ZAAK

ZAAK (thing) 89x+50n+14m;

saak(e) 8x+n+2m;

zaake 52x+7m;

zaaken 19x+4m;

zaaks 2x;

zake 5x+n+4m;

zaken;

Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen, Ex.23:2;

re 67xE; rebus 27xE; rei 127xE; rem 133xE; rerum 157xE; res 246xE;

Related concepts: denking, natuur van de zaak.

Except for natuur van de zaak (essence) and denkende zaak (res cogitans) only non-technical use as 'something, nothing specific' occurs.

001verstaan aan de *Natuur van een zaak te behooren, dat konnen wij ook met waarheid van die zaak bevestigen;

002de bepaalde natuur door de welke de zake is dat ze is;

002zonder ook met een die zaak te vernietigen: als dat tot het wezen;

005 dat het geene dat men bevestigt van de zaak, dat en bevestigt men niet van de Idea;

005 en is noch van de zaak noch van datgeen' t welk van de zaak bevestigt word;

005 van de Idea, maar niet van de zaak zelfs is vals;

005 zien tot de natuur van een zaak te behooren, dat konnen wij ook met waarheid van die zaak bevestigen: maar;

011 wij dan ook veel andere en van andere saaken afgetrokkene eijgenschappen konnen;

014 wesen, of wesentheid van eenige zake afhangt;

018 Ook niet in haar, want geen zaak veel min deze wil zijn zelfs verderf;

028 Hier op te zeggen dat de natuur van de zaak zulk vereischte en derhalven niet;

028 want de natuur van de zaak kan niets vereischen als ze niet en i.;

028 wat tot de natuur van een zaak behoort die niet en is;

029 hij wel konnende maar niet willende de zaak zodanig had geschapen;

029 zo schept hij de natuur van de zaak met de zaak gelijk. en zo zoude hij dan wangunstig;

050 een zaak de welke klaarlijk tegenstrijdig is;

072 en alzo is' t dat gij de denkende zaak kraght verbeeld als zaak van de welke het Verstand, de Liefde;

078 Het wezen van de zaak en neemt niet toe door het vereenigen van een ander zaak met dewelke het een geheel maakt;

084 maar van eenige andere zaak geworden zijn als alleen voor zo veel;

086 dat daarom even wel God niet nalaat een zaak onmiddelijk te konnen voort brengen;

086 dat' er tot de wezentlijkheid van een zaak vereischt word een Bezondere wijzing;

086 zijn eenige omdat zij de zaak zouden voortbrengen en andere omdat de zaak zoude konnen voortgebragt zijn;

087 en word geen ander bezonder zaak vereischt, die daar hebbe;

097 heil en de volmaaktheid van de zelfde zaak bestaan in het niet zijn;

107 De algemeene is die door de welke ieder zaak voortgebragt en onderhouden word;

112 aan de natuur van de zaak behoort;

112 datter in de Natuur geen zaak en is van de welke men niet kan vragen;

112 Deze oorzaak dan moeten wij of in de zaak of buijten de zaak of buijten de zaak zoeken. Dog zo men na den regul vraagt;

123 om dat de beschrijvinge de zaak naakt en ook bevestigende moet;

125 of eigenschappen geven, door de welke de zaak (God) gekend word wat ze is;

125 propria of eigenen, welke wel aan een zaak behoren, edog nooit en verklaren wat de zaak is;

126 maar zijn zeekere wijze van de denkende zaak en geenzins en bestaan noch verstaan;

128 Want indien wij volmaaktelijk een zaak door de beschrijvinge van geslagt en;

131 beantwoordinge op de tegenwerpingen deze saake aangaande;

134 Stoffe ende het verstaan inde denkende zaak;

136 Het angaande het Verstaan in de denkende zaak, deze;

143 wijze van denken van alle en een ieder zaak wezentlijk zijnde;

145 Idea enz. moet zijn in de denkende zaak en zo voort dan ook de ziel van ons;

145 van ons lichaam in de denkende zaak als nu;

150 stellen dat dat aen de natuur van de zaak behoort zonder het welk de zaak noch bestaan noch verstaan kan worden;

151 weten, wat aan de natuur van een zaak behoort? De Regul dan is: Dat behoort tot aan de natuur van een zaak zonder het welk de zaak niet bestaan noch verstaan kan worden; etc

163 namelijk als wij stilswijgende de zake zoo en niet anders meenen te zijn;

178 > klaar en onderscheide kennen, niet de zake zelve, maar wat ze moet zijn.];

178 ons verstandelijke doet genieten de zake die zij buijten ons aanwijst;

203 uijt de kennisse van dat de saake heerlijk is en goet;

203 uijt kennisse van dat de saake heerlijk is en goet;

203 wel gebruijken inde kennisse van zaken, so moeten wij;

209 Doch offer eenig kwaad in is geleegen de saaken met een haat en affker te vlieden;

210 die in ons is tegen een saak ontstaande uijt ongemak of leed;

212 of voor ons of voor de saake zelve;

230 uijt de begrippen die wij van een saake hebben];

231 > Wat dese begrippen zijn in opzigt van de zake zelve.], zijn of dat die zake van ons als gebeurlijk word aangemerkt;

231 De begrippen die wij ten opzigt van de saake zelve hebben;

231 doen om te bevorderen dat de zake komt, of om de zelve te beletten;

232 en wederom als wij de mogelijk komende saake oordelen kwaad te zijn;

235 Als men iet moet doen om de zake voort te brengen en wij daaraf;

235 uijt de begrippen in opzigt van de zake zelve;

235 uijt de begrippen in opzigt van die de saak begrijpt;

335 het geene wij van de denkende zake nu al voren gezeid hebben;

434 dan hier voor onderstellen als een zake die bewezen is;