Om de Republik van Veneetien naar behooren te considereeren, en den Leeser daar van klaarder kennisse te doen heb[353]ben zal van nooden zijn, dat ik uit de Veneetiaanse Historien van Marco Antonio Sabellico, en Monsieur de Fougasses voor af zegge. Dat de Barbare Gotten, en Langbaarden, omtrent den jaare Christi 400. Italien grouwelik verwoestende; veele Landzaaten vlugteden op de kleine naastgeleegen Eylandekens, in de Adriatise zee: alwaar zy eerst met visschen en daar naa met koopmanschappen, bestonden zig te erneeren onder een populare regeering; kiesende jaareliks met meerderheid van stemmen twee Borgemeesters, om haare politie te regeeren.
Maar om dat die twee Borgemeesters al te veel autoriteits kreegen, duurde dit zeer weinig jaaren. En vond men goed, dat yder Eylandeken, met meerderheid van stemmen, voor zig jaareliks koore een (Tribuno) Wijkmeester, die oover zaaken alle de Eylandekens raakende, zouden vergaaderen te Heraclea: welke (Tribuni) Wijkmeesters met meerderheid van stemmen, uit die verscheide Eylandekens, dus eene populare Republik maakteden, dewelke zy omtrent 260 jaren regeerden, zonder groote scheuring ofte oproer onder haar zelven.
Maar een scheuring onder den Veneetianen, toen ontstaan zijnde, tragtede Luid-brand, Hertog van Fourli, haar te oovermeesteren, teegen welke zy zig willende verweeren, gezaamentlik goed vonden ook te kiesen een Hertog voor zijn leeven, op dat die met meer autoriteits [354] haare scheuringen heeldede; maar zy Hertogen gebruikteden de zelve om haar eigen te vergrooten, met het Volk te onderdrukken; de eerste Pauluzzo Heracliano deede dit allengs en voorzigtelik, want hy bragt den oorlog loffelik ten einde, boude een kerk en stierf, twintig jaaren geregeerd hebbende; Zulks naa hem gekooren wierd Marcello Heracliano, die, goedaardig, en beleefd zijnde, naa neegen jaaren regeerens, vreedsamig stierf.
Maar de derde Hertog, genaamt Horleo Urso, was soo heersch, dat het Volk, ten [het] elfde jaar zijner regeeringe, opstond, en hem vermoorde, omtrent den jaare 680; waar op volgde, dat men zig niet kon verdragen om een anderen Hertog te kiezen, maar wierd geresolveert dat men binnen 6 jaaren niemand kiezen zoude, dan jaareliks (un Maestro de Soldati) een Hoofd over de Krijgsluiden. En vermits de vijfde, Ciano Fabritiato genaamd, zijn magt misbruikte, wierd hy afgezet, en van gezigt berooft, en, (stulti dum vitia fugiunt in contraria currunt,) uit vreeze van dien rook sprongen de Borgers in het vuur: Want zy koozen plotselik tot Hertog Theodato, de Soon van Urso, die zy hadden gedood, dewelke, om zijn Vaders ongeval niet onderworpen te zijn, op het vaste land te Brondolo, een kasteel, tot een zeekere vlugt-plaats in nood, op het 13 jaar zijner regeeringe bestond te bouwen, waar van daan hy te Venetien keerende, en het Volk, uit vreeze voor zijn toeleg van de vrye regeering te verkragten ende dan sullende volgen Tyrannie, in de wapenen vin[355]dende, wierd afgezet, en blind gemaakt.
Nogtans koor het domme volk, naa deesen Theodato, een anderen Hertog, Galla; zig dwaazelik laatende voorstaan, dat hy beeter zoude weezen, om dat hy de voornaamste Belhaamel teegen den voorgaanden Hertog had geweest. Maar, hy zogt zijn eige grootheid ook zoo onmaatig, dat het Volk, binnen het tweede jaar opstaande, hem de oogen uitstak, en in ballingschap zond. Waarom men omtrent den jaare 700 goed vond voortaan geen Hertog te kiesen, dan met hem by te voegen jaarelikse (Tribuni) Wijkmeesters. En dus wierd gekooren Domenico Monegario. Maar de jaarelikse Raaden, om des Hertogen seer voordeelige gonst ook te mogen genieten, vloogen gedurig van zijn hand; zulks hy, niet beeter als de voorgaande zijnde, ook door het Volk van alle gezag, en oogen wierd beroofd; op het vijfde jaar zijner regeeringe.
En niet te min koor men weederom op de zelve wijse Mauritio, dewelke, eenige jaren gelukkelik geregeerd hebbende, van het Volk verkreeg (Doge é Compagno.) De eerste survivance; zulks zijn zoon Ian hem wierd bygevoegd, quansuis om zijn ouderdom te onderstutten; en hoewel de zelve naa zijn Vaders dood zeer qualik regeerde, zoo wist hy nogtans ook uit te werken, dat het Volk, met meerderheid van stemmen, zijn zoon genaamd Mauritio hem byvoegde: waar door hy des te baldadiger regeerde, en oorlogde. En de Wijkmeesters met de Voornaamsten van Ve[356]netien tegen hem aanspanden; en hoewel de conspiratie ontdekt zijnde, zy alle moesten vlugten, zoo quam nogtans daar naa het Volk ter occasie van Pepins waapenen, teegen den Hertog op de been, en verjoegen den Hertog Ian, met zijn Zoon, omtrent den jaare 800.
In plaatse van deese verdreeve Ian, wierd gekooren Obelerio, een der Wijkmeesters, die teegen hem had geconspireert. En die wierd ook, naa vijf jaaren regeerens, verjaagd. Toen koos het Volk voor den tienden Hertog, Angelo Partitiato, die met twee jaarelikse (Tribuni) Wijkmeesters regeerde, en zijn zoon Iustiniano, ook tot een Meede-maat kreeg: nochtans is waarschynelik, dat de zelven ook zeer quaalik hebben geregeert: Want de voornaemste van Veneetien wierden, oover een ontdekte conspiratie teegen haar beiden, gedood. En naa de dood van Angelo, regeerde Iustiniano alleen. En naa deze, zijn broeder Ian, den welke de voornaamste Borgers door een conspiratie, daar Carosio het Hoofd van was, verjoegen. En deeze Carosio verloor kort daar aan, door een andere conspiratie, die Hoogheid, Vaderland en gezigt: Zulks de Hertog Ian weederom uit zijn ballingschap wierd geroepen; maar agt jaren daar naa, wierd hy door de Mastalici, het voornaamste Geslagt van Veneetien, in een Kerk overvallen, en in een Klooster, daar hy korts stierf, gestooken.[357]
En dus wierd voor de XIII. Hertog gekoren Pietro Tradonico, die, naa veel oorloogen en scheuringen onder de Borgers, op het 29 jaar zijner regeeringe van zyn devotie komende, wierd gedood, omtrent den jaare neegen honderd, en vermits zijn aanhang, zig eevenwel meesters gemaakt hebbende van het Palais, naa dertig daagen beleegerings zig moeste overgeven, zoo wierden door het Volk de eerstemaal gekooren 3 (Avogadori di Comun) Advocaten Fiscaal om de aanklagt te doen, alzoo wel tegen deese gevangenen, als tegen de genen die den Hertog gedood hadden. Daar op wierd de XIV. Hertog Orso Partitiato, die 17 jaaren zeer wel regeerde, gekooren: zulks desselven zoon, Ian, in zyn plaatse gekooren wierd, dewelke, meenende te sterven door ziekte, van het volk versocht, en verkreeg, dat zyn Broeder tot Successeur genomineert wierd, en bekomen zynde, gebruikte hy zyn Broeder, als zyn Meedemaat in Regeering; tot dat dezelve gestorven zynde, hy daar naa zyn Neef, desselven oudste zoon, insgelijks gebruikte, maar op het zeste jaar, ziende, dat het Volk van haare Regeeringe walgde, zoo onsloegen zy zig beiden der Regeeringe.
En naa deeze wierd tot Hertog gekooren Pietro Candiano, die ten einde van vyf maanden, in een slag teegen Zee-roovers, bleef. Na wien de XVII. Hertog Pietro Tribuno 21 jaaren zeer [358] wel regeerde, gelijk de goede Orso Badoaro, ook 11 jaren wel geregeerd hebbende, in een Klooster ging. En daar na wierd gekooren Pietro Candiano, de tweede dier name, voor de XIX. Hertog, die binnen twee jaren stierf; als ook kort daar aan zijn Naavolger Pietro Badoaro. Dus wierd gekooren tot de XXI. Hertog Pietro Candiano, de derde dier name, Zoon des voorgaande, hoewel hy ten tyde zijns Vaders, Medemaat in Regeering zijnde, om zijn baldadigheid was verjaagd geweest, maar door hooger jaaren zediger geworden zijnde, droeg hy zig wel, en koor de tweede zijner drie Zoonen, Pietro tot zijn Meedemaat, dewelke zig in teegendeel zo quaalik droeg, dat al het volk opstond, zulks die Zoon in ballingschap gezonden wierd; en de voornaamste Ingezeetenen, zoo Geestelike als Weereldlike, opentlik malkanderen den eed af naamen, nooit toe te laaten, dat die zoon weederom te Veneetien quame. Onderwylen deede dezelve met zee-rooven, zoo groote schaade aan de Veneetiaanse koopluyden, dat zijn vader daar oover van droefheid stierf. Maar deeze dood, schaade, en eed, wierd by het onweetende volk zo weinig geagt, dat zy deezen uit de Regeeringe gesecludeerde Balling, alleen uit zugt tot sijn doorlugtige Voor-ouderen, die seer groote diensten aan de Republik gedaan hadden, voor de XXII. Hertog kooren; dewelke gekoren zynde daar op zyn vrouw verstotede, om te trouwen een andere, die zeer magtig in slaven [359] en land-goederen was, oover welken hy die van Uderso en Ferraren beoorlogde, met een goede uitkomst, die hem zoo baldaadig maakte, dat hy in het Pallais Soldaaten voerde, en de Stadt Veneetien, meer en meer tirannizeerde. Waar door eindelik, op het 17 jaar, het volk op de been quam, en den brand stak in het Pallais, zulks hy door 't vuur genoodsaakt wierd, zyn Soontjen op de armen draagende, van 't Volk te bidden, dat zy hem ten minsten hoorden spreeken, dog te vergeefs, alzo hy metterdaad, en zyn Soontjen wierd gedood. En dus is het volk altijds te wreed, ofte te goed, en ligt geloovig.
UBA hs.XXV C41:518-519
Tot drie-en-twintigste Hertog wierd gekooren, d'onnoosele Pietro Urseolo, die 't zelven eerst weigerde, daar naa aannam, en naa twee jaaren, zeer wel geregeert hebbende, secreetelik ontliep, en zig, in Aquitanien, in een klooster stak. Zulks daar door gekooren wierd, de derde Soon des gemassacreerde Pietro Candiano, Vitalis genaamd, die binnen de twee jaaren van ziekte stierf. En daar op wierd tot XXV. Hertog gekooren, de voorzigtige Tribuno Memmo, nogtans kon hy 't in de verschillen, tusschen de twee vermaarste geslagten zoodanig niet maaken, of de Morosini geloofden, dat hy de Caloprini gonstig was, waarom zy, schielik in de waapenen gekomen zijnde, alle de Morosini meenden te dooden. En vermits zy niet meer als een konden dooden, moesten zy vlugten, en [360] wierden haare goederen geconfiskeerd, omtrent den jaare 980, maar zy wrogten zoo veel uit by den Keiser Ottho, dat hy den Veneetiaanen, door Oorlogen, zoo ellendig maakte, dat zy by accoort de Caloprini herstelden; en korts daar aan dooden de Morosini die van de Caloprini, het welk dat gemeen Volk, ['t welk] zeer veel in den voorleeden Oorlog geleeden hebbende [had], zeer qualik nam: en geloovende dat het zelven was geschied met goedvinden des Hertogen, zetteden zy hem op het 14 jaar zyner regeeringe af.
En naa deese Tribuno Memmo wierd gekooren Pietro Urseolo, Zoon desselven, die zig heimelik in een klooster gesteeken had, dewelke 18 jaaren loffelik reegeerde, en harde oorlogen ten einde bragt: Zulks uit deeze consideratien, naa zijn dood, zijn eenigen Zoon Ottho, tot seven-en-twintigste Hertog gekooren wierd, die, door deeze groote luister in de derde Successie, trouwde de Dochter des Konings van Hongariën, en voerde gelukkige oorlogen tegen die van Adria en Croatia. Maar in alle de Conquesten, daar naa quansuis visitatie gedaan, en de Ingezeetenen eed van getrouwigheid afgenomen hebbende, wierd hy te zijner wederkomste in Veneetien, oovervallen door de conspiratie van Domenico Flabenico, die hem dus in zijn vijftigste Jaar de baard schoor, (het welk in die tijden, een onuitspreekelik groote schande was) en naa Grieken-Land joeg, alwaar hy korts [361] daar aan stierf, omtrent den Jaare 1020. En wierd tot acht-en-twintigste Hertog gekooren, Pietro Centranico; maar zeeker Urso, Bisschop van Grado, maakte zig niet alleen door zijn aanzien meester van dat garnisoen, maar beweegde den Keiser Coenraad zulks teegen de Veneetiaanen, dat zy naa vier jaaren oorlogs, tegen haaren Hertog opstonden, hem schooren als een Monnik, en in ballingschap zonden: welke Bisschop van Grado het Regiment in hebbende, en meenende zijn Broeder Ottho, uit Grieken-Land te roepen, om hem dat oover te geeven, verstond dat hy dood was; Zulks hy, naa een jaar regeerens, van zelfs het Pallais ruimde, 't welk straks wierd ingenomen door Domenico Urseolo, naaste bloed-vriend des gemelden Ottho, maar het Volk verdreef hem des anderen daags, zulks hy te Ravennen ging sterven.
Naa dit oproer wierd eenpariglik gekoren, tot negen-en-twintigste Hertog Domenico Flabenico, die door den voorgaanden Urso verdreven was geweest, en daarom twee Wetten veroorzaakte; De eerste, dat alle het geslagt der Urseoli buiten de regeering zoude gesloten werden; het welk de ondergang van die Familie is geweest. De tweede, dat (Doge Zenza Compagno) nooit Hertog in het toekomende eenige Mede-maat zoude mogen kiesen; waar mede alle Survivance wierd belet; en stierf in 't tiende jaar zijner regeeringe. [362] Daar naa wierd met gemeen goedvinden gekooren, Domenico Contareno, die, met groote naarstigheid het afgevallen Zara en Grado wederom onder Venetien gebragt hebbende, in het twintigste jaar zijner regeeringe stierf. Op zijn begravenisse koor, en riep 't Volk. Vive de Hertog Domenico Silvio. dewelke eerst tegen de Noormans, en op Zee gelukkig als mede daar na eenmael ongelukkig, gestreeden hebbende, te zijner wederkomste, door 't zelven Volk op 't dertienste jaar van zijn regeering wierd afgezet; en gekooren tot twee-en-dertigste Hertog, Vitalis Phalerio, die met gebouwen en vreede te maken twaalf jaaren doorbragt, en stierf; sulks werd gekooren in den jaare 1011 Vitalis Micheli, die in de eerste kruis-vaart met 200 scheepen naa het heilig Land trok, en naa vier jaeren stierf.
Daar op werd tot vier-en-dertigste Hertog gekooren Ordelapho Phalerio, die naa een tijd van vijf jaaren, in den oorlog teegen de rebellige Dalmaten en Croaten verslaagen wierd; en wierd gekooren Domenico Micheli, die veele oorlogen in 't heilige Land gevoerd, daar veel privilegien voor de Veneetse Koopluiden, en de Griekse Eylanden verkreegen hebbende, naa zijn glorieuse wederkomst, op het tweede Jaar der Regeeringe stierf: Zulks zijn Zwaager Pietro Polano, (die ook gelukkig regeerde,) tot ses-en-dertigste Hertog gekooren wierd. En [363] naa hem wierd Hertog, Domenico Morosini, die ook ten voordeele der Koopluiden acht jaaren regeerde.
Naa deese Domenico Morosini wierd omtrent den Jaare 1160, tot acht-en-dertigste Hertog gekoren Vitalis Micheli, die eerst gelukkig tegen Frederik Barbarossa oorlogde; maar ongelukkig daar naa teegen den Grieksen Keiser Emanuël, die op eenig verschil alle Scheepen en goederen der Veneetse Koopluiden aansloeg, en nogtans veinsde geen oorlog, maar vreede te begeeren, waar door hy den Hertog met zijn Vloot zoo lang ophield, dat zy door ziekte onder het Volk, en verloop van tijd, te schande gemaakt wierd, en hy vrugteloos te Veneetien keeren moest, alwaar hy, door 't oproerige Volk, als een Verrader wierd gedood op het seventiende Jaar. Maar het Volk daar naa zig bedaarende, en oordeelende dat hy, als een regt Lief-hebber des Vaderlands, en Koopmanschap, de Vreede met een goed inzigt, hoewel onvoorzigtelik, (daar niemand voor behoorde te boeten) had gezogt, kooren tien mannen, de eerste Dieci, om te doen straffen die deeze moord begaan hadden. En vermits deeze Hertog de eerste is geweest, die invoerde la Imprestita, een schatting oover de Borgers, nogtans met beloften, dat de Republik het zelven zoude wedergeeven, als zy in beeter stand gekoomen zoude weezen, zoo gelooft men dat het zelven een na[364]gel aan zijn doodkist zy geweest. Na hem wierd de rijke Cyano, oud 70 jaren, gekooren; die 18 jaren geregeerd hebbende in vrede, alle zijn goederen by Testament aan de Republike liet, gelijk vele Hertogen voor en na hem gedaan hebben, zulks ik het zelven niet meer zal aanteekenen.
Hier naa koor het Volk de eerstemaal 4 en die wederom 40 persoonen om een Hertog te kiesen, welke forme van kiesen veel jaaren daar naa gebleeven is, en dus wierd tot veertigste Hertog gekooren Orio Malipetro, die in Siriën oorlogde, en het gerebelleerde Zara innam, dog met nieuwe Imposten op te zetten, die hem zoo gehaat maakteden, dat hy, op het elfste jaar van zelfs in een Klooster ging; en dus wierd als te vooren, door 40. ('t welk ik eenmaal voor allen zeg) gekooren Henrico Dandolo, geduurende, wiens 13 jaarige regeering, de zaaken van oorlogen in Grieken-land, zoo wierden beleid, dat de Keisers den Venetiaanen, voor hun gedaane onkosten, schonken het Eyland Candien. En wierd gekooren tot twee-en-veertigste Hertog Pietro Cyano, onder wien afgekondigt wierd: Dat yder Burger teegen de Zee-roovers mogt equipeeren, en scheepen en Eylanden inneemen, om die in vollen eygendom te bezitten, gelijk van veelen geschiede, waar door verscheide particuliere Borgers van Venetien, Heeren van Griekse Eylandekens wierden, en zeer lange jaaren bleeven. En omtrent deeze tijden begonden die van Ve[365]netien zeer, door die van Pisa en Genua, op Zee, en door die van Padua, op het Land getraverseert te werden; eindelik Cyano 22 jaaren geregeerd hebbende, en zeer oud zijnde, lei de regeering af, om een Monniks-kap te neemen. Hier naa wierd gekooren Giacamo Thiepolo, die ook, met geduurige oorlogen 20 jaaren doorgebragt hebbende, stierf.
Naa deezen Giacomo Thiepolo, zegt Sabellico (hoewel het my niet waarschijnelik is) dat men de eerstemaal, en zoo voortaan, op de wonderlike manier, die men heeden gebruikt, koor, een Hertog, namentlik, Marino Moresini, die, teegen Ecelino geoorlogd, en vier jaaren geregeerd hebbende, van ouderdom stierf. Dus wierd tot vijf-en-veertigste Hertog gekooren, Renieri Zeno, die, door de geduurige oorlogen, nieuwe Imposten op melk en zuivel, doende afkondigen; door het volk met steenen geworpen wierd, waar op de plondering van veeler Edelluiden huisen volgde; maar de Autheurs wierden daar naa gestraft, en de Hertog stierf te zijner seventhiende jaar der regeeringe. Daar op wierd tot ses-en-veertigste Hertog gekooren Lorenzo Thiepoli, zoon des drie-en-veertigste Hertog, die ten einde van zes jaaren stierf, geduurig in oorlog geweest zijnde. En wierd gekooren Giacomo Contareni, onder wien die van Histria, om de niewe Imposten, gerebelleerd zijnde, hy zig der regeeringe, doen hy door ouderdom onbequaam wierd, ontsloeg.[366]
En in 't Jaar 1290. wiert tot Hertog gekooren Gio Dandolo, die ongelukkig, 10 jaaren teegen die van Aquilegium en Trieste oorlog voerde, en stierf, waarom 't Volk selfs begeerde te kiesen Giacomo Thiepolo; maar hy bestrafte haar, en vertrok uit de stad, tot dat Pietro Gradenico tot negen-en-veertigste Hertog, naar gewoonte, gekooren was; die ook gedurig in oorlog, en veeltijds, ongelukkig was, zulks de Borgerluyden tweemaal teegens hem en de Edelluiden, conspireerden; maar de Conspirateurs wierden t'elkens gestraft, verjaagd, gedood, en haare goederen geconfiskeert. Dus regeerde hy twaalf jaaren; en wierd naa hem gekooren Marino Giorgio, die maar een jaar regeerde, van de Paus ge-excommuniceert zijnde; en stervende, wierd hy nogtans een Heilig genaamt, om dat hy uit zijn eigen beurze Kerken en Kloosters had gesticht. Daar op wierd tot 51 Hertog gekooren Gio Zoranzo, die, door den Ambassadeur Dandolo, met een yzere keeten om den halze, ter aarden neederleggende, de benedictie van den Paus Clement, omtrent den jaare 1310 verkreeg; als mede de Gerebelleerden van Zara t'onderbragt: begonnen hebbende den oorlog teegen Genua, stierf hy in het 16 jaar der regeeringe, en wierd gekooren Dandolo, die, teegen de Genueesers en anderen, 11 jaaren oorlog gevoerd hebbende, stierf. En onder de drie-en-vijftigste Hertog Bartholomeo Gradenico; (die maar een jaar en een half regeer[367]de) rebelleerden die van Candien, en wierden ook gestraft: Deeze, ooverleeden zijnde, soo wierd, om zijne zeer groote qualiteiten van Adel, geleerd- en beleeftheid te zijner 36 jaar, tot vier-en-vijftigste Hertog gekooren Andrea Dandolo, die ook verscheide oorlogen voerde, en, t'huis blijvende, de eerste twee Proveditori in het Leeger zond, om den gehuurden Veld-ooversten met raad en daad by te zijn.
En tot deezen tijd toe, naamentlik, tot het jaar 1325. is klaarelik door het voorgaande gebleeken, dat de Regeering van Veneetien populaar was; voorzien met een Hoofd zijn leeven geduurende. Onder de welken, van tijd tot tijd, de aanzienelikste Geslagten het meesten gezag kreegen, onder de naam van Eedelluiden en Raaden Senatori, door het Volk den Hertooge bygevoegd, om de ordinare zaaken te handelen; maar deze Dandolo hervormde deeze Republik in het geheel, daar van een absolute Aristokratike regeering maakende, alzoo hy vaste Wetten maakte voor den grooten Raad, il Consiglio Grande, en de mindere Raad il Senato, die te vooren zeer onzeeker waaren geweest. Ten zy men met beeter fondament, de voornaamste veranderinge vinde, ten tijde van den Hertog Pietro Gradenico, die, ziende, dat het Volk jaareliks in yder wijk twee Bonmeesters koor, en dat die twaalf (want er zes bonnen Sestieri zijn,) jaarelix uit het gansche lighaam der stad kooren van [368] 420 tot 470 Mannen, die voor dat jaar den Grooten Raad uitmaakten, en gemerkt hebbende dat die kiezingen veel moeite, twist, en oproer veroorzaakten, soo stelde hy voor, en drong door, een Wet, dat voortaan een yder, ofte zijn erven, die dat jegenwoordige, ofte een der vier voorleede jaaren, een lid des Grooten Raads geweest was, voortaan, zonder eenige keur, zoude mogen verschijnen in alle vergaaderingen des Grooten Raads, en dat alle anderen daar buiten zouden hebben te blijven. Het welk voorwaar daadelik, onder de ingeseetenen [geenen] die te vooren gelijk waaren, dit onderscheid maakte, dat de een door deeze ordre zijnde geworden een Veneetsch Edelman, mogt regeeren als het hem geliefde; en dat alle andere Ingezeetenen zig noodzaakelik moesten laaten regeeren. En dienvolgende verviel toen de Populare, tot een Aristokratike Regeeringe. Zulks de Republik van Veneetien, ten onregt, oover zoo groote oudheid haarer Aristokratike regeeringe, roemd.
Hoe het zy, deeze Dandolo hervormde den Grooten Raad en 't Senaat door verscheide niewe wetten, onder anderen, la Gionta, de bygevoegden, by 't Senaat voegende; ook stelde hy in, de eerste Auditori Vechi é Nuovi, oude, en niewe Auditeurs, als ook de Proveditori. Door alle welke goede ordren deeze en de volgende Hertogen zig der waapenen begonden te onthouden, om die te betrouwen aan vreemde gehuurde Veldoversten, geassisteert met gemelde Proveditori, [369] sulks van die tijd af, hier veel meer rust en vreede was, zoo voor de Hertogen als gemeene ingezeetenen, en andere Regeerders. Immers deeze Hertog, de oorlogen tegen Genua glorieuselik ten einde gebragt hebbende, stierf op het 12 jaar sijner regeeringe. En naa hem wierd gekooren tot vijf-en-vijftigste Hertog Marino Falerio, die zig door de Senatori en Adel gebreidelt ziende, het gemeen Volk met beleefd- en mildheid vleyde, op hoope van weederom een Populare Regeering te zullen konnen invoeren, en zoo doende kragtiger te regeeren; en ten dien einde conspireerde hy met eenige voornaamste Borgerluiden, om (soo waar is 't geen de Overwinners geschreeven hebben) alle de Senatori te gelijk te vermoorden. Maar een der t' Samensweerders, het zelven ontdekt hebbende, wierd de Hertog met zijn meedepligtigen des nagts gevangen, en daar naa gedood, met confiskatie van goederen. Sulks deeze Edellieden, en Senatori door deese straffen, zig zoo wel in haare autoriteit vestigden; dat men zedert dien tijd in de Venetiaanse Historien geen oproeren in Stad, en zeer weinig in het geheele Veneetse gebied; voorgevallen, weet te vinden; dan zomtijds eenigen in Candien. Maar van uitheemse oorlogen, naamentlik, meest defensiven teegen den Turk, en offensiven teegen de Potentaaten van Italien, werd somtijds in haare Historien gewag gemaakt.