GENIETEN

GENIETEN (enjoy) 8x+5n+m;

geniet;

genietende;

genietinge +3n;

genoten 3n;

geniet* 9xB (5x+vruchten);

fru* 18xE (1x fruitio; 4x vita rationali frui): ut simul summo fruantur bono; Attamen de amore hoc notandum restat quod scilicet sæpissime contingit dum re quam appetebamus fruimur, ut corpus ex ea fruitione novam acquirat constitutionem a qua aliter determinatur et aliæ rerum imagines in eo excitantur et simul mens alia imaginari aliaque cupere incipit;

'Genieten' and 'verenigen' frequently occur in each others context. Fruition therefore can be judged the theological experience of the third kind of knowledge.

236 : genieten komt in neutrale betekenis voor van vruchtgebruik hebben, gebruiken en in mystiek-filosofische betekenis van de vruchten genieten van de vereniging met God of de hoogste kennis. In vijf van de negen keer dat geniet* voorkomt in de bijbel, is dat in combinatie met vruchten; dus in de eerste betekenis. De tweede betekenis is de technisch die Spinoza in E gebuikt voor summo bono frui. Vaak komt het in deze technische zin in combnatie met vereniging voor. vaak +verenigen;

158 Maar klaare Kennisse noemen wij dat, 't welk niet en is door overtuijging van reden, maar door een gevoelen en genieten van de zaake zelve en gaat de andere verre te boven;

170 De Begeerte: het zij datze bestaat of alleen zo eenige willen, in de lust of trek van 't geene men ontbreekt te bekomen, of zo andere willen in de dingen te behouden die wij nu alreeds genieten, 't is zeeker datze in niemand en kan gevonden worden gekomen te zijn als onder de gedaante van goet;

171 want als de zaak genooten word, zo houd de begeerte op;

177 n sodanig, want het kan mij maar alleen aanzeggen wat de zaake behoort te zijn en niet wat zij waarlijk is, anderzins verschilde ze niet van 't weten; buijten, want het doet ons verstandelijk niet het geen in ons, maar 't geene buijten ons is, genieten;

178 dat ze ons verstandelijke doet genieten de zake die zij buijten ons aanwijst;

188 En daarom dat is de volmaaktste mensch, de welke met God die het aldervolmaaktste wezen is, vereenigt en hem zo geniet >En alder volmaakst als zij God tot een voorwerp heeft];

190 De Lievde die niet anders is, als een zaak te genieten en daar mede vereenigt te worden >Wat inde liefde goet of kwaad is. Dat se bestaat in een vereeniginge met de geliefde zaak.], die zullen wij verdeelen na de hoedanigheeden van haar voorwerp: welk voorwerp de mensch zoekt te genieten en daarmede te vereenigen;

195 Noodzaakelijk dan ist niet van de zelve verlost te zijn omdat wij vermids de swakheid onses natuurs, zonder iets te genieten waar mede wij vereenigt worden en versterkt, niet en zouden konnen bestaan >Noodzakelijk omdat wij zonder met iets vereenigt te zijn niet en zouden konnen bestaan.];

199 Doch noch onvergelijkelijk klaarder zien wij dit als wij aanmerken, van wat een heerlijk en voortreffelijk goet wij door de genietinge deses worden afgescheiden;

236 Jalousie is een sorge die men heeft, om iets dat nu verkregen is, alleen te mogen genieten en behouden;

304 want het beste kennende en genietende, heeft het slegtste op ons geen magt;

343 -344 n en het zal't zelve zijn of wij hier 't woord opinie of passie gebruijken en zo is 't klaar waarom wij die, die door ondervinding in ons zijn, niet en konnen door de Reeden overwinnen; want deze en zijn in ons niet anders als een genieting of onnmiddelijke vereeniginge van iets 't geen wij voor goet oordelen: en de Reden schoon zij ons dat beter is aanwijst, zij doet ons niet genieten. Nu dat geene dat wij genieten in ons, en kan niet overwonnen worden door dat geene 't welke wij niet en genieten en buijten ons is, gelijk zulks is 't geen ons de Reeden aanwijst. Maar zal deze overwonnen worden, zo moet er iets zulks zijn dat magtiger is: Hoedanig zal wezen een genietinge of onmiddelijke vereeniginge van 't geen beter gekend en genoten word als dit eerste: en dit daar zijnde is de overwinninge altijd noodzakelijk, off ook wel door genietinge van een kwaad dat grooter gekend word als 't genoote goet en onmiddelijk daarop volgt. Doch dat dit kwaad zo niet altijd noodzaakelijk volgt, leert ons de ervaringe, want etc: siet pag.

380 Desgelijks is ook uijt het voorige klaar af te neemen hoe dat zonder Deught off (om beter te zeggen) zonder het bestuur des verstands alles ten verderve stort zonder eenige ruste te konnen genieten en wij als buijten ons element leven;

381 Alzoo dat schoon ook voor het verstand uijt kragt van kennisse en goddelijke liefde niet en kwam te volgen een eeuwige ruste gelijk wij getoond hebben, maar alleen een tijdelijke, zo is't onze plicht ook zelfs deze te zoeke aangezien die ook zodanig is datmen die genietende, voor geen andere zaaken van de wereld zoude willen verwisselen;

408 dat gij zult geraaken tot het genieten van de vruchten dezes booms.