eeuwigdurentheid;
eeuwigheid 15x;
eewig 2x;
eewigheid +n;
ewigheid 2x;
Often used in doublets with 'onveranderlijk'. What is eternal cannot change and is predetermined from all ages (101 sqq.).
002 dat bij een daal hebbe, hetwelk waarlijk eeuwig en onveranderlijk is en altijd moet zijn;
086 die onmiddelijk van hem van eeuwigheid geschapen zijn;
096 Wij zeggen dan, dewijl alles dat 'er geschied van God gedaan woort, also bij hem noodzaakelijk moet voorbepaalt zijn, andersins waar hij veranderlijk, dat dan in hem een groote onvolmaaktheid zoude zijn. en dat deze voorbepaaldheid bij hem van Eeuwigheid moet zijn, in welke eeuwigheid geen voor of na is, zo volgt daaruijt kragtelijk, dat God te vooren op geen ander wijs de dingen heeft konnen voorbepaalen als die nu van eeuwigheid bepaald zijn en dat God nog voor, nog zonder deze bepalinge heeft konnen zijn;
101 Nu valt dan voorder het geschil namelijk of God, schoon alle dingen van hem op een andere wijze waren geschapen van eeuwigheid of geordonneert en voorbepaald als die nu zijn, of hij dan zeg ik, eeven volmaakt zoude zijn? Waarop tot antwoord dient, dat bij aldien de Natuur van alle eeuwigheid op een andere wijze als die nu is, ware geschapen geweest, zo zoude noodzakelijk moeten volgen na de stellinge der geener die God wille en verstand toeschrijven, dat dan God beide en een ander wille en een ander verstand als doen gehad heeft, volgens de welke hij het anders gemaakt zoude hebbe;
102 aan God die nu, te vooren en in alle eeuwigheid onveranderlijk is geweest en blijven zal;
120 van Alle, als dat by is een eeuwig, door zig zelfs bestaande, oneindig;
121 Alweetende, Almachtig, eeuwig, eenvoudig, oneindig,' t opperste goet;
134 Deze dan zeggen wij dat en van alle eeuwigheid zijn geweest en in alle eeuwigheid onveranderlijk zullen blijven;
135 van alle Eeuwigheid is geweest en in eeuwigheid onveranderlijk zal blijven;
147 had ze haar zelve konnen eeuwig maaken;
191 door zijn eigen kracht en mogentheid eeuwig en onvergankelijk ... >een derde alleen door sijn eigen kracht eeuwig en onvergankelijk.];
201 voorwerpen, welke alhoewel eeuwig en onvergankelijk;
300 de waare godsdienst en ons eeuwig heil en gelukzaligheid;
330 doch het tweede is eeuwig, bestandig, en onveranderlijk;
358 de uijtwerkinge des zelfs, namelijk onse eeuwigdurentheid;
381 >en zoude God lief hebben al kwam er geen eeuwig leven op te volgen.];