eere;
eerloos;
ijdelheid;
En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof; 1 Cor.15:14;
XXX. Gloria est lætitia concomitante idea alicujus nostræ actionis quam alios laudare imaginamur; honor, gloria (NS: roem; ~KV) 3xE: (in summo ab iisdem honore habeantur; ideo gloria maxime ducimur; vana quæ dicitur gloria est acquiescentia in se ipso);
068 Lievde: Wat dogh, O Eerlooze, hebt gij mij aangeweze anders als
198 wat zijn wij dan vereenigt zijnde met eere, Rijkdom, wellust, die all heel geen we[zen hebben];
248 Van de Eere, Beschaamtheid, en onbeschaamtheid zullen wij nu mede kortelijk spreeken >Wat het gelove ons in deze aanwijst en wat de eere is.]. De eerste is een seeker slag van Blijdschap die een ieder in zig zelfs gevoeld wanneer hij gewaar word, dat zijn doen bij andere geagt en geprezen word zonder opzigt van eenig ander voordeel of profijt dat zij beoogen.
249 Kennende nu dan deze togten, zo kennen wij ook meteen de ijdelheid en onvolmaaktheid die zij in haar hebben >Dat dezelve ijdel en onvolmaakt zijn en waarom.];
396 [mij]ne naaste leer beminnen de wellusten, de eere, de gierigheid. ©GHJongeneelen.