Eindelik indien iemant vraagt, waarom de menschen zoo veele uitsteekende deugden konnen zien soo in het leeven als in de regeeringe der [in] Monarchen; indien de zelven daar niet zijn; die kan zijn antwoort vinden in 't 59 Ragg. van Trajano Boccalini. Alwaar hy versiert, dat zeeker Neef en gepretendeert Successeur, des Prinsen van Sparta den staat uitnement wijsselik en loffelik regeerde, met zeer groote autoriteit, geduurende het leeven zijns Ooms de wettelike Prins; maar alzoo de zelve quam te sterven, en teegen verwagting niet gemelde Neef, maar een ander in de plaatse gekooren wierd; zoo had men deesen wijsen Neef, naaweliks ontbloot van zijn Iurisdictie en authoriteit; of men bevond dat hy warelik en innerlik, meer dan half mal en dol was. Want hy deede en zeide niet, dan &c. En besluit, Boccalini deese Fabul met deeze woorden: Alle welke actien dezes loshoofdigen Prince een yder dede oordeelen, dat het geluk alleen, van in een absolute authoriteit en hoogheyt te zijn, ons zeer dikwils doet gelooven, wijze Salomons te zijn, zooda[171]nige menschen, welke gemeene Borgers weezende, zouden bevonden werden, waarelik te zijn harssenlooze Flegels. Diergelijk Exempel heeftmen onlangs gezien in Christina, dewelke zoo lang zy Koningin van Sweeden was, genoemt wierd de Sweedse [te zijn, een] Pallas, de wijste, en welspreekendste Koningin die ooit den aartbodem had betreeden; maar naweliks had zy haare Kroon needergelegt, of Pasquin sprak te Roomen, van haar zoo schandelik, dat ik my zoude schaamen het zelven te vertaalen. Onder anderen 't gunt hier te passe komt, en ik zeggen derf, zeit hy:
Pazza, Gobba, e Zoppa viene del Norte
Del Monarcha invitto l'indegna figlia.
Vuol parer Dotta, & é rozza Pedante.
EINDE.