Chapter 1. Van de Politie in het generaal, en van de Monarchale Regeering in het particulier.
Table of Contents
- 1. 1.1.1 [13] De ellendige naturelike stand der menschen, leevende buiten den Politiken Staat.
- 2. [1.1.2] De oorzaaken waar door de menschen zoodanig gezind, en die ellenden onderworpen zijnde, opgroejen.
- 3. 1.1.3 Werd beslooten, dat allesints noodzakelik is, eenige middelen te zoeken, om uit den natureliken stand des oorlogs, tegen alle menschen, te geraken.
- 4. 1.1.4 Wat eigentlik Politie, en een Politike Staat zy: en dat de Souverain altijds Een, ofte onsplitsbaar is.
- 5. 1.1.5 Wat eigentlik een goede, en een quade Regeering zy.
- 6. 1.1.6 Sullen werden geconsideert, de Monarchale, Aristokratike, en Populare-staat.
- 7. 1.1.7 Van den oorsprong deeser driederley formen van Regeeringe.
- 8. 1.1.8 De groote voordeelen der Monarchale Regeeringe ontstaande uit een goede opvoeding des zeekeren Successeurs in de Regeering.
- 9. 1.1.9 De groote voordeelen der Monarchale Regeeringe zelfs.
- 10. 1.1.10 Dat alle gemelde groote voordeelen der Monarchale opvoedinge in de practijk, ydel werden bevonden.
- 11. 1.1.11 Dat alle gepresumeerde voordeelen der Monarchale Regeering in den practik ook ydel werden bevonden te zijn.
- 12. 1.1.12 Ongemakken der Monarchale opvoedinge in het particulier.
- 13. [70] 1.1.13 Ongemakken der Monarchale Hofhoudinge, en haare quaade mesnage.
- 14. [82] 1.1.14 Alle gebreeken der Monarchen, voor zoo veel zy menschen zijn, spreiden zig over alle de onderdaanen.
- 15. 1.1.15 Ongemakken der Monarchale Regeering, en voor eerst dat een Heer zijn Onderdaanen niet regeeren wil, maar die aan zijn Favoriten vertrouwt.
- 16. [93] 1.1.16 Van onmondige Monarchen, en regeeringe der Voogden.
- 17. 1.1.17 Van Vrouwe regeering.
- 18. [97] 1.1.18 Een oud Heer is oorsaak van veel ongemaks.
- 19. [101] 1.1.19 Heeren erven vreemde Landen.
- 20. 1.1.20 Een geboore Heer op zijn allerbeste geconsidereert.
- 21. 1.1.21 De beste geboore Heeren zijn ongelukkige menschen, en Regeerders; levende zonder waarheid te hooren, ofte Vrienden te zien.
- 22. [112] 1.1.22 Verandering van Favoriten is den Onderdaanen ook schaadelik.
- 23. 1.1.23 De Monarchen sterven met een groot ongemak der Onderdaanen.
- 24. 1.1.24 Ongemakken als Heeren sterven zonder zeekere Erfgenaamen.
- 25. 1.1.25 De stand der Religie is onder Monarchen onzeker.
- 26. 1.1.26 Besluit over de Monarchale Regeering, voor zo veel zy den Monarchen zelf meest raakt.
- 27. [123] 1.1.27 Ongemakken der Onderdanen van de beste Princen in Vreede.
- 28. 1.1.28 Ongemakken der Onderdanen van de beste Princen in offensiven oorlog.
- 29. 1.1.29 Ongemakken der Onderdaanen van de beste Princen in defensiven oorlog.
- 30. 1.1.30 De eerste Koningen van haar geslacht, zijn de allerbesten.
- 31. 1.1.31 De beste Monarchale Regeering met een Fabul afgebeelt.
- 32. 1.1.32 Wat de H<eilige> Schrift des Ouden Testaments, ons leert, van dese beste Monarchen.
- 33. 1.1.33 Of de Christen Princen, door het Euangelie, so veel beter zijn geworden, dat wy gemelde zwaarste ongemakken niet te vreezen hebben.
- 34. 1.1.34 Dat de Landen der Christen Princen, zoo verwoest niet zijn, als de Landen der Onchristenen.
- 35. 1.1.35 Waarom alle Monarchen gemeenelik werden gepreesen, tegen alle waarheit.