WILLEN

WILLEN 35x+4n+5m; wil 24x+16n; wil 3m; wild; wilde(n) 4x; willende; willens m; wilt 3x; woude; 018 ; 023; 025 ; 025; 025 ; 026; 027 ; 027; 034 ; 037; 063 ; 067; 070 ; 071; 087 ; 097; 099 ; 099; 099 ; 113; 170 ; 181; 183 ; 200; 212 ; 217; 243 ; 250; 256 ; 272; 273 ; 274; 274 ; 274; 274 ; 275; 277 ; 278; 279 ; 279; 279 ; 279; 279 ; 280; 280 ; 284; 284 ; 285; 287 ; 292; 292 ; 300; 300 ; 301; 307 ; 308; 315 ; 324; 329 ; 332; 362 ; 362; 369 ; 374; 374 ; 374; 378 ; 378; 381 ; 382; 397 ; 400; 408 ; 421; 427 ;

067 en daarom wil ik de Lievde geraaden hebben, dat;

087 Als bij voorbeeld: ik wilin zeeker kamer ligt hebben;

099 is daarom alleen goet, om dat God het wilen dit zo zijnde, zo kan hij immers wel;

025 het tegendeel des zelfs zoude willenstaande houden, die vraagen wij aldus;

025 l zo bepaald en niet onbepaalder heeft willenmaaken: dan of zij zodanig is door haar;

025 niet meer heeft konnen of niet meer heeft willengeven;

279 maar een Idea is van dit of dat te willenen daarom maar een wijze van denken een;

279 >..nochtans maar een Idea van dit of dat te willenen geen zaake in de natuur.];

029 zo hij wel konnende maar niet willendede zaak zodanig had geschapen, dat zij;

051 Ik dan, willendewater deelen, deel alleen maar;

274 welker zaaks idea niet is in de willendemogentheid;

065 deze zelfstandigheeden nog een derde wiltstellen, die in alles volmaakt is;

069 dan het lighamelijke en het verstandige wiltnoemen zelfstandigheeden in opzigt van

eeden; maar of door onkunde van schaamte gelijk in de kinderen ,  wilde  menschen etc . of doordien men in groote versmaadheden geweest zijnde

Dats eeven zo veel als of men  wilde  dat iemand die onweetende is , eerst zijn onweetenheid soude moeten

goet dat in de zaak gezien word ] , het welke soo wij ' t niet en  wilden  beminnen , noodzaakelijk van ons te vooren niet en most gekend wezen

meerder is , te niet gedaan word , omdat wij daar onder geenzins  wilden  betrekken de begeerten die uijt de redenering voortkomt en hier om

e ende weten De haat is een ontstelling in de ziel tegens die ons  willens  en wetens met wille ende weten misdaan heeft en de afkerigheid is

en indien gij buijten deze zelfstandigheeden nog een derde  wilt  stellen , die in alles volmaakt is , ziet zo wikkeld gij U zelven

bijaldien gij [f . 21 ] dan het lighamelijke en het verstandige  wilt  noemen zelfstandigheeden in opzigt van de wijzen die daar van afhangig

rder oorzaak konnen noemen . ERASMUS : ' T geen gij mij  wilt  zeggen , verstaa ik nu genoegzaam; maar ik merke ook aan dat gij

zo zoude hij dan wangunstig zijn , zo hij wel konnende maar niet  willende  de zaak zodanig had geschapen , dat zij met haar oorzaak in essentia

altijd en alleen in de wijzen van de zelfstandigheijd . Ik dan ,  willende  water deelen , deel alleen maar de [f . 15 ] wijse van de zelfstandigheijd

digheid dat men iets zoude willen welker zaaks idea niet is in de  willende  mogentheid . Segt gij dat de wil van wegen de vereeniginge die zij