bepaald 13x+15n+m;
bepaalde 8x;
bepalinge 2x+n+m;
onbepaald 4x+7n;
voorbepaald;
voorbepaaldheid;
voorbepaalen;
voorbepaalt;
voorbeschikker;
bepa* 11xB; En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd [definiens; ???sa?], en de bepalingen [terminos; ????es?a?] van hun woning, Hand.17:26;
*termin* 120xE; determ* 180xE(105x determinar*, determinatio*; 1x praedeterminata): et denique quod omnia a Deo fuerint prædeterminata, non quidem ex libertate voluntatis sive absoluto beneplacito sed ex absoluta Dei natura sive infinita potentia, 1app;
definitio* 222xE; defini* 274xE; finit* 37xE; indefinit* 8xE (indefinita quadam duratione);
Related concepts: eindig; onvolmaakt; noodzaak
Bepalen' is used as a technical term for causal determination: what determines cannot be determined (onbepaald; cf.023 sqq, 143 sqq.). In 'voorbepalen' (096 sqq.) this Spinozist doctrine is used to interprete the Calvinist doctrine of the will. In non technical sense 'bepaald' is used for specific (109 sqq.) and definition (172 ). As translations of (in)finit* (on)bepaald and (on)eindig occur in the same syntagmas.
050 en nooijt bepaald off eijndig kan zijn off verstaan worden;
007 2. Dat een eijndig verstand het oneijndige niet kan begrijpen; 3. Dat een eijndig verstand door zigzelfs ten zij het van iet van buijten bepaald wordt, niet en kan verstaan;
002 Verstaat de bepaalde natuur door de welke de zake is dat ze is;
009 dewijl het menschelijk verstand bepaald is en door geen uijtterlijke dingen bepaald wordende om dit eerder als dat en Dat eerder als Dit te verstaan, zo zoude het onmogelijk zijn, dat het volgens de derde regel iets zoude konnen verstaan;
016 dat het oneijndige van geen verscheide bepaalde deelen kan tezamengezet worden;
022 1. Datter geene bepaalde zelfstandigheid en is;
023 n Konnende dan bewijzen datter geen bepaalde selfstandigheid kan zijn, zo moet dan alle selfstandigheid onbepaald aan't goddelijk wezen behooren. Dit doen wij aldus: 1. of ze moet haar zelfs bepaald hebben, of haar moet een ander bepaald hebben: niet zij haar zelve want onbepaald geweest zijnde, zoude zij haar geheel wezen moeten verandert hebben. Van een ander isse ook niet bepaalt : Want die moet zijn bepaald of onbepaald; niet het eerste, ergo 't leste, ergo 't is God. Deze dan zoude moeten bepaald hebben of omdat het hem aan de magt of aan de wil ontbrak: maar 't eerste is tegen de almachtigheid, het tweede tegen de goedheid.2. Datter geen bepaalde zelfstandigheid kan zijn is hier uijt klaar, omdat ze alsdan noodzaakelijk iet zoude moeten hebben, dat ze van de niet heeft, 't welk onmogelijk is. Want van waar heeft ze dat daar in ze verschilt van God;
024 n Niet van God altijd, want die en heeft niet onvolmaakts of bepaalts enz. Ergo dan van waar als van de Niet? Ergo: geen zelfstandigheid als onbepaald . Waar uijt volgt, datter geen twee gelijke onbepaalde zelfstandigheeden konnen zijn: Want deze stellende, isser noodzakelijk bepaling . en uijt deze volgt weder, dat de eene zelfstandigheid d'ander niet kan voortbrengen. Aldus: de oorzaak die deze zelfstandigheid zou voortbrengen, moet hebben de zelfde eigenschap van dese voortgebrachte en ook of eeven zo veel volmaaktheid of meerder, of minder. Niet het 1. want dan waren twe gelijke. Niet het 2. want dan wasser een bepaalde . Niet het 3. want van de Niet komt geen Iet. Ten anderen: als van de onbepaalde een bepaalde kwam, zo wierd de onbepaalde ook bepaald enz. Ergo de eene zelfstandigheid kan d'ander niet voortbrengen. en uijt dit volgt dan alweer dat alle zelfstandigheid formelijk moet zijn, want niet zijnde, daar is geen mogelijkheid te konnen komen;
025 Wat dan aangaat het 1. namelijk dat'er geen bepaalde zelfstandigheid en is enz. Zo iemand het tegendeel des zelfs zoude willen staande houden, die vraagen wij aldus, te weete: Of deze zelfstandigheid dan bepaald is door zig zelfs, namentlijk dat ze zig zelfs zo bepaald en niet onbepaalder heeft willen maaken: dan of zij zodanig is door haar oorzaak, welke oorzaak haar of niet meer heeft konnen of niet meer heeft willen geven;
026 Niet het eerste is waar omdat het niet mogelijk is, dat een zelfstandigheid zig zelfs zoude hebbe willen bepaalen;
en dat zo een zelfstandigheid die door zig zelfs geweest is, ERGO dan zeg ik isse door haar oorzaak bepaald , de welke noodzaakelijk God is;
027 Voorder indien zij dan door haar oorzaak bepaald is, zo moet dat zijn of omdat die;
030 Het tweede belangende, Datter geen twe gelijke selfstandigheden zijn, bewijzen wij, omdat ieder zelfstandigheid in sijn geslacht volmaakt is, want zo'er twee gelijke waren, zo most noodzaakelijk de een de andere bepaalen en dienvolgende niet oneijdelijk zijn, gelijk [wij] al voor dezen bewezen hebben;
032 meerder ook niet zeggen wij, omdat als dan deze tweede bepaald zoude zijn, hetwelk strijd tegen 't geen nu al van ons bewezen is. Ergo dan even zo veel, ergo dan gelijk en twee gelijke zelfstandigheden klaarlijk strijdende met ons voorige bewijs;
050 een zaak de welke klaarlijk tegenstrijdig is in zo iets, het welke door zijn eijgen natuur oneijndig is en nooijt bepaald off eijndig kan zijn off verstaan worden;
059 als dat hij is een oorzaak, een Voorbeschikker , en Regeerder van alle dingen;
061 Z zo zegt mij eens, ik bid u, of gij zulk een wezen begreepen hebt, dat ten oppersten volmaakt is, niet konnende door iets anders bepaald worden en in het welk ik ook begrepen ben;
063 Z De waarheid hiervan is mij ontwijffelijk: Want zo wij de Natuur willen bepaalen , zo zullen wij hem, 't welk ongerijmt is, met een Niet moeten bepaalen en dat onder deze volgende eijgenschappen;
064 Z eij dog dit rijmt zig alwonderlijk, dat de Eenheid met de Verscheidentheid die ik alomme in de Natuur zie, te zamen overeen komt. Want hoe? Ik zie dat de verstandige zelfstandigheid geen gemeenschap heeft met de uijtgebreide selfstandigheid en dat d'een de andere bepaald;
096 Dog nu valt wederom het geschil namentlijk, of God al dat welk in zijn Idea is en hij zo volmaaktelijk kan doen, of hij dat seg ik, zoude konnen nalaten te doen? en of zulk nalaten in hem een volmaaktheid is? Wij zeggen dan, dewijl alles dat 'er geschied van God gedaan woort, also bij hem noodzaakelijk moet voorbepaalt zijn, andersins waar hij veranderlijk, dat dan in hem een groote onvolmaaktheid zoude zijn. en dat deze voorbepaaldheid bij hem van Eeuwigheid moet zijn, in welke eeuwigheid geen voor of na is, zo volgt daaruijt kragtelijk, dat God te vooren op geen ander wijs de dingen heeft konnen voorbepaalen als die nu van eeuwigheid bepaald zijn en dat God nog voor, nog zonder deze bepalinge heeft konnen zijn;
101 Nu valt dan voorder het geschil namelijk of God, schoon alle dingen van hem op een andere wijze waren geschapen van eeuwigheid of geordonneert en voorbepaald als die nu zijn, of hij dan zeg ik, eeven volmaakt zoude zijn? Waarop tot antwoord dient, dat bij aldien de Natuur van alle eeuwigheid op een andere wijze als die nu is, ware geschapen geweest, zo zoude noodzakelijk moeten volgen na de stellinge der geener die God wille en verstand toeschrijven, dat dan God beide en een ander wille en een ander verstand als doen gehad heeft, volgens de welke hij het anders gemaakt zoude hebbe;
109 Indien iets dat gebeurlijk is een bepaalde en zeekere oorzaak heeft om te zijn;
110 dat iets gebeurlijk wel geen bepaalde en zekere oorzaak heeft;
111 Aangaande het twede dan: bij aldien die oorzaak niet meer bepaald en was om het eene of om het ander voort te brengen, dat is om deze iets voort te brengen of na te laten voort te brengen, zo waar't t'eenemaal onmogelijk en dat hij het zoude voortbrengen, en dat hij het zoude laten voort te brengen, 't welk regt streidig is;
141 tot de verhandeling van de bezondere en bepaalde dingen komen, doch niet van alle;
142 3. Dat geen twee gelijke zelfstandigheeden konnen zijn. De mensch dan niet geweest hebbende van eeuwigheid bepaald en met veele menschen gelijk, en kan geen selvstandigheid zijn;
143 n 1. Onze ziele is of een selfstandigheid of een wijze; geen zelfstandigheid want wij hebben al beweezen, dat er geen bepaalde zelfstandigheid in de Natuur kan zijn; ergo dan een wijze. 2. Een wijze dan zijnde, zo moet ze dat zijn of van de zelfstandige uijtgebreidheid of van de zelfstandige denking; niet van de uijtgebreidheid om etc. ergo dan van de denking. 3. De zelfstandige denking dewijl ze niet bepaald kan zijn, is oneindig volmaakt in zijn geslacht en een eigenschap van God;
172 Begeerte komt ook uijt bevindinge >Komt ook voort uijt bevinding, volgens de 2 bepalinge , die mij niet behaagt.];
261 Zoo komt mede in aanmerkinge, dat alleen de Liefde, enz. onbepaald zijn: namentlijk hoe die meer en meer toeneemt, hoe die ook alsdan voortreffelijker word, aangezien die is vallende op een voorwerp dat oneijndig is;
273 ergo de Will onbepaalt genomen en ook het Verstand geen wezens;
276 en dat alle Willingen van hem bepaald worden;
315 Zo wanneer nu dan deze eigenschappen de eene in de andere komt te werken, zoo ontstaat daar uijt lijdinge de eene van de ander, namelijk door de bepalinge van beweeginge die wij alsoo werwaart wij willen, vermogen hebben te doen gaan;
316 en omdat ook deze geesten door oorzaak van het lichaam beweegt en alzoo bepaald konnen worden , zoo kan het dikwijls gebeuren >De geesten konnen ook van 't lichaam alleenig bepaald of beweegt worden en wat alsdan dikwijls gebeurd.] dat zij door oorzaak van het lichaam haare beweeginge na de eene plaats hebbende;
365 heeft zijn oogmerk niet verder als zijne bepaalde wezentheid bereijken kan;
372 >De 2. rede] dat wij nooijt door eenig ander dink welkers wezen noodzakelijk bepaald is schoon het ons al bekender was, tot de kennisse Gods konnen geraaken: Want hoe is 't mogelijk dat wij uijt een bepaalde een oneijndelijke en onbepaalde zaak souden konnen besluijten? Want of wij alschoon eenige werkinge of werk in de Natuur bemerkte welkers oorzaak ons onbekend was, zoo is't nochtans onmogelijk om voor ons daar uijt dan te besluijten dat'er om dit gevrochte voort te brengen, een oneijndelijke en onbepaalde zaak in de Natuur moet zijn;
406 Dat geene 't welk een oorzaak is van zich zelfs, is onmogelijk dat het zich zelfs zoude hebben bepaald;
414 Indien het 2e, zoo isse [sc.de zelfstandigheid] noodzakelijk ook zodanig, want [Ax.6=406 ] zich zelfs en zoudeze niet konnen bepaald gehad hebben;