsterfelijk is, omdat het een gevrogt is, dat God in zig zelfs heeft voort gebragd. Nu dan het is onmogelijk, dat 'er meer van nooden is geweest om een zodanig verstand voort te brengen als alleen de eigenschappen Gods;

086 Z Maar staat aan te merken, dat alschoon het noodzaakelijk is, dat'er tot de wezentlijkheid van een zaak vereischt word een Bezondere wijzing (modificatio) en een zaake buijten de eijgenschappen Gods, dat daarom even wel God niet nalaat een zaak onmiddelijk te konnen voort brengen. Want van de nootzaakelijke dingen die vereijscht worden om de zaaken te doen zijn, zijn eenige omdat zij de zaak zouden voortbrengen en andere omdat de zaak zoude konnen voortgebragt zijn;

087 Z Maar om in ons een denkbeeld van God voort te brengen en word geen ander bezonder zaak vereischt, die daar hebbe het geen in ons voortgebragt word, maar alleen een zodanig in de Natuur, welkers denkbeeld noodzakelijk zij om God onmiddelijk te vertoonen;

090 eene zelfstandigheid de andere niet kan voortbrengen;

093 7. Ten zevende. God is ook een Algemeene oorzaak, dog alleen in opzigt dat bij verscheide werken voortbrengt, anders kan zulks nooit gezeid worden: want hij niemand van doen heeft, om uijtwerkselen voort te brengen;

095 dat ze van hem niet volmaakter en konnen voortkomen;

097 iets zoude nalaten te doen, zo most dat voortkomen uijt een oorzaak in hem;

098 Dog dit zeggen komt hervoort, omdat niet regt begreepen wort;

107 [de al]gemeene is die door de welke ieder zaak voortgebragt en onderhouden word;

110 te weten, of dat de wezentlijkheid van die oorzaak niet, als oorzaak zijnde, gebeurlijk is; of wel dat het gebeurlijk is dat dat iets (...) een oorzaak zal wezen dat dat gebeurlijke iets voortkomt;

111 Aangaande het twede dan: bij aldien die oorzaak niet meer bepaald en was om het eene of om het ander voort te brengen, dat is om deze iets voort te brengen of na te laten voort te brengen, zo waar't t'eenemaal onmogelijk en dat hij het zoude voortbrengen, en dat hij het zoude laten voort te brengen, 't welk regt streidig is;

127 hun zelfs niet konnen verstaan, het welk hervoort gekomen is uijt haare dolinge;

129 andere wetten van beschrijvinge voort brengen, te weeten volgens de schifting;

142 de eene zelfstandigheid de ander niet kan voortbrengen;

153 of enkelijk door geloof( welk geloof hervoortkomt of door ondervinding of door hooren zeg[gen];

159 dat namelijk uijt de eerste hervoorkomt alle de lijdinge( passien);

168 uijt die dooling die uijt de opinie voort komt De haat het tegendeel van de liefd;

169 De haat dan eijndelijk komt ook voort uijt hooren[f. 72] zeggen alleen;

172 Alsoo dan is 't klaar, dat Begeerte gelijk ook de Liefde waarvan hiervoor gesprooken is, uijt de eerste manier van kennen voortkomt;

173 >geeijndigt van die passien die uijt waan voort komen.];

174 uijt de dooling van de Waan de Passien voortkomen;

188 kennisse is na de voorwerpen die haar voorkomen , ook verscheiden;

189 door zig zelfs niet tot eenig kwaad brengt;

201 een wijnig onderzoek hier maar toe brengende , zo zullen wij terstond gewaar worden;

203 en de waare liefde komt altijd hervoort uijt kennisse van dat de saake heerlijk;

208 daar uijt en kan dan geen kwaad voortkomen ;

209 Wat de haat belangt die uijt opinien voortkomt, 't is zeeker die en mag in ons geen plaats hebben > Zo de haat uijt de waan hervoort komt, zo mag die in ons geen plaats hebben.];

211 Van de haat dan komt hervoort droefheid en de haat groot zijnde, zo werktse uijt Toornigheid >Wat de uijtwerkinge van deze beijde zijn. Uijt de haat komt droefheid en groot zijnde Toornigheid.];

215 Deze aangezien sij ontstaan uijt de zelve oorzaaken, uijt welke de liefde voortkomt, soo en hebben wij van deze niet anders te zeggen als dat wij ons moeten erinneren en in geheugenisse brengen 't geen wij als doen maal zeijden, waar bij wij het hier dan laten >Dese omdat ze met de Liefde uijt een en dezelfde oorzaak ontstaan, zo kan daar van gezien worden pag.70, 79.];

216 Want zij komt voort van' t verlies van eenig goed;

218 komt de droevheid als gezeid is, voort;

227 maar brengt ons ook geheel tot ons verderf;

232 Uijt deze begrippen dan komen hervoort alle deze tochten aldus >Hoe nu alle dese passien uijt de begrippen voortkomen.];

235 Dit dan nu gezeid hebbende van de passien, voor zoveel die komen uijt de begrippen ten opzigt van de zaake selve >Dus verre van de passien uijt de begrippen in opzigt van de zake zelve.]. Nu hebben wij te spreken van die de welke ontstaan uijt de begrippen ten opzigt van die de zaake begrijpt, te weten >Volgt nu van die die voortkomen uijt de begrippen in opzigt van die de saak begrijpt: 1. ...Als men iet moet doen om de zake voort te brengen en wij daaraf geen besluijten maaken, zo krijgt de ziel een gestalte die wij wankelmoedigheid noemen;

236 Maar als zij tot het voortbrengen van de zaake mannelijk besluijt en die voortbrengelijk is, als dan word het moed genoemd. en die zaake beswaarlijk om voort te brengen zijnde, zo word het kloekmoedigheid genoemd of dapperheid;

237 welk kwaad zijn en uijt een kwaade waan voortkomen;

245 >Van de bespottinge en boerterijen waarop 't gelove zegt dat die steunen namenlijk op een valsche waan en welke die is en waaruijt die voortkomt];

250 een Eere die uijt de liefde sijns zelfs hervoorkomt zonder enige opzigt op zijn even mensch;

254 maar alleen voortkomende door of gierigheid;

272 het zelve niet als de goede begeerte voortkomen;

276 n Maar men moet zeggen, dat God die geschapen heeft gelijkse is: want aangezien ze geen kragt heeft om zig te behouden terwijl ze is, veel min dan zal zij door zig zelfs iets konnen voortbrengen. Als men dan zoude zeggen, dat de ziel de willing van zig zelfs voorbrengt, zo vraage ik, uijt wat kracht Niet uijt die welke geweest is, want die is niet meer; ook niet uijt die welke zij nu heeft, want zij heeft er heel geen door welke zij de minste ogenblik zoude konnen bestaan of duuren dewijl ze geduurig geschapen word. Soo dan dewijl 'er geen zaake is, die eenige kracht heeft om zig te behouden of om iets voort te brengen, zo rest niet anders als te besluijten, dat God dan alleen is en moet zijn de uijwerkende oorzaak aller dingen en dat alle Willingen van hem bepaald worden;

277 en dat een oorzaak die iets zal voortbrengen, zulks noodzaakelijk moet voortbrengen: Zo dan ook moet volgen dat dit of dat bezonderlijk te willen, dit of dat van een zaak bezonderlijk te bevestigen of te ontkennen, dat zulks zeg ik, dan ook door eenige uijtwendige oorzaak moet voortkomen: gelijk ook de beschrijving die wij van de oorzaak gegeven hebben is, dat ze niet vrij kan zijn;

284 >En word beantwoord en getoond waar uijt het voortkomt.] Doch dit komt voort om dat de begeerte niet genoeg van de Wille en word onderscheiden;

308 Want als iet weder iets zal voortbrengen, zoo moet dan in die iet wat wezen door het welke hij meer als een ander dat iets kan voortbrengen;

310 uijt de welke wij dan alle de uijtwerkingen die daar af herkomen, vinden >Eerst de uijtgebreijdheids werkinge die maar bestaat in beweginge en ruste uijt de welke alle de uijtwerkingen herkomen...];

313 De voornaamste uijtwerkinge van de andere eigenschap is een Begrip van zaaken zoodanig dat na dat zij die komt te bevatten, daar uijt hervoortkomt of Lievde of Haat etc >Van des denkings uijtwerking welkers voornaamste is een begrip van zaaken uijt de welke liefde haat of droefheid etc. volgt.];

318 Het welk door niets anders word veroorsaakt als door Beweginge en Ruste te zaame >Geschied alleen door beweging en ruste en wat buijten deze de ziel gewaar word en komt niet voort van't lichaam.];

319 (want alle werkingen van het lichaam moeten hervoortkomen uijt beweeginge en ruste) en dewijle wij;

319 daar uijt komt hervoort dat de ziele het zoo bemind;

324 Doch hier meede en wil ik niet zeggen, dat de Lievde, Haat en Droevheid die uijt beschouwinge van onlighaamelijke dingen voortkomen, de zelve uijtwerkingen zouden doen als die welke uijt beschouwinge van lichaamelijke dingen ontstaan: Want deze zoo wij hier na noch zullen zeggen, zullen noch andere uijtwerkingen hebben gelijk de natuur van die zaak uijt des welks bevattinge de Lievde, Haat en Droefheid enz. in de ziele de onlighaamelijke dingen beschouwende, verwekt worden;

333 daar is een Idea van in de denkende zaak voortkomende uijt haar wezen en wezentlijkheid;

337 hier uijt komt hervoort dat de menschen gevoelen(idea reflexiva;

339 dat wel waar is dat de ziel een oorzaake is van deze stilte, doch niet als indirecte: Want zij en brengt de stilte in de beweginge niet onmiddelijk, maar alleen door andere lichaamen de welke zij dede bewegen;

345 omdat wij daar onder geenzins wilden betrekken de begeerten die uijt de redenering voortkomt > ... daar door uijtsluijtende de begeerte om datze niet gelijk de liefde, uijt ware kennisse maar uijt redenering herkomt.];

346 Aangezien dan de reeden geen magt heeft om ons tot onse welstand te brengen, zo blijft dan overig dat wij onderzoeken of wij door de vierde en leste manier van kennisse daar toe konnen geraaken >Nu word eerst aangevangen van de ware kennisse te spreeken en zoo voort. Is alleen overig dat ons de ware kennisse tot heil en welstand brengt.];

348 So dat als wij op deze manier God komen te kennen, wij dan noodzakelijk (...) met hem moeten vereenigen >Dat de ware liefde uijt haar [sc.kennis] voortkomt en gevolglijk de vereeniging met God door de liefde uijt deze ware kennisse voortkomt.];

362 Want de reguls van God in de natuur gesteld volgens welke alle dingen hervoort komen en duuren, indien wij die wetten willen noemen, die zijn sodanig dat zij nooijt en konnen overgetreden worden: Als daar is dat het swakste voor het sterkste moet wijken, dat geen oorzaak meer kan voort brengen als zij in sich heeft, en diergelijke;

372 te besluijten dat' er om dit gevrochte voort te brengen, een oneijndelijke en onbepaalde zaak in de Natuur moet zijn;

373 Want of' er om dit voort te brengen Veel oorzaaken hebben te;

388 of van zijn tot niet zijn, die moet voortkomen van een uijtterlijke doende;

389 Al wat niet en is voortgebracht van uijtterlijke oorzaaken;

390 sodanig gevrocht gelijk het niet en is voortgebragt van uijtterlijke oorzaaken;

391 het gevrochte zodanig af dat uijt haar voortkomt , dat het sonder dezelve noch bestaan;

394 en om dat het [sc.ware verstand] niet is voortgekomen uijt uijtterlijke oorzaaken, maar van God, zoo en kan het van de zelve geen veranderinge ontfangen volgens de 3e stelling. en aangezien dat God het onmiddelijk heeft voortgebracht en hij niet alleen is een innerlijke oorzaak, so volgt nootzakelijk dat het niet en kan vergaan so lang deze zijne oorzaak blijft volgens de 4e stelling;

397 Maar niet zo mijn eenige eijnde dat ik trachte te bereijke is te mogen smaaken de vereeniginge met God en in mij voort te brengen waarachtige denkbeelden en deze dingen ook aan mijn naasten bekend te maaken. Want met dezelve gelijkheid konnen wij alle deelachtig zijn aan dit heijl gelijk het zo is als dit in hem voortbrengt de zelve begeerte die in mij is;

399 om en in zich zelve te konnen voortbrengen denkbeelden;

412 Soodanigen oorzaak en kan [Prop.1] in zich niet hebben iets van zulk een uijtwerking, want het verschil tusschen hun is dadelijk en gevolglijk zo en kan zij [Ax.5] die (wezentlijkheid) niet voortbrengen;

417 en ook dat ze als dan zoude konnen voortgebracht zijn van het onderwerp' t welk;

422 al dat geene' t welk in de denking voortgebracht ;

425 Nu dan aangezien de Idea voortkomt vande wezentlijkheid des voorwerps.