DROEFHEID

DROEFHEID 17x+n+6m;

bedroeven;

bedroevt;

droeffheid m;

droevheid 9x+n+m;

toorne;

toornigheid 2x+m;

toorn: Een groote toorn is van voor het aengesichte des Heeren uytgegaen, Num.16:46; Ende een van de vier Dieren gaf den seven Engelen seven gouden phiolen vol des toorns Godts, die in alle eeuwigheyt leeft, Openb.15:7; Een van de vier dieren gaf den seuen Enghelen seuen gouden Phiolen vol der toornicheydt Gods, die leeft van eewicheydt tot eewicheydt, Bijbel v. Deux Aes, Openb.15:7; Hoe lange sullet gylieden mijne ziele bedroeven? Job 19:2; Als hy bedroeft heeft, soo sal hy sich ontfermen, Klaagl.3:32; Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid, Spr.14:13; Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood 2Cor.7:10;

(con)trist* 237xE; tristiti*204xE: Tristitia est hominis transitio a majore ad minorem perfectionem; lætitia vel tristitia; tristitia afficere/ affectum, defaff3

206 Met passien, gelijk men gemeen ziet aan de Heeren tegen haare knechten die iets misdaan hebben, dat doorgaans dan niet sonder toorne en geschied;

211 Dit dan aldus aangemerkt, soo laat ons eens kortelijk zien de uijtwerking van deze beijde. Van de haat dan komt hervoort droefheid en de haat groot zijnde, zo werktse uijt Toornigheid >Wat de uijtwerkinge van deze beijde zijn. Uijt de haat komt droefheid en groot zijnde Toornigheid.], de welke niet alleen als de haat tracht te vlieden van 't gehatene, maar ook het zelve te vernietigen zo het doenlijk is: uijt deze groote Haat komt ook voort de Nijt. Maar van de afkeerigheid komt eenige droefheid, omdat wij ons trachten te beroven van iets 't welk wezentlijk zijnde >Ook de Nijt, Maar uijt afkeer eenige droeffheid, om dat wij meteen ons berowen van de volmaaktheid die noch anderszins in de zaak is.], zo ook altijd zijne wezentheid en volmaaktheid hebben moet;

215 1. De Hoop, gemengt nochtans met eenige droevheijd 2. Verzekertheid;

216 Bij deze zullen wij voegen de Droevheid, vande welke wij derven seggen dat ze ontstaat alleen uijt de opinien en waan uijt de zelve >Van de droefheid. Ontstaat alleen uijt de waan en is nodig daar af bevrijd te zijn omdat ze ons hindert. Een zeker slag van droefheid zijn dese: 1. De Wanhoop 2. 't Berouw en Knaging 3. Beschaamtheid 4. Beklag.]: Want zij komt voort van't verlies van eenig goed. Nu te vooren hebben wij gezeid, dat alles wat wij doen strekken moet tot bevordering ende verbetering. Doch 't is zeker dat zo lang als wij bedroevt zijn, wij ons zelven onbekwaam maaken tot zulks te doen;

217 dat het evenwel nodig is ons die kwijd te maaken, om niet te vervallen in alle die ellenden die de droefheid noodzakelijk met sig sleept;

218 Zo volgt onwederspreekelijk, dat iemand die sijn verstand wel gebruijkt, in geen droefheid kan vervallen. Want hoe? Hij rust in dat goet, dat alle goet is en in het welke alle blijdschap en vernoeginge der volheid is. Uijt waan dan of onverstand komt de droevheid als gezeid is, voort;

232 De welke niet anders is als een zekere zlag van blijdschap >Wat de Hoope is.], gemengt nochtans met eenige droefheid;

233 verzekerdheid, het welk een seekere blijdschap is, niet vermengt met droefheid, gelijk in de hope. Dog indien wij de zaake begrijpen kwaad te zijn en noodzakelijk te zullen komen, hier van daan komt in de ziele wanhoop, de welke niet anders is als een zeekere slach van droefheid;

244 Schadelijk zijn zij dan en kwaad, want zij zijn een zeeker slag van droefheid >Zijn een zeker slag van droefheid];

248 beschaamtheid is.] zeekere droevheid die in jemand ontstaat;

255 Beklag dan is zeeker slag van droevheid uijt overweginge van eenig goet;

256 en dewijl het een zeeker slach is van droefheid, zo hebben wij die te schuwen, gelijk wij sulx voor dezen van de droefheid handelende, hebben aangemerkt >Is een zeker slag van droefheid en als sulks te schuwen, siet pag.89. Dog voornamelijk pag.91.];

259 maar die dingen die door eigen aart en natuur vergankelijk zijn, zo volgt daarop dan noodzakelijk (...) de haat, droefheid, enz. na veranderinge van het geliefde voorwerp;

260 Haat, als iemand hem het beminde ontneemt. Droefheid, als hij het komt te verliezen. Eere, als hij op Liefde sijns zelfs steunt;

294 Want dog: op ons zelven aangemerkt zijnde en zoo niet van God afhangig, zeer wijnig is't of niet dat wij souden konnen verrigten en met recht daar uijt oorzaak neemen om ons zelfs te bedroeven;

298 zo bevrijd ons deze kennisse van de droefheid , van de wanhoop, van de nijdigheid;

313 >Van des denkings uijtwerking welkers voornaamste is een begrip van zaaken uijt de welke liefde haat of droefheid etc. volgt.];

319 en dat de oorzaak van de Liefde, Haat en Droefheid niet en moet gezogt worden in;

323 die wij impulsus noemen, als dat men in droefheid iemand kan doen lachen, doen verheugen;

324 (Doch hier meede en wil ik niet zeggen, dat de Lievde, Haat en Droevheid die uijt beschouwinge van onlighaamelijke dingen voortkomen, de zelve uijtwerkingen zouden doen als die welke uijt beschouwinge van lichaamelijke dingen ontstaan: Want deze zoo wij hier na noch zullen zeggen, zullen noch andere uijtwerkingen hebben gelijk de natuur van die zaak uijt des welks bevattinge de Lievde, Haat en Droefheid enz. in de ziele de onlighaamelijke dingen beschouwende, verwekt worden);

328 Eerstelijk bij aldien de beweginge niet en is de oorzaak van de passien, hoe het dan kan zijn, dat men de droefheid nochtans door middelen uijt drijvt gelijk door de wijn zulks meenigmaal word verrigt;

329 zulks in haar gewaarwordende ontstaat' er droevheid en dat na de verandering is, die de geesten als dan ontfangen;

330 Welke droevheid veroorzaakt word uijt de lievde en vereeniginge dieze heeft met het lichaam. en dat dit zodanig is kan lichtelijk daar uijt afgenomen worden, om dat deze droevheid op een van deze twee wijzen kan worde geholpen: of door herstellinge van de geeste in haar eerste gestalte, dat is hem van die pijnlijkheid te bevrijden, of door goede redenen overtuijgt te worden om van dit lichaam geen werk te maaken;

331 n De droevheid in den mensch word veroorzaakt uijt een waan begrip van dat hem iets kwaads overkomt, namelijk van 't verlies van eenig goet. Als dit dus bevat is, brengt dit begrip te wege, dat de geesten zig omtrent het hart voegen en het zelve met behulp van andere deelen prangen en sluijten, recht tegendeelig als in de blijdschap geschied. Deze pranging word de ziel weder gewaar en is pijnlijk;

377 om de oorzaake van Haat, Nijd, Toornigheid en dier gelijke Passien te vinden;

435 Als e.g. zo de stilte zig komt te vermeerderen en de beweging te verminderen, zo word daar door veroorzaakt de pijne of droefheid die wij koude noemen: Zo dit integendeel geschied in de beweging, zo word daar door veroorzaakt de pijne die wij hitte noemen.