GELOOF

GELOOF (belief) 10x+8n+5m;

geloofde;

gelooft 2m;

geloov 2x;

geloove m;

gelov;

gelove 2x+14m;

gelovende 2m;

geloof 224xB; gelov* 79xB;

cred* 72xE; relig* 10xE(6x religio et pietas);

Related concepts: kennis, waan, versieren, verenigen.

'Geloof' can be used for two of the three kinds of knowledge distinguished by Spinoza (153 ). The text closely follows the use of its target group of believers in truth and virtue. Corresponding use in the Ethics could not be established. As a synonym of 'waan' it is used for the first kind of knowledge; as 'waar geloof' for the second kind (157 sqq.). The concepts it is used for only can be derived from the context in each specific case. In the margin (215 sqq.) the editor uses 'geloof' in order to structurate the reasoning of the text.

153 Deze begrippen >Deze begrippen van dit geloof worden pag.67 voor't eerste gesteld als ook hier en aldaar de waan genoemt gelijkze het ook is.] dan verkrijgen wij [(1)] of enkelijk door geloof (welk geloof hervoortkomt of door ondervinding of door hooren zeggen) [(2)] of ook ten anderen wij bekomen die door een waar geloof [(3)] of ten derden wij hebben het door klare en onderscheide bevatting;

154 Doch om dit alles wat duijdelijker te verstaan, zo zullen wij een voorbeeld stellen genomen van de regul van drien aldus. (1)Iemand heeft alleenlijk horen zeggen >Deze waant alleen, of zo men gemeenlijk zijt, gelooft alleen van horen zeggen.];

155 Een ander, van gaauwer begrip zijnde, die en laat zich soo niet pajen met hooren zeggen >Deze is zeker door het waare geloove, dat hem nooijt en kan bedriegen; en is eigentlijk gelovende.], maar neemt 'er een proef aan eenige bezondere reekeningen en die dan bevindende daar mede overeen te komen, alsdan geeft hij daar aan 't geloof;

156 Een (3)derde dan noch met het hooren zeggen omdat het bedriegen kan, noch met de ondervinding van eenige bezondere om dat die onmogelijk een regul is, te vreden zijnde >Deze waant of gelooft niet alleen door horen zeggen, maar door ondervinding; en dit zijn de twederleij wanende.];

157 en als in 't voorbijgaan weer zeggen wat Waan, geloof en klaare kennisse is >Nader verklaringe van de waan, 't waare gelove en klaare kennisse en waarom so genoemt]. De eerste (1) dan word bij ons genoemt Waan, de tweede 2. geloof maar de 3. die is't die wij een waare Kennisse noemen;

158 Geloof dan noemen wij de tweede, om dat die dingen die wij alleen door de rede vatten, van ons niet en worden gezien, maar alleen aan ons bekend [zijn] door overtuijginge in't verstand dat het soo en niet anders moet zijn >Ziet de beschrijvinge van 't gelove pag. …; en waar in het bevestigende genomen voor de wille, van het gelove verschilt, pag...];

159 m >Dus verre van wat de Waan,' t waare geloof en klaare kennisse zijn ..];

174 soo laat ons dan hier eens zien de uijtwerkingen van de twee andere manieren van Kennen. Ende vooreerst van die welke wij het Waare Geloof genoemt hebben >Van de uijtwerkingen van het ware gelove.];

175 Deze dan vertoond ons wel wat de zaake behoort te zijn, maar niet wat zij waarlijk is. en dat is de reeden waarom zij ons nooijt en kan doen vereenigen met de geloofde zaak;

177 n Het gelove is een krachtige betuijginge van Redenen door welke ik in mijn Verstand overtuijgt ben dat de zaak waarlijk en zodanig is buijten mijn Verstand als ik in mijn Verstand daar af overtuijgt ben;

178 De tweede uijtwerkinge van't ware geloof is, dat ze ons13 brengt tot een klaar verstand door 't welk wij God liefhebben en ons alsoo verstandelijk doet gewaar worden die dingen die niet in ons maar buijten ons zijn;

180 >Van de 4. Uijtwerkinge van het ware geloof siet pag…. Is dat ze ons anwijst waar in dat waarheid en valscheid bestaat.];

186 en het zelve begrip hebben wij in vierderlij verdeeld als in horen zeggen alleen, in ervarentheid, in geloov, in klare kennisse;

187 Het ware geloof is alleen daarom goet, omdat het de weg is tot ware kennis, ons tot die dingen die waarlijk beminnens waardig zijn, opwekkende;

204 en so zullen wij vervolgende voortgaan en betoonen wat ons de 3e uijtwerkinge van 't gelove voor goet en kwaad in de haat sal aanwijsen;

215 m >Van de Begeerte en de Blijschap. Wat de 3de uijtwerkinge van't gelove ons daar in sal aanwijzen].;

219 m >Wat schifting de 3. uijtwerkinge van 't gelove doet in deze ses, namelijk:];

230 m >Wat ons 't gelove aanwijst in deze volgende tien, die namelijk ontstaan uijt de begrippen die wij van een saake hebben];

242 m >Wat het gelove ons zegt van de knaging en 't berouw en waar uijt die ontstaan.];

245 m >Van de bespottinge en boerterijen waarop 't gelove zegt dat die steunen namenlijk op een valsche waan en welke die is en waaruijt die voortkomt];

248 m >Wat het gelove ons in deze aanwijst en wat de eere is.];

255 m > De laatste passie waar van ons de derde uijtwerkinge vant geloof het onderscheid van goet en kwaad anwijst is't beklagh.];

257 Soo meen ik dan nu genoegzaam aangewezen en betoogt te hebben, dat alleenlijk het Waare Geloov of de reeden dat geene is, het welk ons tot de kennisse van't goede en kwaade brengt >Het waare gelove dan of de reden het geene zijnde dat ons tot kennisse van goet en kwaad brengt, zo ist zeker dat wij nooit in 't geen kwaad is zullen komen te vervalle zo wij maar de reeden wel gebruijken.];

262 Tot hier toe dan gesprooken hebbende van alles 't geen ons de derde manier of uijtwerkinge van het ware gelove aanwijst;

263 Nu dan laat ons eens zien van het Waare en Valsche, het welk ons de vierde en laatste uijtwerkinge van dit waare gelov aanwijst;

270 m >Wat ons 't ware geloof geleert heeft volgens de derde uijtwerking en ook de vierde.];

272 De Wille dan genomen voor de Bevestiging of het Besluijt, die verschilt hier in van het Waare Geloove datze zig uijtstrekt ook tot het geen niet waarlijk goet is en dat daarom om dat het overtuijg niet zodanig is, dat het klaar gezien wort niet anders te konnen zijn; gelijk dit alles in het ware geloof zodanig is en moet zijn, dewijle uijt het zelve niet als de goede begeerte voortkomen. Maar van de Waan verschilt zij ook hier in dat zij wel t'eeniger tijd zoude konnen onfeijlbaar en zeeker zijn; dat in de Waan die van gisse en meijne bestaat, geen plaats heeft. Alzoo dat men die een Gelove zoude konnen noemen in aanzien zij zoo zeker zoude gaan en Waan in aanzien zij de dooling onderwurpen is;

287 m >Wat ons 't gelove van het onderscheid tusschen wil en begeerte geeft volgens de vierde uijtwerkinge.];

302 De nuttigheeden van dit ware gelove gezien hebbende, zoo zullen wij nu vervolgens onse gedane beloften trachten te voldoen: Namentlijk te onderzoeken, of wij door de kennisse, die wij nu al reeds hebben (als van wat goet is, wat kwaad is, wat waarheid is en wat valsheid is en wat in't gemeen de nuttigheeden van alle deze zijn), of wij zeg ik, daar door tot onse welstand, namentlijk de Liefde Gods (die wij hebben aangemerkt onse hoogste gelukzaligheid te zijn) konnen geraaken? en ook, op wat wijze wij van die passien die wij kwaad hebben geoordeeld, vrij konnen worden >]Of wij door 't ware geloof tot ons opperste heijl konnen geraaken en van de kwaade passien vrij zijn?];

347 n Alle passien die tegen de goede reden strijdig zijn (als vooren is aangewezen) ontstaan uijt de Waan. Alles wat in de zelve goet of kwaad is, dat is ons aangewezen door het Ware Geloof, maar deze beijde nog geen van beijde is magtig ons daar af te bevrijden.