ENIG

ENIG: eenig (some, any) 37x+9n+9m; eenige 55x; eenige 81x; eeniger 2x; eenigheid; eenigste 2x; enige; enigste; 010; 012; 013; 014; 014; 037; 041; 041; 042; 043; 044; 050; 050; 076; 084; 084; 086; 088; 109; 109; 109; 111; 122; 125; 125; 133; 141; 142; 149; 152; 154; 155; 155; 156; 160; 161; 162; 162; 181; 184; 189; 191; 198; 198; 200; 200; 206; 209; 210; 210; 211; 211; 212; 212; 212; 215; 216; 220; 223; 224; 226; 228; 232; 243; 245; 246; 246; 248; 248; 252; 252; 252; 253; 254; 255; 260; 263; 269; 269; 276; 277; 278; 278; 280; 281; 281; 282; 293; 299; 300; 307; 327; 331; 335; 335; 335; 336; 338; 352; 361; 368; 369; 369; 370; 372; 372; 372; 373; 373; 374; 374; 376; 380; 383; 384; 391; 397; 399; 408; 415; 417; 418; 419; 421; 424; 426; 431; 431; 434; 436;

254 van de schaamte en dat alleen zonder eenig opzicht van reeden;

255 slag van droevheid uijt overweginge van eenig goet dat wij verlooren hebben ontstaand;

300 als een Timmerman in het maaken van eenig stuk werks zigh van sijnen Bijl;

331 namelijk van' t verlies van eeniggoet;

335 het evenwel maar een eenigWezen is