afgedeeld;
deelachtig;
deelbaar;
deelen 23x+3n;
deeling 2x;
deild;
deilinge;
delen;
deling;
gedeeld +n;
gedeelt;
ondeilbaare 2x;
divisibi* 7x (5x 1,15s); part* 610xE (477x partis I II III IV);
Related concepts: geheel; algemeen.
In technical sense partition does not take place in the attribute, but in its modification (052 ). Logically the distinction between whole (geheel) and general (algemeen) applies to it (083 , 071 sqq.). The example of the partition of water (047 sqq.) also occurs in 1,15s. 'Delen, afdelen, verdelen' in ordinary sense are used for distinguishing under some more general category. (045 cf.,15s; PPIp.15 and Mignini p.489n100 ).
016 Maar dat hij nu deze eigenschappen verstaat, is hier uijt blijkelijk, dat hij namelijk weet, dat het oneijndige van geen verscheide bepaalde deelen kan tezamengezet worden: datter geen twee oneijndelijke en konnen zijn, maar Een Eenig;
045 Uijt dit alles dan dat wij nu dus verre gezeijd hebben, blijkt dat wij de uijtgebreijdheijd een eijgenschap van God stellen te zijn, dewelke in een volmaakt wezen geenzins en scheijnt te konnen vallen: Want nademaal de uijtgebreijdheijd deelbaar is, zo zoude het volmaakte Wezen van deelen bestaan, 't welk aan God alheel niet kan toegepast worden, dewijl hij een eenvoudig wezen is. Daar en boven, als de uijtgebreijdheid word gedeelt , zo isse lijdende, dat ook geenzins in God (die onlijdelijk is en van geen ander kan lijden, nadien hij van alles de eerste werkende oorzaak is) plaats kan hebben;
046 Waarop wij antwoorden: 1. dat deel en geheel geen waare of daadelijke wezens zijn, maar alleen Wezens van reeden en dien volgende en zijn inde Natuur nog geheel nog deelen . Ten 2. een zaake te zaamen gezet van verscheide deelen , moet zodanig zijn, dat de delen deszelfs in het bezonder genomen de een zonder de ander kan bevat en verstaan worden;
047 Desgelijks meede in het water het welke van regte lankwerpige bestaat, kan ijder deel deszelfs bevat en verstaan worden en bestaan zonder 't geheel; Maar de uijtgebreijdheijd zijnde een zelfstandigheijd quatenus substantia est corporea, van die en kan men niet zeggen dat ze deelen heeft, aangezien ze noch kleijnder noch grooter kan worden en geen deelen deszelfs bezonder zoude konnen worden verstaan, dewijl zij in haar natuur moet oneijndelijk zijn. en dat ze nu zodanig moet zijn, volgt hieruijt, namentijk om dat indien zij zodanig niet en is, maar dat ze zoude van deelen bestaan, zo en waar zij geenzins door haar natuur oneijndelijk als gezeijd: Dog dat in een oneijndelijke natuur deelen zoude konnen werden geconcipieert, is onmogelijk, want door haar natuur zijn alle deelen eijndelijk; Ex.gr.aquam, 1,15s
048 -9n In de natuur dat is in de zelfstandige uijtgebreidheid: want die gedeeld wordende, zo word haar natuur en wezen t'eenmaal vernietigt, als die alleen bestaat in oneijndige uijtgebreijdheid of geheel te zijn, dat het zelfde is. Maar zult gij zeggen: iss'er geen deel in de uijtgebreijdheijd voor alle wijse? Geenzins, seg ik. Maar zegt gij, alss'er beweging in de stof is, die moet in een deel van de stoff zijn, want niet in 't geheel, dewijl die oneijndig is, want waar heen zou die bewogen worden? Buijten haar is niet; ergo dan in een deel . Antwoord: daar is geen beweging alleen, maar beweging en stilte zamen; en deze is in het geheel en moet daar in zijn, want daar is geen deel in de uijtgebreijdheijd. Zo gij nog al Ja zegt, zegt mij dan: als gij de heele uijtgebreidheijd deeld , dat deel dat gij met U verstand van haar afsnijd, kont gij ook na de natuur van alle deelen daar van afscheide; dat dan gedaan zijnde, vraag ik: wat iss'er tusschen dit afgesneede deel en de rest? Gij moet zeggen, of een ijdel of een ander lichaam of dat van de uijtgebreidheijd selve; daar is geen vierde. Niet het eerste, want daar is geen ijdel, dat stellig en geen lighaam is. Niet het twede, want dan wass'er wijze, die'er niet kan zijn, want de uijtgebreidheid als uijtgebreidheid is zonder en voor alle wijze. Ergo dan het derde en zo en iss'er geen deel , maar de uijtgebreidheid geheel;
050 Doet hier nog bij: indien zij van verscheijde deelen zoude bestaan, zo zoude dan konnen verstaan worden, dat eenige deelen deszelfs vernietigt zijnde, evenwel nogtans de uijtgebreijdheijd zoude blijven en niet door eenige vernietigde deelen meede vernietigt worden: een zaak de welke klaarlijk tegenstrijdig is in zo iets, het welke door zijn eijgen natuur oneijndig is en nooijt bepaald off eijndig kan zijn off verstaan worden;
051 Voorder, wat dan nog belangt het deelen in de Natuur: daarop zeggen wij, dat de deelinge noijt gelijk al vooren mede gezegt is, en gescheid in de zelfstandigheijd, maar altijd en alleen in de wijzen van de zelfstandigheijd. Ik dan, willende water deelen , deel alleen maar de wijse van de zelfstandigheijd en niet de zelfstandigheijd zelve, welke wijsen nu van 't water, dan van wat anders altijd het zelve is;
052 De deeling dan of lijding geschied altijd in de wijs: gelijk als wij zeggen dat de mensch vergaat of vernietigt word, zo word dat alleen verstaan van de mensch ten aanzien hij zo een tsamenstel van wijse is van de zelfstandigheijd en niet de zelfstandigheid van de welke hij afhangt zelve;
071Z In deze uwe manier van spreken zie ik, zo mij dunkt, een zeer groote verwerringe; want gij schijnt, te willen dat het geheel iets zoude zijn buijten of zonder zijn deelen , dat voorwaar ongerijmt is;
072Z Daar en boven zo ik uijt u Exempel afneem, zo vermengd gij het geheel met de oorzaak: want gelijk ik zegge, het geheel bestaat alleen van of door sijn deelen en alzo is 't dat gij de denkende kraght verbeeld als zaak van de welke het Verstand, de Liefde, enz. afhangd. en gij kond die geen Geheel noemen, maar een Oorzaak van de uijtwerkselen van U nu al genoemd;
079Z na de gelijkenis van de deelen eenes menschelijken lighaams;
083Z Doet hierbij dat het geheel maar is een wezen van Reeden en niet en verschild van 't algemeen als alleen hier in, dat het algemeen gemaakt word van verscheide Niet-vereenigde ondeilbaare , maar het Geheel van verscheide Vereenigde ondeilbaare; en ook hierin, dat het Algemeen maar begrijpt deelen van hetzelve geslagt, maar het Geheel deelen en van hetzelve en van een ander geslagt;
091 Aangezien men dan gewoon is de werkende oorzaak in agt deelen te verdeelen , zoo laat ons dan eens onderzoeken, hoe en op wat wijze God een oorzaak is;
107 De bezondere voorzienigheid is die poginge die ieder ding bezonder tot het bewaren van zijn wezen heeft voor zo veel ze niet als een deel van de Natuur , maar als een geheel aangemerkt word. Het welk met dit navolgende exempel verklaart word: Alle de leeden van de mensch woorden voorzien ende voorzorgt voor zo veel zij deelen van de mensch zijn, het welk de algemene voorzienigheid is: en de bezondere is die poginge, die ieder bezonder lit (als een geheel en geen deel van de mensch ) tot het bewaren en onderhouden van zijn eijgen welstand heeft;
113 zal blijken, zo wanneer wij in het twede deel van de Vrijheid des menschen zullen han[delen];
133 De Natura naturata zullen wij in twee verdeelen , in een algemeene en in een bezondere;
141 Dewijl wij nu in het eerste deel van God en van de algemeene en oneindige dingen hebben gesprooken, zo zullen wij nu in dit tweede deel tot de verhandeling van de bezondere en bepaalde dingen komen;
152 Om dan aantevangen te spreeken van de *wijsen uijt de welke de mensch bestaat >De wijzen van de welke de mensch bestaat zijn Begrippen, afgedeeld in waan, waar geloof, en klare onderscheide kennis, veroorzaakt door de voorwerpen ieder na syn aard.];
154 als men in de Regul van drien het twede getal met het derde vermenigvuldight en dan met het eerste deild , dat men als dan een vierde getaal uijt vind dat de zelvde gelijkmatigheid heeft met het derde als het twede met het eerste;
163 n Voorders als wij iets komen gewaer te worden, daarop wij nooijt gedacht hebben van te vooren, zo is dat eevenwel niet zulks of wij hebben dit gelijks in't geheel of ten deel al te vooren bekent, maar niet in alles zo gesteld off wij zijn nooijt daar van zo aangedaan geweest etc;
176 soo kan hij( de deilinge en vermeenigvuldiging gebruijkt hebbend ...);
186 en het zelve begrip hebben wij in vierderlij verdeeld als in horen zeggen alleen, in ervarentheid, in geloov, in klare kennisse;
190 die [sc.liefde] zullen wij verdeelen na de hoedanigheeden van haar voorwerp: welk voorwerp de mensch zoekt te genieten en daarmede te vereenigen;
200 te zamen met de Natuur waar van wij een deel zijn: door die welke niet in onse macht;
293 dat de mensch als zijnde een deel van geheel de Natuur van welke hij afhangt;
294 zoodanig afhangen dat wij mede als een deel van' t geheel , dat is: van Hem, zijn;
301 Alzoo ook de mensch zoo lange hij een deel van de Natuur is, zoo moet hij de wette;
331 Als dit dus bevat is, brengt dit begrip te wege, dat de geesten zig omtrent het hart voegen en het zelve met behulp van andere deelen prangen en sluijten, recht tegendeelig als in de blijdschap geschied;
333 n Hier is dan geen swarigheid hoe deze eene wijs die oneindig verschilt van de ander, in de ander werkt: want 't is als een deel van 't geheel , dewijl nooijt de ziel zonder 't lichaam noch het lichaam zonder de ziel geweest is;
339 Want zij en brengt de stilte in de beweginge niet onmiddelijk, maar alleen door andere lichaamen de welke zij dede bewegen, die dan noodzakelijk zo veel stilte hebben moeten ontbeeren als zij aan de geesten hadden mede gedeeld;
340 n Daarbij dat zo een Idea zo aangemerkt om datze maar een deel is, zo kan zij van haar zelfs en haar voorwerp geen alderklaarst en onderscheidenst begrijp hebben; doch dit kan de denkende zaak alleen, die alleen geheel de Natuur is: want een deel buijten zijn geheel aangemerkt, kan niet enz;
351 en verklaart het geene wij in het eerste deel hebben gezeid van dat;
364 beoogt en haar als deelen van de Natuur zijnde zoodanig laat werk[en];
365 Doch in aanzien hij ook is een deel en werktuig van geheel de natuur;
397 met dezelve gelijkheid konnen wij alle deelachtig zijn aan dit heijl;
430 ook deze Idea in het IX. Cap. van het 1 deel genoemt heb een schepzel onmiddelijk van God geschapen;
436 dat de graaden van beweging en stilte niet en zijn evengelijk in alle de deelen van ons lichaam , ..., hier van daan is de verscheidenheid van gevoelen. ..., zo ontstaat hier uijt de verscheidenheid van't gevoel in een en't zelve deel . en wederom indien de verandering welke geschied in een deel , een oorzaak zij dat ze wederkeer tot haar eerste proportie;
437 en ook uijt alle deze (gelijk ook omdat onse ziel vereenigt is met God en een deel is van de oneijndige Idea, van God onmiddelijk ontstaande) kan klaarlijk gezien worden den oorspronk van de klaare kennisse en de onsterfelijkheid der ziele;