voorwerpelijk 12x+n;
voorwerpen 5x;
voorwerps 3x;
The use of 'voorwerpelijk' (objective) in the appendix (9x) and the beginning of KV shows remarkable similarities. Elsewher voorwerpelijk does not occur. The term 'voorwerp' (object) is a more philosophically marked synonym of thing or something but not a technical term.
006 en in zig vervatten alles wat de Idea voorwerpelijk heeft;
010 en hem nader als andere welkers voorwerpelijke wezentheid in zijn verstand is;
061 en nadien de volmaaktheid van het voorwerp ' t welk gij begrepen hebt;
188 Doch ook deze ware kennisse is na de voorwerpen die haar voorkomen, ook verscheiden >Is ook verscheiden na de voorwerpen in beter en slechter.]. Soo dat hoe veel beter daar is het voorwerp met het welke het komt te vereenigen, zo veel beter is ook deze kennisse. En daarom dat is de volmaaktste mensch, de welke met God die het aldervolmaaktste wezen is, vereenigt en hem zo geniet >En alder volmaakst als zij God tot een voorwerp heeft];
190 na de hoedanigheeden van haar voorwerp : welk voorwerp de mensch zoekt te genieten en daarmede;
191 verschieden naar de hoedanigheid van' t voorwerp;
197 liefde te wezen een vereeniginge met het voorwerp dat ons verstand oordeeld heerlijk;
259 dat het fundament van alle goet en kwaad is de Lievde vallende op seker voorwerp: want zo wanneer men niet en bemind het voorwerp het welk alleen waardig is bemind te worden, namenlijk God gelijk wij alvoorens gezeid hebben >Nota bene.], maar die dingen die door eigen aart en natuur vergankelijk zijn, zo volgt daarop dan noodzakelijk (dewijl het voorwerp zo veel toevallen, ja de vernietinge zelve onderworpen is) de haat, droefheid, enz. na veranderinge van het geliefde voorwerp;
261 aangezien die is vallende op een voorwerp dat oneijndig is;
268 Als nu iemand door dien het geheele voorwerp in hem gevrogt heeft, diergelijke gestalte of wijzen van denken krijgt, zoo is het klaar, dat die een geheel ander gevoel van de gestalte of hoedanigheid van het voorwerp bekomt als een ander die zo veel oorzaaken niet gehad heeft en zo tot zulks of te bevestigen of te ontkennen door een ander lichter werking (als door wijnige of minder toevoeginge in't zelve gewaar wordende) bewogen wordt;
283 Want wij hebben gezeid, dat het voorwerp de oorzaak is van 't geene waar af iets bevestigt of ontkent word, het zij dan waar of vals: te weten, omdat wij iets van 't voorwerp komende gewaar te worden, wij ons inbeelden dat het voorwerp (schoon wij zeer weinig van het selve gewaar worden) zulks nochtans van zig zelfs in't geheel bevestigt of ontkent. Hebbende dit meest plaats in zwakke ziele, die door een ligte werkinge van het voorwerp in haar een wijze of Idea ontfangen zeer lichtelijk en buijten dit en is in haar geen bevestigen of ontkennen meer >Wie die meest onderwurpen is.];
314 dat het begrijpt in het voorwerp iets kwaads te zijn of omdat het iets;
322 ne maar voor soo veel het een voorwerp is gelijk alle andere dingen de welke ook de zelve uijtwerkingen zouden doen, zoo ze zich zoodanig aan de ziel kwaamen te vertoonen >En hoe zij haar aan de ziele vertonen en hij van haar aangedaan wordt niet als van een lichaam maar als van een voorwerp. en de reden waarom.];
334 n 10. Tusschen de Idea en 't voorwerp moet noodzaakelijk een vereeniging zijn dewijl de een zonder de ander niet en kan bestaan: want daar is geen zaak welkers Idea niet en is in de denkende zaak en geen Idea kan zijn of de zaak moet ook wezen. Voorder het voorwerp kan niet verandert worden of de Idea word ook verandert et vice versa;
337 en om datter geen alteratie in' t voorwerp kan geschieden zonder dat ons datelijk;
340 n zo wanneer de wezentlijkheid t'zamen met het Wezen daar is en dat om datter dan een voorwerp is, dat te vooren niet en was. Ex. gr. als de heele muur wit is, zo iss'er geen dit of dat in, etc. 9. Deze Idea dan alleen buijten alle andere Ideas aangemerkt, kan niet meer zijn als maar een Idea van zo een zaak en niet dat zij een Idea heeft van zo een zaak. Daarbij dat zo een Idea zo aangemerkt om datze maar een deel is, zo kan zij van haar zelfs en haar voorwerp geen alderklaarst en onderscheidenst begrijp hebben; doch dit kan de denkende zaak alleen, die alleen geheel de Natuur is: want een deel buijten zijn geheel aangemerkt, kan niet enz.;
346 vertooninge aan het verstand van het voorwerp zelve: en zo dat voorwerp dan heerlijk is en goet, zo werd de zie[le];
351 dat is in zich zelfs zijn, welke Idea voorwerpelijk overeenkomt met hem zelfs;
354 na de kennisse van dit onlichamelijk voorwerp, in ons gewaar worden;
416 Het ware wezen van een voorwerp is iets het welk dadelijk onderscheiden;
421 zo moet aangemerkt worden 1. dat de wijzing, de alderonmiddelijkste van de eigenschap die wij denking noemen, voorwerpelijk in zig heeft het formelijke wezen van alle dingen: en dat zodanig, dat bij aldien men stelde eenig formelijk ding welkers wezen niet en was voorwerpelijk in de voorgenoemde eigenschap, zo en waar ze alheel niet oneijndig noch ten hoogsten volmaakt in haar geslacht tegen 't geen nu al bewezen is door de 3e propositie;
422 eene oneindige Idea de welke in zich voorwerpelijk bevat de geheele natuur;
424 oorspronk hebben als van de Idea of het voorwerpelijk wezen het welk van zoodanig lichaam;
425 Nu dan aangezien de Idea voortkomt vande wezentlijkheid des voorwerps, zoo moet dan ook het voorwerp veranderende of vernietigende, de zelve Idea na graden veranderen of vernietigen. en dit zo zijnde, zo is zij dat geen 't welk vereenigt is met het voorwerp;
426 Verder aangezien tot het wezentlijk zijn van een Idea (of voorwerpelijk wezen) geen ander dink vereijscht word als de denkende eigenschap en het voorwerp (of vormelijk wezen), zoo is't dan zeeker 't geene wij gezeid hebben, dat de Idea of 't voorwerpelijk wezen, de *alderonmiddelijkste wijzing is van de eigenschap >Ik noem de alderonmiddelijkste wijzing van de eigenschap die wijzing de welke om wezentlijkte zijn niet van noden heeft eenige andere wijzing in de zelfde eigenschap.];
428 in het zijn van een Idea of voorwerpelijk wezen inde denkende eigenschap;
430 van God geschapen aangezien ze in zich voorwerpelijk heeft het vormelijk wezen van alle ding[en];
431 van de wijzingen en gevolglijk in de voorwerpelijke wezens, die van de zodanige;
435 Het voorwerpelijke wezen dan ' t welk van dese.