WANHOOP

WANHOOP 7x+3m;

wanhoopen;

wankelmoedigheid 4x+2m;

desperatio;

4xE: Desperatio est tristitia orta ex idea rei futuræ vel præteritæ de qua dubitandi causa sublata est, defaff16;

Related concepts: hoop, vrees, verzekerdheid.

233 Dog indien wij de zaake begrijpen kwaad te zijn en noodzakelijk te zullen komen, hier van daan komt in de ziele wanhoop >Hoedanig de wanhoop en wat die is.], de welke niet anders is als een zeekere slach van droefheid.;

234 zo konnen wij ook de zelve omkerende, beschrijven op een ontkennende wijse namentlijk aldus: wij hoopen dat het kwaad niet en zal komen, wij vreezen dat het goet niet en zal komen wij zijn verzeekerd dat het kwaad niet zal komen, wij wanhoopen dat het goed niet en zal komen;

235 Nu hebben wij te spreken van die de welke ontstaan uijt de begrippen ten opzigt van die de zaake begrijpt, te weten >Volgt nu van die die voortkomen uijt de begrippen in opzigt van die de saak begrijpt: 1. Hoedanig de wankelmoedigheid 2. Hoedanig de moed. 3. Hoedanig de kloekmoedigheid 4. Hoedanig de Volgijver 5. Hoedanig de flauwmoedigheid, verwaantheid en belgzugt]: Als men iet moet doen om de zake voort te brengen en wij daaraf geen besluijten maaken, zo krijgt de ziel een gestalte die wij wankelmoedigheid noemen;

236 Als iemand weet wat besluijt hij moet maaken om een goede zaake te bevorderen en een kwade te beletten, sulks nogtans niet en doet, dan zo noemt men het flaaumoedigheid. en de zelve heel groot zijnde, noemt het vervaartheid;

238 Want verzekerdheid en wanhoop zijn nooijt >Waar uijt de verzekertheijd en de wanhoop komt], ten zij zij als vooren Hoop en Vrees (want van deze hebben zij haar zijn) geweest hebben. Als bij exempel, als iemand het gene hij nog te verwagten heeft, goet waant te zijn, zo krijgt hij die gestalte in zijn ziele die wij Hoope noemen: en van dat gewaande goet verzekerd zijnde, zo krijgt de ziele die gerustheid die wij verzekerdheid noemen. Het gene wij dan nu van de verzekerdheid zeggen, het zelve moet ook van wanhoop gezeid worden;

240 Wat de Wankelmoedigheid, Flaaumoedigheid, en Vervaardheid belangen, door haar eigen aardt en natuur geven zij hare onvolmaaktheid te kennen >Onvolmaaktheid van de wankelmoedigheid, flaaumoedigheid en vervaartheid.]: want alles wat zij t'onsen voordeel doen komt niet uijt de werkinge van haar Natuur als negative. E.g. iemand die iets hoopt dat hij waant goet te zijn, 't welk nogtans niet goet is en nogtans door sijn wankelmoedigheid of flaaumoedigheid de moed die tot de uijtvoeringe vereischt komt te gebreeken, soo is't dat hij van dat kwaad 't welk hij waande goet te zijn, negative of bij geval bevrijd word;

298 Ten vijfden: zo bevrijd ons deze kennisse van de droefheid, van de wanhoop, van de nijdigheid, van de schrik en andere kwade Passien.