Dus hebbende gesprooken van de Republiken in 't gemeen, en van de Aristokratike Regeeringen in het particulier, dunkt my, dat men hier uit drie zeer generale conclusien kan trekken;
Namentlik, ten eersten: als in eenige Aristokratike Regeeringe eenig geval voorkomt, door welk het meestendeel van de Leeden der Souveraine vergadering konnen werden gebaat, schoon genomen het selven strekt tot nadeel der gemeene Ingesetenen; of wel ter contrarie, als ietwes voorkomt dat strekken zoude ten nadeele van de meeste Leeden der Vergaaderinge, schoon genomen de gemeene Ingezeetenen daar door zouden werden gebaat: En boven alle, als ietwes voorkomt dat ten voordeele, ofte ten nadeele der geheele Vergaderinge strekt: zoo zal in zoodanige Regeeringe altijd het interest der Regeerders voortgaan, ook tot nadeel van het gemeen. (l'util proprio e valen' del commun bene) want eigen voordeel vergiftigd het gemeen: en (Salus populi,) Het gemeen, is hier maar een Pop die men kleet, ofte geesselt, naa dat het den Regeerders voordeelig is.
Ten tweeden, vermits in de Aristokratike regeeringen daar geen magtig hoofd is, de regeerders zeer groote voordeelen konnen trekken [werden getrokken] van de gemeene onderdaanen in [515] vreedenstijden, met die allengs onder eenigen dekmantel te belasten. En dat ter contrarie de Regeerders in oorlogs-tijden gevaar loopen, niet alleen door haar eigen militair Hooft, maar ook door uitheemsch gewelt te zullen werden verslonden, met de gemeene onderdaanen teegen de Regeerders op te hitsen. Op de welken als door de regeering niet gebaat zijnde, in alle gevalle van troubelen en oorloge, de Regeerders zig niet mogen verlaaten: zoo volgt van zelfs, dat het waaragtige interest van gemelde Vergaderinge, en Regeerders is, in alle manieren rust onder de gemeene Onderdaanen, en vaste Vreede, zoo veel doenelik, met alle naabuuren te versorgen, En is waaragtig dat de Regeerders verstandig zijnde, dat interest ook gemeenelik vervolgen, het welk voor die ondersaaten een onuitspreekelijke Zeegen is.
Ten derden, vermits in gemengde Aristokratike Regeeringen daar meer als een Hoofd zynde, ofte het gemeen Volk, eenige magt in het maken der Wetten, en Magistraats-Persoonen hebbende, de eewigduurende Raaden nogtans alle heete en glorieuse Resolutien den Volke naar hun welgevalle konnen doen neemen: Zoo ontstaat daar uit, dat gemelde Raaden, die altijds warelik, en in der daat zoodanige Republiken meest regeeren; op gemelde Onderdaanen, en voornementlik op de Rijksten, die altijds naa proportie der Armen in zeer kleinen getaale zijn, geduurige Imposten, en Schattingen konnen [516] opleggen; om daar mede gemelde raatslagen, en resolutien van oorloge, en conquesten uit te voeren, zonder te vreesen, dat het zelve volk, dat den oorlog heeft geresolveert, daar tegen oproerig worden; maar ter contrarie in gevalle van tegenloopende oorlogen, een zeer hartnekkige defentie doen zal. Daar-en-boven is in een Aristokratike Staat, daar het gemeen Volk deel aan de Regeeringe heeft, niet wel doenelik in vreedsame tijden, den geringste Ingezeetenen groote lasten op te leggen; jaa zelfs niet de lasten in oorlogs-tijden opgestelt, daar naa te doen duuren in tijde van Vrede, om de Raads- en Magistraats-persoonen daar van wel te doen vaaren. Zulks een yder klaarelik ziet, dat, in zoodanige Republiken, het waaragtige interest der Hoofden alsmeede der altijts-duurende Raaden, ofte Regeerders, is, Oorlogen te veroorsaaken, daar zy alleen alle de voordeelen, en de Gemeente de meeste last draagt; volgens het spreekwoort (de bello aliquid, de pace nihil,) in troubel water is't goet vissen. Het welk men ook door de Griekse, en Romainse Historien kan zien warelik geschiet te zijn, in de Republiken van Sparta, Romen, Carthago, &c. En boven alle is dese conclusie waaragtig in zoodanige Republiken, daar meer als een Hooft zijnde, de Regeerders het een door het ander konnende intoomen, niet vreesen, door de militaire magt van een te zullen werden verslonden. En zoodanig was het in boven-gemelde Republiken [517] gestelt: Want te Sparta, te Romen, te Carthago waren, neevens een gedurige Raad, twee Koningen, twee Consuls, ofte Burgemeesters, twee Suffetes, als Hoofden der Republike, en in alle die Republiken was by het Volk de magt, Resolutien, Wetten, en Persoonen, om die te executeeren, ofte uyt te voeren, te maken.
EYNDE.