eerstelijk 3x;
eersten 2x;
vooreerst 8x;
eerst 430xB; vooreerst 6xB; eerstelijk 1xB;
Ex necessitate divinæ naturæ infinita infinitis modis (hoc est omnia quæ sub intellectum infinitum cadere possunt) sequi debent, 1,16; Hinc sequitur Deum omnium rerum quæ sub intellectum infinitum cadere possunt, esse causam efficientem, 1,16c1; Sequitur III° Deum esse absolute causam primam, 1,16c3; Quod profecto nihil aliud est quam Deum fato subjicere, quo nihil de Deo absurdius statui potest, quem ostendimus tam omnium rerum essentiæ quam earum existentiæ primam et unicam liberam causam esse, 1,33s2; (cf.103 )
Vooreerst (first and for all) is used to mentions arguments that need to be taken into consideration before other arguments that might be considerd in this context as well. Eerstelijk (in the first place) is used to introduce the first member of a list. Other forms of eerst do not function as adverbs, but as the regular ordinal numbers.
071 De eerste beschrijvinge is de beste: want als;
090 en vooreerst hoedanig God een oorzaak is van alles;
092 De Minvoorneembeginnende oorzaak en is in God niet omdat buijten hem niet is dat hem zoude konnen prangen. Dog de voorgaande oorzaak is sijn volmaaktheid zelve; door dezelve is hij en van zig zelfs een oorzaak en bij gevolgh van alle andere dingen;
093 Ten zesden. God is alleen de eerste ofte Beginnende oorzaak gelijk blijkt;
095 dewijle het in God te konnen nalaten 't geen hij doet, een onvolmaaktheid zoude zijn; zonder nogtans in God te stellen een minvoorneem-beginnende oorzaak, die hem zoude bewoogen hebben te doen, want als dan en waar bij geen God;
098 dewelke geenzins en is zo zij waanen, namentlijk in iets goets of kwaats te konnen doen of laten, maar de ware vrijheid is alleen of niet anders als de eerste oorzaak, dewelke geen zins van iets anders geprangt of genoodzaakt wordt en alleen door zijne volmaaktheid oorzaak is van alle volmaaktheid;
099 Vraagt men dan waarom de Rechtvaardigheid of liever de eerste oorzaak van dat alles dat regtvaardig is, zo moet de antwoord zijn, omdat de rechtvaardigheid dat zo wil. Maar eijlieve;
103 Dit word van ons verder bewezen uijt de beschrijvinge die wij van de vrije oorzaak gemaakt hebben: de welke niet en is iets te konnen doen of laten, maar alleen dat ze niet van iets anders afhangt. Alzo dat alles wat God doet, dat word van hem als van de allervrijste oorzaak gedaan en uijtgewerkt. ... Want aangezien God de eerste oorzaak is van alle dingen, zo moet dan in hem iets zijn, door het welke hij doet dat geene het welke hij doet en niet nalaat te doen;
122 Eerstelijk zeggen zij, datter geen ware of wetteli[jke beschrijving];
125 Eerstelijk wij en zien niet, dat zij ons hier;
128 1. Zij zeggen dan vooreerst, dat een wettige beschrijvinge bestaan;
172 waarvan hiervoor gesprooken is, uijt de eerste manier van kennen voortkomt;
174 de twee andere manieren van Kennen. Ende vooreerst van die welke wij het Waare Geloof;
176 een vierde getal dat met het derde overeenkomt gelijk het tweede met het eerste, soo kan hij (...) zeggen dat de vier getallen moeten even gelijkmatig zijn ... Dit's van de eerste;
189 bezonder voorneemen. Ende vooreerst van de Verwondering;
203 Nu dan, aangezien God van alle andere dingen een eerste oorzaak is, soo is dan de kennisse Gods en zij staat voor (ex rerum natura) volgens de natuur van de zaak, voor de kennisse van alle andere dingen: dewijl de kennisse van aller andere dingen volgen moet uijt de kennisse van de eerste oorzaak;
215 Om dan aanvang te maaken, zo zullen de eerste zijn de begeerte en de Blijschap;
218 moet noodzakelijk God' t eerste kennen;
245 Op een valsche waan ist dat zij steunen, omdat men meind dat den geenen die bespot word, de eerste oorzaak is van sijne werken en datze niet noodzaakelijk (gelijk de andere dingen in de Natuur) van God afhangen;
248 De eerste is een seeker slag van Blijdschap die;
249 Want de Eere en Schaamte en zijn niet alleen niet vorderlijk volgens het geene wij in hare beschrijvinge hebben aangemerkt, maar ook (voor zo veel zij op eigen liefde en op een waan van dat de mensch een eerste oorzaak is van zijn werk en dienvolgende lof en laster verdiend, geboud zijn) zo zijn zij schadelijk en verwerpelijk;
252 Wat de twee eerste aangaan, zij zijn die nijginge die;
257 en zo wanneer wij zullen betoonen, dat de eerste en voornaamste oorzaak aller deser tochten is de Kennisse, zo zal klaarlijk blijken, dat wij ons verstand en Reeden wel gebruijkende, nooijt in een van deze die van ons te verwerpen zijn, zullen konnen komen te vallen;
260 en daar om zo stellen wij voor een vaste en onvrikbare regul, dat God is de eerste en eenige oorzaak van al ons goet en een vrijmaaker van al ons kwaad;
265 Waar op vooreerst tot antwoord diend;
295 (welke verhovaardiginge een oorzaak is, dat wij meenende nu al wat groots te zijn en als of wij niets verder behoefden, staan blijven;(...) maar dat wij daarentegen alles wat wij doen Gode toe eigenen, die daar is de eerste en alleene oorzaak van alles wat wij verrigten en komen uijt te werken;
305 omdat als wij de uijtwerkingen van het lichaam en wat die komen te veroorzaaken komen te zien, wij dan ook de eerste en voornaamste oorzaak van alle deze tochten zullen vinden;
352 en dewijl nu het lichaam het aldereerste is dat onse ziel gewaar word, om dat gelijk gezeid is, niet in de Natuur kan zijn welkers Idea niet en is in de denkende zaak, welke Idea de ziele is van dat dink, zo moet dat dink dan noodzaakelijk zijn de eerste oorzaak van de *Idea;
360 Want zo zoude men moeten onderstellen dat de menschen soodanig iets vrijwillig zouden doen, dat zij niet souden afhangen van een eerste oorzaak het welk wij al te vooren bewezen hebben valsch te zijn;