BELGZUCHT

Belgzucht (jealousy) 2x+n;

~B; 12x verbolgen;

zelotyp* 7xE: Hoc odium erga rem amatam invidiæ junctum zelotypia vocatur, , quæ proinde nihil aliud est quam animi fluctuatio orta ex amore et odio simul concomitante idea alterius cui invidetur. Præterea hoc odium erga rem amatam majus erit pro ratione lætitiæ qua zelotypus ex reciproco rei amatæ amore solebat affici et etiam pro ratione affectus quo erga illum quem sibi rem amatam jungere imaginatur, affectus erat , 3,35s;

Traditional vice: Jaloezie, afgunst, naijver': De vuyle wangunst en kan gheen plaetse hebben in hem, die de Goetheydt selve is? SPRANKHUISEN;

027 dat hij niet meer zoude hebben willen, aangezien hij wel konde, smaakt na wangunst, dewelke in God die alle goet en volheid is, geen zins en is;

029 en zo zoude hij dan wangunstig zijn, zo hij wel konnende maar niet willende de zaak zodanig had geschapen, dat zij met haar oorzaak in essentia et existentia niet soude overeenkomen;

235 >de flauwmoedigheid, verwaantheid en belgzugt ];

236 Als iemand weet wat besluijt hij moet maaken om een goede zaake te bevorderen en een kwade te beletten, sulks nogtans niet en doet, dan zo noemt men het flaaumoedigheid. en de zelve heel groot zijnde, noemt het vervaartheid. Eijndelijk de belgzugt of Jalousie is een sorge die men heeft, om iets dat nu verkregen is, alleen te mogen genieten en behouden;

237 [wat de] Hoope, Vreeze, Verzekerdheid, Wanhoop en Belgzugt aangaat, het is zeeker dat zij uijt een kwaade opinie ontstaan. Want gelijk wij nu alvooren bewezen hebben, alle dingen hebben haar noodzakelijke oorzaaken en moeten zodanig als zij geschieden, noodzakelijk geschieden.