Chapter 2. [172] HET TWEEDE BOEK.
Table of Contents
- 1. 1.2.1 In het formeeren van een politiken staat, en het maken der Wetten, moet men præsupponeeren dat alle Menschen van nature boos zijn, en zullen blijven, ten zy de zelven door goede ordre en Wetten, ingetoomd en beeter gemaakt werden.
- 2. 1.2.2 Kort discours oover den eersten opkomst, enden tegenwoordige stand, der Turken.
- 3. 1.2.3 Van de Turkse Hofhouding.
- 4. 1.2.4 Van de Janitsaren.
- 5. [188] 1.2.5 Van de Turkse Regeering.
- 6. [190] 1.2.6 Van den Divan van Constantinopol, of de Opperste Turkse Raad.
- 7. 1.2.7 Hoe de Turkse Keiser zelfs regeert.
- 8. 1.2.8 Van de Mufti van Constantinopol, of de Opperste Priester van het Turkse Rijk.
- 9. 1.2.9 Van de Turkse Justitie.
- 10. 1.2.10 Van de Turkse Finantien.
- 11. 1.2.11 Van de Turkse Domainen.
- 12. 1.2.12 Van den Groote Vizir, ofte Stadhouder des Turksen Keisers.
- 13. [201] 1.2.13 Van mindere Turkse Regeerders.
- 14. 1.2.14 Van de Beglerbey en Bassaschappen, ofte groote Turkse Gouvernementen in het generaal.
- 15. 1.2.15 Van het getal deeser groote Gouvernementen in het byzonder, in Europa, in Asia, en Africa.
- 16. 1.2.16 Van de Turkse Krijgs-zaken te Lande, in vredens-tijden.
- 17. 1.2.17 Van de Turkse Oorlogen te Water.
- 18. 1.2.18 Van de Turkse Oorlogen te Lande.
- 19. 1.2.19 Van de Bassaschappen van Barbaryen, en pariculierelik de regeeringe van Alger.
- 20. [216] 2.2.20 Vrugten der Turkse Regeeringe.
- 21. [224] 1.2.21 Dat de Turkse Landen gansch verwoest zijn.
- 22. 1.2.22 De boosaardigheid der menschen, maar niet de Turkse Religie, is oorsaak deeser quaalen.