BESCHRIJVEN

BESCHRIJVEN 3x;

beschreven 5x;

beschrijf;

beschrijving(e) 28x+3n+6m;

Describo 1xTIE (*scrib* ~E): Ut itaque hoc vitio liberemur, erunt haec observanda in Definitione. I. si res sit creata, definitio debebit, uti diximus, comprehendere causam proximam. Ex. gr. circulus secundum hanc legem sic esset definiendus: eum esse figuram, quae describitur a linea quacunque, cujus alia extremitas est fixa, alia mobilis, quae definitio dare comprehendit causam proximam, TIE096;

*termina* 168xE;

Related concepts: gedaante.

In technical sense 'beschrijving' is used for definition (122 sqq.). Spinoza denies the epistemologic validity of the Scholastic Neo-Aristotelian method of defining for his theory of knowledge (288, 151, 129sqq.). The translator of the KV uses 'beschrijven' in Spinozistic sense for any philosophic explanation. The alternative term 'bepaling' is not used for definition in the KV (cf.1,10cs).

005n Uijt de beschrijvinge hierna van dat God oneijndige eijgenschappen heeft konnen wij sijne wezentheijd aldus bewijzen;

036 Hetwelk ten eenemaal overeenkomt met de beschrijvinge, die men van God geeft;

082 Z Ik heb duijdelijk gezegd, dat alle eijgenschappen die van geen ander oorzaak afhangen en om welke te beschrijven geen geslagt van nooden is, aan het wezen Gods toe behooren;

103 Dit word van ons verder bewezen uijt de beschrijvinge die wij van de vrije oorzaak gemaakt hebben;

107 Zo dat wij dan volgens deze onze beschrijvinge stellen een Algemeene en een bezondere voorzienigheid;

119 en meede van de wetten der warer beschrijvinge ;

122 Eerstelijk zeggen zij, datter geen ware of wettelijke beschrijvinge van God en kan gegeven worden, aangezien geen beschrijvinge na haar waan, als van geslacht en onderscheit bestaan kan en God dan geen gedaante van eenig geslagt zijnde, zo en kan hij niet regt of wettelijk werden beschreeven;

123 Ten anderen zeggen zij, dat God niet en kan beschreven worden, om dat de beschrijvinge de zaak naakt en ook bevestigende moet uijtbeelden en na haar stellinge en kan men van God niet bevestigende maar alleen ontkennender wijse weten. Ergo. Zo en kan er van God geen wettelijke beschrijvinge gegeven worden;

124 zo mogen wij dan nu eens hare beschrijvinge gaan onderzoeken;

128 1. Zij zeggen dan vooreerst, dat een wettige beschrijvinge bestaan moet van een geslagt en onderscheid. Even wel alschoon alle de Logici dit toestaan, ik en weet niet van waar zij dit hebben. en zeker zo dit waar moet zijn, zo en kan men niets niet weten: Want indien wij volmaaktelijk een zaak door de beschrijvinge van geslagt en onderscheid bestaande, moeten al vooren kennen, zo en konnen wij dan nooijt volmaakt kennen het opperste geslagt, het welk geen geslagt boven hem heeft;

129 Edoch aangezien wij vrij zijn en geenzins en achte verbonden aan haare stellingen te zijn, zo zullen wij volgens de ware Logicam andere wetten van beschrijvinge voort brengen, te weeten volgens de schiftinge die wij van de Natuur maaken;

130 Dienvolgende dan moeten de beschrijvinge zijn van twee geslagten (of soorten). 1. namelijk van de eigenschappen, die van een zelfs bestaande wezen zijn en deze behoeven geen geslagt of iets waardoor zij meer verstaan off verklaart worden: want aangezien zij als eijgenschappen van een wezen door zig zelfs zijnde zijn, zo worden zij ook door hun zelfs bekent. De twede zijn die die niet door hun zelfs bestaan maar alleen door de eigenschappen, van dewelke zij de wijsen zijn en door de welke zij als haar geslagt zijnde, verstaan moeten worden. en dit is wat aangaat op haar stelling van de beschrijvinge;

140 Want indien goet en kwaad zaaken of werkingen zijn, zo moeten zij dan hare beschrijvinge hebben. Maar goet en kwaad (...) en hebben geen beschrijvinge buijten de wezentheid Judae en Petri, want die is alleen in de natuur en zijn niet buijten haare wezentheid te beschrijven. Ergo. ut supra volgt, dat goet en kw[a]at geen zaaken zijn of werkingen, die in de Natuur zijn;

150 En dat zij voor een grondregul stellen >Beschrijvinge van 't geene dat aan de Natuur van een zaake behoort.] dat dat aen de natuur van de zaak behoort zonder het welk de zaak noch bestaan noch verstaan kan worden, dat ontkennen wij;

151 Ook hebben wij getoond dat de geslachten niet aan de natuur van de beschrijving behooren, maar dat zulke dingen die zonder andere niet bestaan konnen, ook zonder die niet verstaan worden;

158 maar alleen aan ons bekend door overtuijginge in't verstand dat het soo en niet anders moet zijn >Ziet de beschrijvinge van 't gelove pag. …; en waar in het bevestigende genomen voor de wille, van het gelove verschilt, pag...];

163 Als e.g. Aristoteles zegt: Canis est animal latrans, ergo hij besloot al dat baft is een hondt; maar als een Boer zeid een hond, zo verstaat hij stilzwijgent al 't zelve dat Arisitoteles met sijn beschrijving;

171 n De eerste beschrijvinge is de beste: want als de zaak genooten word, zo houd de begeerte op. Die gestalte dan die alsdan in ons is om die zaak te behouden, is geen begeerte, maar vreze van de geliefde zaak te verliezen;

226 Wat de Verwaantheid en Strafbaare Nedrigheid angaat de beschrijving des zelfs geeft ook te kennen dat zij ontstaan uijt zekere waan;

234 Tot hiertoe dan van de passien in dit kapittel vervat, gesprooken hebbende en de beschrijvinge derzelver gemaakt op een bevestigende wijze en alzo gezeid wat een ieder deszelfs is, zo konnen wij ook de zelve omkerende, beschrijven op een ontkennende wijse [f.98] namentlijk aldus;

239 dewijle zij dingen vooronderstellen die wij door haar veranderlijke aard (gelijk in de beschrijving van de Liefde is aangemerkt) welke zij onderworpen zijn, niet moeten aanhangen; nog ook van de welke (als in de beschrijvinge van de haat getoond is) wij moeten afkerig zijn: welke afhanginge en afkerigheid nogtans de mensch onderworpen is, die in deze passien staat, tot alle tijd;

249 vorderlijk volgens het geene wij in hare beschrijvinge hebben aangemerkt;

251 mismaaktheid te zien, alleen maar haare beschrijving van noden hebben;

263 Om dit dan te doen, zo zullen wij eerst de beschrijvinge van Waarheid en Valsheid stellen;

264 Doch dit zo zijnde, zal het schijnen datter geen onderscheid is tusschen de valsche en ware Idea >Dat uijt de beschrijving van waarheid en valsheid scheijnt te volgen datter geen onderscheid is tusschen ware en valsche Ideen.], ofte dewijle dit of dat te ontkennen ware wijze van denken zijn en geen ander onderscheid hebben als dat de eene met de zaak overeenkomt en de ander niet;

277 Zo dan ook moet volgen dat dit of dat bezonderlijk te willen, dit of dat van een zaak bezonderlijk te bevestigen of te ontkennen, dat zulks zeg ik, dan ook door eenige uijtwendige oorzaak moet voortkomen: gelijk ook de beschrijving die wij van de oorzaak gegeven hebben is, dat ze niet vrij kan zijn;

280 Aan een ijder dan, die maar let op 't geene van ons al gezeid is >Voor die gene die maar lett op de beschrijvinge die wij van 't verstand gedaan hebben pag.], zal dit klaar blijkelijk zijn;

288 Na Aristotelis beschrijving scheijnt Begeerte een geslacht te zijn, onder zig twee gedaanten bevattende;

355 De ziele dan hebben wij gezeid te zijn een Idea die in de denkende zaake is, van de wezentlijkheid eenes zaaks die in de Natuur is ontstaande >Beknopte beschrijvinge van de ziele en haar oorzaak. Wat daaruijt komt te volgen.];

363 en om kortelijk hier af iets te zeggen: alle wetten die niet en konnen overtreden werden, zijn goddelijke wetten >Beknopte beschrijving wat goddelijke wetten zijn.];

429 en om deze beschrijvinge wat bezonderlijker te verstaan, die[n]t acht geslaagen op 't geene ik nu al gezeit hebbe spreekende van de eigenschappen;

432 en dit is de oorzaak waarom wij in de beschrijving gebruijkt hebben deze woorden, dat de Idea is ontstaande uijt een voorwerp 't welk wezentlijk in de Natuur is;

433 Maar aangezien wij van de overige eigenschappen niet en hebben zoodanige kennisse als wij hebben van de uijtgebreidheid, zo laat ons eens zien of wij oogmerk neemende op de wijzingen van de uijtgebreidheid, konnen uijtvinden een bezonderlijker beschrijving en die meer eigen is om 't wezen van onze zielen uijt te drukken, want dit is ons eigentlijke voornemen;