ZIJN 585x+99n+58m; ben 3x+3n; geweest 18x+5n; is 980x+180n+119m; sijn 35x+16m; sijne 26x; sijnen; sijns 3x+9n; waren 5n; was 32x+11n+m; zijnde 55x+12n+7m; zijne 16x+16m; zijns 2x; zijt m;
een noodsakelijk zijn en niet als de voorgaande alleen datze kan zijn : want die haar wesen was wel noodzakelijk , maar niet haar wezent
: want als in de tweede soorte van Ideen getoont is , zonder mij zijn zij ' t geene datze zijn : of na ' t wesen alleen , of na ' t wesen
soorte van Ideen getoont is , zonder mij zijn zij ' t geene datze zijn : of na ' t wesen alleen , of na ' t wesen en de wesentlijkheid beijde
heid beijde . en zo ook dan , ja veel meer bevinde ik dit waar te zijn in deze derde eenige Idea en dat niet alleen dat het van mij niet
van mij niet af en hangt , maar in tegendeel dat hij alleen moet zijn het subjectum van ' t geen ik van hem bevestig . Alsoo dat indien
en gelijk nogtans van de andere dingen schoon zij niet wesentlijk zijn , gedaan word : ja ook dat hij moet zijn het subjectum van alle andere
hoon zij niet wesentlijk zijn , gedaan word : ja ook dat hij moet zijn het subjectum van alle andere dingen . Behalven dan dat uijt het
dewelke wij onszelve konnen voldoen : Want dat deze het al soude zijn , van de welke dit volmaakte wezen zoude bestaan , ja maar integendeel
eijndige volmaakte eigentschappen , die dit volmaakte wezen eigen zijn , eer ' t volmaakt gezeid kan worden . en van waar is deze Idea van
et is een veel grooter volmaaktheid in God , dat hij alles wat in zijn oneijndelijk verstand was , geschapen heeft als dat hij het niet
niet meer weten : maar dat God niet meer weten kan , strijd tegen zijn volmaaktheid : Ergo . Dog indien God alles in zijn verstand heeft
, strijd tegen zijn volmaaktheid : Ergo . Dog indien God alles in zijn verstand heeft en door zijn oneijndelijke volmaaktheijd niet meer
heid : Ergo . Dog indien God alles in zijn verstand heeft en door zijn oneijndelijke volmaaktheijd niet meer kan weten; wel waarom dan
arom dan en konnen wij niet zeggen , dat hij ook alles wat hij in zijn verstand hadde , heeft voortgebragt en gemaakt , dat het formelijk
wij gezeijd hebben , dat alle deze eijgenschappen die inde Natuur zijn , maar een eenig wezen is en geenzins verscheijde , want wij die
der zonder de ander klaar en onderscheijden konnen verstaan , die zijn deze : 1 . omdat wij nu al vooren gevonden hebben , dat ' er een
evonden hebben , dat ' er een oneijndelijk en volmaakt wezen moet zijn , door hetwelke niet anders kan verstaan worden als zodaanig een
oneijndelijk is , zo moeten ook zijne eigenschappen oneijndelijk zijn en even dit is het dat wij een volmaakt wezen noemen . 2 . om de
digheijd niet en is , het onmogelijk is dat se zouden beginnen te zijn . *En evenwel nogtans zien wij dat in geen selfstandigheijd ( die
k begrepen zijnde ) , eenige noodzakelijkheid is om wezentlijk te zijn : aangezien geen wezentlijkheijd aan hare bezondere wezentheijd toebehoort
j nogtans wel weten dat is , noodzakelijk een volmaakt wezen moet zijn , aan dewelke wezentlijkheid toebehoort .
atze niet iets bezonders , maar iets dat is een eigenschap , moet zijn van een ander : namentlijk het een , alleenig en alwezen .
een het doet , het welke alhoewel genoegsaam door zig zelfs klaar zijnde ' t geen wij hier nu geseijd hebben , zo zullen wij het nogtans hierna
id in de Natuur kan zijn; ergo dan een wijze . 2 . Een wijze dan zijnde , zo moet ze dat zijn of van de zelfstandige uijtgebreidheid of van
van beweginge en stilte was dit ons lichaam , een ongeboren kind zijnde en in gevolge daarna , en in andere zalt bestaan als wij dood zijn
ende , zo zal de ziel en ' t lichaam zijn gelijk het onze nu is , zijnde wel gestadig verandering onderworpen , maar niet zo groot dat ze
bestaan konnen , ook zonder die niet verstaan worden . Dit dan zo zijnde , wat voor een regul ken stellen wij dan daarbij men zal weten ,
n eenige bezondere om dat die onmogelijk een regul is , te vreden zijnde Deze waant of gelooft niet alleen door horen zeggen , maar door ondervinding
gt het aan de waare Reeden , de welke nooijt , wel gebruijk [t ] zijnde , bedrogen beeft . Deze dan die zeght hem , dat door de eigenschap
ag . 2 . daar wij dit nog bij doen . Het is wel waar , dat wij van een Idea die ons
die ons eenmaal eerst van de zaake zelfs is hergekomen , en so in abstracto algemeen
jgenschappen konnen toedigten . Maar dit is onmogelijk te konnen doen zonder alvorens
ens gesteld dat deze Idea een versierzel is , zoo moeten dan alle *ander4 Ideas die
Want Wij zien eenige die het onmogelijk is dat ze zijn : e . g . alle monsterdieren
ige benaming , gelijker wijs als dat hij is door zig zelfs bestaande , Eewig , Eenig
jne werkinge : gelijker wijs als dat hij is een oorzaak , een Voorbeschikker , en Regeerder
8 ] gij begrepen hebt , uwe volmaaktheid is en uijt de uwe weeder de mijne hervoortkomt
oet een ander bepaald hebben : niet zij haar zelve want onbepaald geweest zijnde , zoude zij haar geheel wezen moeten verandert hebben . Van
illen bepaalen; en dat zo een zelfstandigheid die door zig zelfs geweest is , ERGO dan zeg ik isse door haar oorzaak bepaald , de welke noodzaakelijk
j mij hebt aangewezen hadde vereenigd , aanstonds was ik vervolgd geweest van twee hooftvijanden des menschelijken geslaghts de Haat namentlijk
gebragd . Nu dan het is onmogelijk , dat ' er meer van nooden is geweest om een zodanig verstand voort te brengen als alleen de eigenschappen
watter ook is off bedagt kan worden wort in vergelijkinge van het ware goet , ' t is niet als maar de ellendigheid zelve; en is dan zo
et Waare [* ] Geloof genoemt hebben Van de uijtwerkingen van het ware gelove . ] de zaake behoort
De tweede uijtwerkinge van ' t ware geloof is , dat ze ons13 brengt tot een klaar verstand door ' t welk
e maniere als vooren gebruijkende Van de 4 . Uijtwerkinge van het ware geloof siet pag . . . . Is dat ze ons anwijst waar in dat waarheid
dus bewezen : Indien de verzieringe van de mensch alleen oorzaak was van zijn Idea , zo zoude hij het onmogelijk zijn , dat hij iet zoude
iet als de voorgaande alleen datze kan zijn : want die haar wesen was wel noodzakelijk , maar niet haar wezent [lijk ] heid : maar van
ctum van ' t geen ik van hem bevestig . Alsoo dat indien hij niet was , ik al heel van hem niets en zoude konnen bevestigen gelijk nogtans
aaktheid in God , dat hij alles wat in zijn oneijndelijk verstand was , geschapen heeft als dat hij het niet en zoude geschapen hebben
, als bij exempel , Zoude God aan de Israeliten gezeid hebben Ik ben Jehova uwe God , zo mosten zij dan al te vooren geweten hebben zonder
bemin die ook of ik bemin die niet . Hoe ' t zij of niet zij , ik ben gehouwen of geslaagen . Dit ' s klaar . mijn
elijke , die onmogelijk in de Natuur , die wij bevinden anders te sijn gesteld , plaats konnen hebben Ideas , wel
k maar niet noodzakelijk datze zijn : van de welke nochtans of ze sijn of niet zijn , haar wezen altijd noodzaakelijk is : als de Idea van
zelfs is hergekomen , en so in abstracto algemeen van ons gemaakt sijnde , dat daarna van die zelve in ons verstand veel besondere worden