ZEKER

ZEKER (sure) 7x+7m;

seeker 4x;

seker;

zekere 4x;

zeeker 16x+3n;

zeekere 6x;

voorzeker;

verzekeren;

*zeker* 320xB (zekerlijk 105, zeker 96, voorzeker 54): De groote Godt heeft den Coninck bekent gemaeckt, wat hier na geschieden sal: De droom nu is gewis, ende sijne uytlegginge is seker, Dan.2:45;

cert* 33xE (non ideo ipsum certum esse sed tantum non dubitare dicimus; determinatur ad existendum et operandum certa ac determinata ratione); certo 36xE (20x certo (ac determinato) modo);

Like certain 'zeker' is used both for something specific (een zeker slag, een zeker ding, voorwerp, een zekere proportie) and in technical sense for the Cartesian certainty of the third kind of knowledge (272). The technical use is a specification of the biblical use in e.g. 084, 209, 128, 055. The E-syntagma with determinat* only occurs 109-110.

038 en zeker het is een veel grooter volmaaktheid;

084 hetwelk ik wel zie zeeker waar te zijn, maar dit zo zijnde;

087 Als bij voorbeeld: ik wil in zeeker kamer ligt hebben; Ik steek het op;

109 iets dat gebeurlijk is een bepaalde en zeekere oorzaak heeft om te zijn;

110 wel geen bepaalde en zekere oorzaak heeft, maar een gebeurlijke;

112 het is zeker dat wij dan de oorzaak niet buijten;

120 en zijn geen eijgenschappen, maar alleen zeekere wijzen, de welke hem toegeeigent mogen;

126 welke dingen om dat ze maar zijn zeekere wijze van de denkende zaak en geenzins;

128 en zeker zo dit waar moet zijn, zo en kan men;

155 >Deze is zeker door het waare geloove, dat hem nooijt en kan bedriegen; en is eigentlijk gelovende.],,.. Want hoe kan hij doch zeeker zijn, datt de ondervinding van eenige bezondere hem een regul kan zijn van alle;

158 en nooijt plaats heeft in iets daar wij zeker van zijn, maar wel daar van gissen en;

164 en zeeker dit moet ook plaats hebben in veele;

170 't is zeeker datze in niemand en kan gevonden worden;

172 practijk van de doctors die zeeker remedie eenigemaalen goet gevonden;

195 want zo wij niets kenden, voorzeeker wij en waaren ook niet

196 het is zeker dat wij door't beminnen en vereenige;

208 Voor eerst is't zeeker, dat als wij de dingen die ons;

209 die uijt opinien voortkomt, 't is zeeker die en mag in ons geen plaats;

215 Een zeker slag van blijdschap zijn dese volgende;

216 >.. Een zeker slag van droefheid zijn dese: 1. De Wanhoop 2. 't Berouw en Knaging 3. Beschaamtheid 4. Beklag.];

226 dat zij ontstaat ontstaan uijt zekere waan;

232 De welke niet anders is[als] een zekere zlag van blijdschap;

233 de welke niet anders is als een zeekere slach van droefheid;

233 het welk een seekere blijdschap is, niet vermengt met;

237 Wanhoop en Belgzugt aangaat, het is zeeker dat zij uijt een kwaade opinie ontstaan;

244 want zij zijn een zeeker slag van droefheid >Zijn een zeker slag van droefheid.];

246 en omdat het is een seeker slach van de Blijdschap >Is een zeker slag van blijdschap.,..];

248 De eerste is een seeker slag van Blijdschap die een ieder in zig zelfs gevoeld wanneer hij gewaar word, dat zijn doen bij andere geagt en geprezen word zonder opzigt van eenig ander voordeel of profijt dat zij beoogen. Beschaamtheid is zeekere droevheid die in jemand ontstaat;

255 Beklag dan is zeeker slag van droevheid uijt overweginge van;

256 en dewijl het een zeeker (*)slach is van droefheid, zo hebben wij die te schuwen, gelijk wij sulx voor dezen van de droefheid handelende, hebben aangemerkt >Is een zeker slag van droefheid en als sulks te schuwen,,..];

257 zo ist zeker dat wij nooit in't geen kwaad is;

259 de Lievde vallende op seker voorwerp;

272 n Maar van de Waan verschilt zij ook hier in dat zij wel t'eeniger tijd zoude konnen onfeijlbaar en zeeker zijn; dat in de Waan die van gisse en meijne bestaat, geen plaats heeft. Alzoo dat men die een Gelove zoude konnen noemen in aanzien zij zoo zeker zoude gaan en Waan in aanzien zij de dooling onderwurpen is. 'T is zeeker dat het bijzonder willen moet hebben een uijterlijke oorzaak door de welke datze zij, want aangezien tot het wezen des zelfs de wezentlijkheid niet en behoord, zoo moet ze noodzakelijk zijn door de wezentlijkheid van iets anders.;

290 de eerste maal tot het gewaar worden van zeeker ding komt;

291 De lust zelve? Neen zeeker. Want niets en isser dat;

325 als wel het lichaam, het zeeker is het lichaam als dan geen vermogen;

365 als voor de winter zekere voorraad te verzorgen;

374 en zich zo tenemaal tegen God kant, zeker zo is hij wel ellendig;

386 stellingen als zaaken die zeker en bewezen zijn, daar toe zal gebruijke;

387 Want't is zeeker dat de doenende werkt door't geen hij;

426 zoo is't dan zeeker 't geene wij gezeid hebben, dat de Idea;

434 en dat ieder bezonder lichaamelijk ding niets anders is als een zeekere proportie van beweginge en stilte;,.. Alsoo dat dan het menschelijk lichaam niet anders is als een seekere proportie van beweginge en stilte.