ETC

ETC. 3x+10n+4m; enz. 18x+7n; en zo voort 33x+4n+3m; 013; 016 ; 024; 024 ; 025; 046 ; 059; 063 ; 070; 072 ; 092; 116 ; 120; 120 ; 121; 125 ; 143; 144 ; 144; 144 ; 145; 145 ; 145; 147 ; 163; 163 ; 169; 248 ; 259; 261 ; 313; 315 ; 316; 319 ; 323; 324 ; 340; 340 ; 344; 358 ; 358; 419 ; 423; 425 ; 428;

046 daar in kan zeg ik, een ijder rad, touw, etc. bezonder bevat en verstaan worden;

070 willen, gevoelen, verstaan, beminnen, enz. verscheijde wijzen zijn;

080 de twee teegengestelde innerlijke, en zo voort;

143 niet van de uijtgebreidheid om etc.;

144 niet spreeken van een kennisse, Idea etc.;

145 moet zijn in de denkende zaak en zo voort dan ook de ziel van ons;

145 zoo is de ziel, Idea, kennis etc;

163 gewent zijn te zien, horen, of verstaan etc;

163 nooijt daar van zo aangedaan geweest etc;

169 inde Christenen tegen de Joden en Turken etc.;

284 te spreeken en niet te spreeken en zo voort;

315 >.in'; t lichaam werkende kan wel maaken etc.];

316 aan die benaauwtheeden swaarmoedigheden, etc.;

319 >.zo bemind, daar mede vereenigt wordt.]etc;

340 zo iss'; er geen dit of dat in, etc;

346 van de ware kennisse te spreeken en zoo voort