weederom 2x;
weder 9x+4n+m;
alweer;
weeder;
weer 2x;
238xB; Ende Adam bekende wederom sijne huysvrouwe, ende sy baerde eenen sone, ende sy noemde sijnen naem Seth, Gen.4:25;
'Weder' and 'wederom' can be used according to their etymology for what happens again (weder) and what happens again because its former cause is the case again (wederom).
024n Want deze stellende, isser noodzakelijk bepaling. en uijt deze volgt weder, dat de eene zelfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen. Aldus: .... en uijt dit volgt dan alweer dat alle zelfstandigheid formelijk moet zijn, want niet [zijnde], daar is geen mogelijkheid te konnen komen;
031 zo weederom iemant het tegendeel mogt staande houde;
034 Eijndelijk, zo wij de oorzaak van die zelfstandigheid die het beginzel is van de dingen dewelke uijt haar eijgenschap voorkomen, willen zoeken, zo staat ons dan al wederom te zoeken de oorzaak van die oorzaak en dan weder de oorzaak van die oorzaak et sic in infinitum, zodat, Indien wij noodzaaklijk ergens moeten stuijten en rusten gelijk wij moeten, zo is 't noodzaakelijk te rusten op deze allene zelfstandigheid;
061 Z nadien de volmaaktheid van het voorwerp 't welk gij begrepen hebt, uwe volmaaktheid is en uijt de uwe weeder de mijne hervoortkomt, zo zegt mij eens, ik bid u, of gij zulk een wezen begreepen hebt, dat ten oppersten volmaakt is;
074 Z en daarom word ook het verstand van mij (...) genoemt een oorzaak. en wederom in opzigt het bestaat van sijne begrippen, een geheel;
096 Dog nu valt wederom het geschil namentlijk, of God;
100 Doch 't verre daar af, want zij al voor God iets stellen te zijn aan het welk hij verpligt of verbonde zoude zijn, namelijk een oorzaak die een begeerte heeft van dat dit goet en dat wederom rechtvaardig is en zoude zijn;
120 n In aanmerkinge van Alle, als dat by is een eeuwig, door zig zelfs bestaande, oneindig, oorzaak van alles, onveranderlijk. In aanmerkinge van eene, als dat hij is alwetende, wijs, enz. het welk tot de denking, en weder dat hij is overal, alles vervult, enz. het welk tot de uytgebreidheid toebehoort;
148 zodat alles 't geene hij van denken heeft, zijn alleen maar Wijzen van die denkende eigenschap die wij aan God toegepast hebben. en wederom alles 't geen hij heeft van gestalte, beweginge, en andere dingen zijn desgelijks van die andere eigenschap die God toegepas[t] is;
155 maar neemt 'er een proef aan eenige bezondere reekeningen en die dan bevinde[nde] weer> daar mede overeen te komen, alsdan geeft hij daar aan't geloof;
157 en als in't voorbijgaan weer zeggen wat Waan, geloof en klaare kenn[isse];
217 denken op middelen van het verloorne weder te bekomen, zo het in onse macht is;
225 om tot ons goet einde te geraaken. en wederom, als wij ons gebrek en onmacht kennen;
232 gemengt nochtans met eenige droefheid. en wederom als wij de mogelijk komende saake oorde[len];
252 als aan hem die eenig goet gedaan heeft, weder goed gedaan wordt;
255 datter geen hoope is het zelve zo weder te hebben;
308 Want als iet weder iets zal voortbrengen, zoo moet dan;
325 Zoo dat dan om weder tot ons voorige te keren;
316 beweeginge na de eene plaats hebbende en weederom door de oorzaak van de ziele na een and[ere];
330 Het eerste is en tijdelijk en staat weder te komen doch het tweede is eeuwig;
331 n Dit namelijk, dat zij door haar werking deze geesten van 't hart afdrijven en weder ruijmte maaken, het welk de ziele gewaar wordende verkwikking krijgt;
336 Want indien 't lichaam een zodanige wijze ontfangt als ex:gr. het lichaam van Petrus en weder een ander als het lichaam is van Paulus, daar van daan komt het datter in de denkende zaak zijn twee verscheide Ideen:,..en hierom dan zo en kan ze ook geen steen die rust off stil leijt, beweegen: Want de steen maakt wederom een ander Idea in de ziel;
341 >.die uijt te werken en somtijds weder niet, als ook om het kwaad te laaten];
354 als dan konnen wij met waarheid zeggen weder geboren te zijn;
436 en wanneer het zij (...), dat de uijterlijke oorzaaken die ook deze veranderingen te weeg brengen, in zich verschillen en niet alle dezelve uijtwerkinge hebben, zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel. en wederom indien de verandering welke geschied in een deel, een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie, hier uijt ontstaat de blijdschap die wij ruste, vermakelijke oeffening en vrolijkheid noemen;