Als rechtsterm. Voorheen gold aensprake voor het aanspreken in rechten, de gerechtelijke eisch (verg. Mnl. Wdb. en KIL.). Nog in de 17de eeuw bezigde men aensprake en antwoord voor hetgeen nu eisch en antwoord heet (Stadr. v. Harderwijk, II, 7, 1 enz.).
Er zijn twee soorten knolwortels van twee verschillende gewassen die aldus genoemd worden: die van Lathyrus tuberosus en van Carum Bulbocastaneum, Aardkastanje (zie HEUKELS, Ned. Volksn. 57 a; 136 a). Meestal is de eerste bedoeld. || Cautior is een vrucht als Eerdakers, wort inde spyse ghebruyckt, O.-I. e. W.-I. Voyag. 2, 63 a [1598]. (Het gewas „Bulbocastanon”) is verscheyden van de Eerdt-eeckelen oft Eerdt-akers ende Muysen met steerten, die Balanocastanon mogen heeten, DODON. 582 b [1608]. (De wortel van „Bulbocastanon”) heet hier te lande Eerdtnoten, ende oock somtijts Eerdakers, Ald. Daer hebje ... Stijn Snoeps met haer Linckermangt, Vol ghesoon karstenghen en aerdaeckers, BREDERO 2, 167 [1617] (zie ook 1, 252). Niemand (sal) ten onwille van den eygenaar, ofte bruycker van den Lande mogen aertaackelen graven, Utr. Placaatb. 1, 653 a [1624]. Sy (droogen) Aeckers vande Boomen diese mede ghebruycken tot Kost; daer (t. w. in Nieuw-Nederland) zijn oock Aerd-aeckers alshier te Lande, oock witte Aerd-aeckers, maer die zijn fenijnigh om te eten, D. PZ. DE VRIES, Voyag. 256 [1655]. Vier Fruitschalen met aardaakers en kastanjes, Holl. Keukenm. 147 [1746].
Rechtsvordering; vervolging in rechte. || Dat alle de heeren vanden Parlemente metter gheestelicheijt alle processen ende actien ter neder legghen zouden, ende bezien bij wat middelen dat men de heretijcquen alderbest verdrijven mochte, V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 2, 53 [1567]. Alle civile actie van injurie, kyvagie, vechten, quetsingen ende diergelycke, N.-I. Plakaatb. 2, 224 [1656]. Actie, of Regts-aantaal, is van verscheide soort, daar van andere uit de daad, en manier van instelling, is lijfstraflijk, andere onlijfstraflijk, daar van de gene uit misdaad, de dese uit gemene schuld voort komt, Anders Crimineel of Civijl, V. LEEUWEN, R.-Holl.-R. V, 12, 2 [1675]. De actie en proceduuren teegens de geene die sig aan Strandroveryen of het steelen van gestrande Goederen schuldig gemaakt souden moogen hebben, Gr. Placaatb. 6, 799 b [1726]. Alle Actien van Schaaden en Avaryen grosse aan Schepen en Goederen, Handv. v. Amst. 666 a [1744]. Actie tot handhaving in het bezit, ASSER-SCHOLTEN, Ned. Burg. Recht 27, 75 [1933]. De actie, waarmede men zijn zakelijk recht geldend maakt, en die dus ook tegen derden kan worden ingesteld, wordt zakelijke actie (actio in rem) genoemd; de actie tot bescherming van een persoonlijk recht, die dus slechts tegen den debiteur kan worden ingesteld, heet persoonlijke actie (actio in personam), DE BLÉCOURT, O. Vaderl. Recht5 136 ]1939].
Inzonderheid in toepassing op muntstukken, die van staatswege geslagen en in omloop gebracht worden. Het gehalte en de innerlijke waarde, of wel den koers er van, lager stellen, verminderen. || Het gelt moet met geen verscheide metalen ondermengelt worden; andersins ... komen 'er in den handel groote onorden en moeielikheden deur t' ontstaan; gelijk ook door 't opsteken en afzetten daar van, DE BRUNE, Jok en E. 14. En nademaal de Vorst zyne voorgemelde ... schattingen niet konde goedvinden te ontfangen tegen deze zoo hoog gesteigerde prys, zoo heeft hy de loop des gelds verandert en in dezer voegen vermindert: namelyk: 3 vieryzers op 5 stuivers, enz. ..., en zoo vervolgens alle het andere goud en zilver ... op 't allerlaagste afgezet, ALKEMADE, J. Fr.-Oorl. 233. De meesten verstonden wel, dat de munt behoorde afgezet te worden, doch men was ... van oordeel, dat zulks allengskens geschieden moest, WAGEN., Vad. Hist. 4, 261. Dit schielyk afzetten der munte bragt de landen meer nadeels toe, dan de voorige ... oorlogen, 4, 262. De graaflyke rentmeesters zogten ook hun beurs te maaken met dit afzetten der munte, Ald.
samenspannen; Aen-spannen met iemanden, addere se socium alicui, KIL.. Uit bitterheit van partyschap, voor 't aanspannen der burgherye met den Prinse, HOOFT, N. H. 264. Die van Alkmaar ... spanden aan met de Kennemers en Noord-Hollanders, ende quaamen in Mey 1492 op den avont voor Haarlem, V. HEEMSKERK, Arc. 268. De wrok ... deedt hem nu met Graave Dirk van Holland aanspannen, om enz., WAGEN. Vad. Hist., 2, 288.
bevorderingen Het bevorderen, resp. bevorderd-worden van personen tot een hoogeren rang. | Den joncksten hoop ick dat is op een goet spoor, hoewel ick liever hadde gesien hem hier geplant, daer de avancementen eens gemaeckt seecker sijn te duyren, N. V. REIGERSB., Br. 38. Alle avancements, tot de graad van capitain toe, moeten volgens ouderdom in gemeld regiment geschieden, 10, 971 [1787].
Ook: Keurboon, boon die bij eene verkiezing wordt gebruikt; || Keurboon, balotte ou ballotte, V. MOOCK. Vanouds zijn boonen gebruikt bij lotingen en stemmingen, evenals de χύαμος bij de Grieken (zie de eerstvolgende aanhaling). Vandaar de uitdrukking: Te boone gaan, voorheen bij de magistraatsbestelling in sommige steden gebruikelijk. Te Hoorn b. v. werden de keurmannen die de burgemeesters verkozen en de schepenen benoemden (voordroegen), bij loting aangewezen door en uit de daartoe gerechtigde boonluiden (80 a 90 der meest gegoede burgers), welke uit een zak of bus, waarin zeker getal witte en zwarte (elders: gouden) boonen waren, moesten trekken: wie eene zwarte boon trokken waren keurmannen. Zie VELIUS, Chron. v. Hoorn, 577—584 en verg. SCHOTEL, Oud-Holl. Huisg. 385 . Later zijn bij geheime stemmingen over personen de boonen gewoonlijk door balletjes enz. vervangen (ballotage).
Bekennen in den zin van Erkennen. Het als bnw. gebruikte verl. deelw. beteekent dan: erkend, niet aan twijfel onderhevig; lat. manifestus. Van zaken of bij qualitatieve persoonsnamen; thans verouderd. || Het meeste deel der vorsten ziende 's vyants hant en zegelring, die kunstigh nagebootst waren, hielden het verraet voor bekent (var.: waerachtigh), VONDEL 2, 356 . Wy neemen 't voor bekend. 't verraed is ons gebleecken, 2, 447 . Maarten Luther werdt, in dit Plakaat, voor een' bekenden Ketter verklaard, en in den Ryksban gedaan, WAGEN., Vad. Hist. 4, 426 .
bezit dat inkomen verschaft | Bij deze kleine of bijzondere geestelijke goederen behooren nog de Prebenden of andere Beneficiën, die tot bijzondere godsdienstige doeleinden waren bestemd, waarvan sommigen in onze tegenwoordige Leenen zijn overgegaan, Beneficiaalb. v. Friesl., Inl. 1. Misbruycken ende onordentelyckheden, op het stuck van deselvige Beneficie ofte Kercke goederen ingeslopen, 4, 897 a (aº. 1596)
bord; dus bordspelen.
Iemand leed doen ondervinden, hem kwellen, verdrukken, schade doen lijden enz. Thans verouderd. || Soo gy mijne dochteren beleedight, ende soo gy wijven neemt boven mijne dochteren, Gen. 31, 50 . Gy en sult geen weduwe nochte weese beleedigen, Exod. 22, 22 . De ... wraakgierigheit der geenen, die, onder Alva, ... verdreeven oft beleidight waaren, HOOFT, N. H. 429 . Zy smeten vast met schichten, en beledighden hunnen vyant van verre met schieten, VONDEL 5, 363 .
1x in deze hierna beschreven betekenis. Verder alleenvormen van bestaan (80x) met in en uit. WNT: Inzonderheid, en thans nog gewoon, in toepassing op bloedverwantschap. || Laet ons nu aenmercken hoe nae-by dat de ketters ... de boose geesten bestaen, DAVID, Doolh. 98 . Ende als de gene die hem bestonden, dit hoorden, gingen sy uyt om hem vast te houden, want sy seyden, Hy is buyten sijne sinnen, Marc. 3, 21 . Een ..., Die den Ruickhavren ... in bloedtvrundtschap nae bestaet, HOOFT, Ged. 1, 158 . Die van afkoomst u bestaen, 1, 270 . Gheen soone nae 't ghemoedt, Maer die my na den vleesch alleen bestaet, 2, 211 . Oomen ende moeyen ..., 't zy de selve de vader ofte moeder bestaen van volle ofte van half bloed, DE GROOT, Inl. II, 27, § 15 . Geenen ... die de overleden Coninck int minste sal hebben bestaen, of aengegaen, O.-I. e. W.-I. Voyag. 5, 41 c . Ik word ... 'er meer en meer grootsch op, dat hij mij zoo na bestaat, LOOSJES, Bronkh. 3, 185 . Zoo bestaan twee broeders elkander in den tweeden graad, ooms en neven in den derden enz., B. W., a. 349 .
In 't bijzonder. Bekrachtiging van eene verklaring, overeenkomst of bewering. || (Het verbond) het welcke Godt hier met Abram heeft gemaeckt tot bevestinge sijner voorgaender beloften, Gen. 15, Kantt. 31 . Een bevesting en uitbreiding der vryheeden, HOOFT, N. H. 156 . Tot bevesting van 't besprooken werden vier gyzelaars in handen der Fransoyzen gestelt, 276 . Tot meerder bevesting van mijn verclaren, HOOFT, Ged. 2, 286 . Belieft u hier van (t. w. van zekere stelling), Philothea, een bevestinge? POIRTERS, Mask. 46 . Dese ... sullen genoech zijn tot bevestinghe vande eerste getuyghenisse, DE WIT, Lev. v. S. Geertr. 1, 19.
Bevestiginge komt een keer voor in de van het 20x voorkomende bevestigen afgeleide antonieme betekenis van ontkennen.
verzekering bij schipbreuk | Boomerije, rectius Bodemrije. Foenus nauticum, usura maritima, nautica, traiecticia, reditus ex navibus, KIL. . — Bodemerie is geldleening waer van den uitleener 't gevaer loopt van de zee, DE GROOT, Inl. III, 11, § 2 . Bodemerije op Schepen; ... op Goederen, VERWER, Ned. Seerecht. 165 . Goederen, ... reets ter plaatze van haar aflaadinge of elders ten volle met Bodemaryen ... bezwaart, Handv. v. Amst., 2de Verv. 89 a (aº. 1756). De overeenkomst van bodemerij, W. v. Kooph. a. 570 . Alle bodemerijen, binnen dit Koningrijk aangegaan, a 571 . Indien eene bodemerij is gesloten onder verband van het schip enz., a. 575 .
Attributen van de slavernij. Metafoor voor verplichtingen die men aangaat met van bepaalde rechten afstand te doen. Citaten: deeze slavernie , en van deeze boejen; Zijn goude boejen min schadelik als ysere; aan die slaafse Republiken haare boejen te toonen; onse handen en voeten met yzere keetenen boejen; die ondraagelike boejen van handen en voeten te weeren ofte te schudden. Termen als slaafs, slavernij, ondragelijk, tirannie, keten, etc. horen tot hetzelfde, zeer belangrijke woordveld van de 'vrijheid'. De term vrij(heid) is met 240x voor een inhoudelijke term bijzonder frequent. Slaaf (17x) en tyran (22x) komen substantieel minder voor.
Zware pijl waarmede uit den kruisboog geschoten wordt. Spreekw. zegsw. Hij heeft den bout al in 't gat, „hy heeft het loot al in de billen, Il en tient, il en a dans l'aile” (MARIN ); zie ook HALBERTSMA 472 , BOEKENOOGEN 103 en HARREB. 1, 85 b . || 't Is te laet, sey de exter, en had den bout in 't lijf, CATS 1, 581 a .
Eene groep van personen, die zich tot dergelijke [=Een geheime opzet, eene intrige van een beperkt aantal personen, met onedele bedoelingen, hetzij om anderen te schaden of om elkaar aan eenig voordeel te helpen.] intriges aaneensluiten; kliek, côterie. || Isser iemandt die een neef van een Burgemeester is, die moet Scheepen worden ...; isser iemand van de minder cabale, dat de bequaemste sijn, die het sijn beurt ... soude sijn om Scheepen ... te sijn, die laat men sitten, in Bijdr. Hist. Gen. 18, 451 (aº. 1676). De cabale van den Primaat hout het met de polityke maxime van Cunctando, DOEDYNS, Merc. 1, 81. Het is een Princen vrind van d'Engelsche Cabaal; weg met dat Oproervolk, BERKHEY, Snerp. Hekelroede 35. Een ... memorie ..., die zodanig geheim wordt gehouden, dat niemand buiten de cabale zijnde, daar visie van kan krijgen, in Bijdr. Hist. Gen. 28, 128 (aº. 1771). Een heldendicht! waar is uw Mecenas? waar de cabaal die alles doet zwijgen, en het tot een misdaad maakt, indien men niet alles prijst? Wildsch. 1, 134. De Kabaal der ontevreden Studenten, had wel alle middelen in 't werk gesteld om hem te schaden, maar, zonder gevolg van eenig belang, IMMERZEEL, B. Knoopius 140.
karavanen
Onderscheidende rang, staat, positie, enz. Een thans nagenoeg verouderde, doch vroeger zeer gebruikelijke toepassing. a) Rang, staat, waardigheid, ambt, in staat, leger of kerk; officieele hoedanigheid (qualiteit), positie, titel. || Datte Heer Ian Ysbrantsz. mette Caracter van Ambassadeur wegens hare Ho: Mo: na Sweden soude komen, Holl. Merc. 1665, 63. Dat hy de Franse Minister noemde een Traiter, ... en onwaerdig de Caracter van een Bisschop Holl. Merc. 1668, 41. Den Ceremoniemr. ... ging ... vernemen met wat Caracter hy (t. w. Sir William Temple) quam, antwoorde, als Ambassadeur Ordinaris, Holl. Merc. 1668, 131. (Lastgeving, in 1618, om) in alle Criminele vonnissen de Character van zyn Hoogheit uit te drucken, VALENTIJN, O.-I. II, 1, 318 b. Een Leeraar (Geestelijke) ... mag ... over ... Staatzaaken spreeken; maar hy mag dit niet als Leeraar doen, en dit karakter geeft hem in dezen geene enz., Denker 1, 259. Het karakter, 't welk de ... Geestelykheid ... zig ... aanmaatigde, van namelyk Afgezanten Gods te zyn, 2, 141. Op de graven (van zekere aanzienlijke personen) pronken borden en steenen met hunne namen, karakters en sterfuuren, bij DE HAAN, Priangan 2, 550 (aº. 1759). Cf. fabel
Het gezamenlijk drijven van eene handels- of nijverheidsonderneming; eene handels- of nijverheidsonderneming door meerdere deelhebbers voor gezamenlijke rekening of voor rekening van meerdere aandeelhouders gedreven; maatschap; maatschappij. || Die t'samen staen in Compaignie van coopmanschap sijn een voor al gehouden voor de schulden vande compaignie, Cost. v. Antw. 2, 392 (aº. 1582). De Bewinthebbers vande West-Indische Compagnie, Gr. Placaatb. 1, 1653 (aº. 1654). Compagnie ofte gezelschap, is, als 2. 3. ende meer Koopluyden verdragh maecken, dat enz., COCK V. ENCHUYSEN, Cyfer-konst (aº. 1672), 287. Het maecken van Assocatiën of Compagnien, Gr. Placaatb. 4, 734 b (aº. 1699). Compagnien van Pachters, Ald. Compagnieën tot ontginning van mijnen, VISSERING, Herinn. 1, 142. Men wilde dan eene Compagnie stichten met een kapitaal van 200 à 300 millioen gulden, 1, 153.
| Concussie, of Knevelery, is een afpersing van schatting, of yets anders, onbehoorlijks by den Ampt-bedieners en Overheden, den gemene Luyden boven het geen sy schuldig zijn, afgeperst, V. LEEUWEN, Rooms-Holl.-Regt IV, 33, 8.
Comes stabuli regij apud Aimonem ..., id est, praepositus regalium equorum: magister equitum, tribunus celerum, KIL. — Het ambt van Konstabel, hoofdzakelijk bestaande in de verzorging van het grafelijk stalwezen, was eene erfelijke waardigheid der heeren van Boelaere en Harnes, DAVID, Hist. 4, 153. Als weergave van een ten tijde der aanh. nog bestaanden titel van een buitenlandsch hoogwaardigheidsbekleeder. || Die secrete Articulen, ghemaeckt metten Connestabel van Castilien, Gr. Placaatb. 1, 59 (aº. 1609).
ca 70x gebruikelijke passieve betekenis en actieve methodologische betekenis.
Benaming voor het bedrag dat oudtijds verschuldigd was voor het verkrijgen van een gewapend geleide te water; in den tijd der watergeuzen toegepast op het bedrag dat door koopvaarders betaald werd voor een door den Prins van Oranje verstrekt vrijgeleide, en vervolgens ook op de hiervoor in de plaats getreden belasting, die geleidelijk het karakter kreeg van een recht op in- en uitgaande goederen. || Seeckere generale Middelen, op d'inkomende ende uytgaende Koopmanschappen ... ofte Convoyen, volgende seecker Lijste daer van gemaeckt, Gr. Placaatb. 1, 2264 (aº. 1580). Den Collecteur vande Convoyen, 1, 2272 (aº. 1584). Plaetse daer Comptoir van Convoyen ghehouden wort, 1, 2276 (aº. 1586). Dat die butter, kees, enz. ..., uit deeze Landen gaende, in de Conuoyen niet hooger beswaert worden als andere goederen, uyte nabuirige ... Prouincien gaende, Friesch Placaatb. 4, 860 a (aº. 1594). De Staten-Generael van de Vereenichde Nederlanden ... Accorderen de supplianten tot vorderinge van haarlieder voorgenomen voyage op Oost-Indien ... den vrydom ende exemptie van het uytgaende convoy der goederen, bij DE JONGE, Opk. 1, 216 (aº. 1598). Wat bracker ... een bommel uyt as dat Schip bleef Wat wasser een goet dat inde Convoy niet an was ghegheven, Wester-Poorts Praatjen 3 (aº. 1618). Dat, de convoyen onlangs een derde part zijnde verhoocht, de revieren van deselve verhooging zijn geëximeert gebleven, J. DE WITT, Br. 1, 30.
een vergelijk treffen, tot een vergelijk komen, capituleeren („Voogden mogen dadingen, mids dat sy door den dading geen vast goed en vervremden”, DE GROOT, Inl. III, 4, § 3; „Men mag dadingen in recht ende buiten recht”, III, 4, § 6; „Zy (t. w. de Landvoogdes) antwoordde, brieven van den Koning ontfangen te hebben, die haar verbooden, met zyn onderdaanen ... te daadinghen”, HOOFT, N. H. 144; „Een Hopman en Vendrigh (treeden) uit, verzoekende te daadingen. Maar Farneeze liet hun aanzeggen, Dat de uur der genaade verstreeken was”, 1088; „De minnaer ... Bespiet waer hy het hart bestormen magh, Op hoop of zy het endtlijck op moght geven, En daedingen, behoudens lijf en leven”, VONDEL 7, 771)
misbuiken | Hy oordeelde dat als een oud wyf eenen jongman verleid om hare geile lusten te boeten, of als een bejaard manspersoon een jonge vrouwmensch die eene onnozele slechte duif is, debaucheert, (gelyk hy ons van die wederlei zaken dan verscheide gevallen verhaalde) zulke al zo erg en onverantwoordelyk is, als enz., De Wandelaars 2, 294 [1733]. Werdende ook vervolglijk alle officieren zoldaten en mattrosen op Rio de la Goa en aan boord bescheijden bij deese gelast en g' ordonneert, sig voorthaan te onthouden van alle debausches in den drank ofte vrouwen, Kaapse Plakkaatb. 2, 103 [1724].
Persoon die eene deur bewaakt of bewaart, deurwachter. In dezen zin verouderd.
wantrouwen
Zeker tegengif tegen dierlijke vergiften, inzonderheid tegen slangebeeten. Vervolgens ook in ruimer gebruik in toepassing op een geneesmiddel van krachtige of veelzijdige werking.
Eigenwerkend, zelfwerkend, automatisch; verouderd. || De eigenwerkende kragt der Longen, mitsgaders die van derzelver Klapvliezen en Vaten, BERKHEY, N. H. 3, 39. Te erkennen, dat 'er ... eene eigenwerkende eigenschap plaats heeft, in de afscheidinge der vogten, de Pisvaten, de Lever, wel byzonder ook in de Chylwording, BERKHEY, N. H. 3, 39.
uitstel
Persoon van een laag karakter; bedrieger; schurk; schavuit. || Der Fielten aert ... is (niet alleen) haer ingetogen Schellemeryen een yegelijck te verbergen, sonderst duysentmael op 't aerdichste aen te strijcken, op te toyen ende bemaskeren, BAARDT, Deugdensp. 6. Prinslijcke rabauwen, ... schudden, fielen, guits, bij 's wereldts ongeluck In heerschappij geraeckt, HOOFT, Ged. 1, 113. Hij ... luypten als een fiel bedeckt onder zyn hoedt, BREDERO 2, 74.
Vleien, naar den mond praten. In dezen zin nagenoeg niet meer in gebruik. || Het flatteeren, vleijen, schoon-spreken, en andere diergelijke veynsingen, STRUYS, Reys. 41. Uw voornemen om niemand te flatteren, of 't gemeen wat na de mond te praten, V. EFFEN, Spect. 2, 26.
vormen, scheppen, tot stand brengen. || Dat ... vele ... Ingesetenen hun vervorderen ... in Uytheemsche Compagnien ende voyagien te participeren, ende de selve met hun middelen te helpen formeren, Gr. Placaatb. 1, 680 (aº. 1633). Gelijk zy wel voor hadden een Eendrachtighe Kerke over heel Engelant te formeren, Holl. Merc. 1662, 49 a. Dry regimenten te voet, die geformeert stonden te worden, C. HUYGENS Jr., Journ. 1, 214.
Oploop, opstootje. In dit gebruik verouderd. || Vele in dese foele lieten haer ghecocht cooren metten zacken up de maerckt liggen, V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 1, 95. Zoo esser noch een veel meerder foule ghebuert up ... donderdach ..., ja alzulcx als noijnt binnen Ghendt ghezien es gheweest, 1, 99. Datter zeere groote ... foullen ende exactien gheschiet syn op het plat Landt door de Chrychslieden, Vl. Placcaertb. 2, 679 (aº. 1593); Zo omthalsde men te Brugghe ... J. de M. ..., metsghaders ooc L. van H. ende M.M. ..., omme haerlieder seditieuse foullen, voorleden outragien ende groote overlasten ofte vertassementen wille, DESPARS, Cron. v. Vl. 4, 148 [1592].
Met aandrang, nadrukkelijk, met aangehouden drang, aanhoudend. || Instantelijk, anhoudentlijk, geduuriglijk, volstandiglijk, KOERBACH, Bloemh. — Dat den fugijtiven ... corporael ... aenden coninck seer instantelijck versocht ... mede naer Engelant te mogen vertrecken, Daghreg. Bat. 3, 16. Ik bid u instantelijk, mijn vuurzucht niet te verwarren met de lafhartige vrees voor koude, die enz., HASEBROEK, W. en Dr. 121.
Een kooi voor vogels enz. (Käfig) a) Kooi van vlechtwerk uit teenen, van ijzerdraad enz.; traliekooi voor een vogel, voor vogels voor gevogelte. Citaten: en buiten de kevie in vryheid , blyheid te vinden; altijds in de kevie zullen moeten leven en sterven; de snelste Vogelen , langen tijd in een kevie opgesloten zijnde geweest; dus buiten der Vogelaars geweld en kevie blyvende; eeven als den Pagegaay in een goude kevie te asen ende op te voeden.
| Dat soo wie in't resumeren der processen ofte anders bevonden sal werden eenig versuym, agteloosheyt ofte maliversatie begaan te hebben, gecondemneert sal werden in een boete van vier rds., te appliceren ten behoeve van 't Lasarus huys deser stede, N.-I. Plakaatb. 3, 109 [1683]. Om ... de faulte, die by inadvertence oft malversatie van de rekeners sijn gecommitteert, te redresseren, in R.G.P. 41, 334 [1582]. Om zoo de Officieren, als Gaerders of Collecteurs, Assistenten of derzelver Bedienden te houden tot hunn' plicht, zullen derzelver faulten in cas van nalatigheit, ontrouw of malversatie in het stuk van de Gemeene Middelen, niet anders komen te verjaren ..., dan alleen volgens de beschreve rechten, Ned. Jaerb. 1749, 876.
16x maxime (goede, vaste, politieke, geleerde maxim(en)), stelregel, beginsel. Aanwysing der heilsame politike Gronden en Maximen van de Republike van Holland en West-Vriesland, Titel van een werk van P. DE LA COURT (aº. 1669). Dat de ware eerzugt verpligt is de agting ... van de verstandigsten ... te bedoelen. Dit is al mede een heerlyke maxime, wel waardig enz., V. EFFEN, Spect. 12, 101. Moet men zich dan altoos door valsche maximes laaten bestieren? Leev. 1, 110. De synonieme term sententie komt 11x voor maar op twee keer na in deze betekenis in een doublet met spreekwoord altijd in de juridische betekenis van 'oordeel, vonnis.' Het begrip 'maxime' heeft een centale plaast in de methode van De la Court, die daarin overeenkomt met P.C. Hooft Henrik de Grote. Zijn staatkunde is wel op te vatten als een verzameling sententies of maximen waarin zijn politieke wijsheid is vastgelegd en wordt toegepast op de praktijk. Bronnen als Tacitus, Machiavelli Hobbes en Cats structureren die theoretisch niveau. Net als Hooft laat hij zich door het naturalistische neoaristotelisme van Burgersdijk inspireren (Cf Hans W. Blom, Morality and causality in politics, diss.1995, p.67sqq).
Argeloos. Niet bedacht, aan zijne zaken of handelingen en de gevolgen daaruit voortvloeiende niet of te weinig denkende, er de noodige opmerkzaamheid niet aan bestedende; onnadenkend, onbezonnen, onvoorzichtig. || Een schoone spiegel voor onbedaghte vrouspersoonen, die op zoo een slechte kaart als de loftenis of eed van een minnaar, heur eere wagen, DE BRUNE, Wetst. 2, 12. Het is nauwelyks te gelooven dat, na de schrikkelyke les die zy gekregen hadden, de Saksers nog onbedacht genoeg konden zyn om de gramschap van hunnen overwinnaer op nieuw te tergen, DAVID, Hist. 3, 166. Ongelukkige, die ik ben, dat ik zoo onbedacht konde wezen, hen die beurs af te staan! Mevr. BOSB.-TOUSS. 1, 205 a. Eigenlijk is de voorkeur van het volk op mij gevallen, als de liefde van een onbedacht jongeling op een jong meisje, 1, 226 b. Op onbedachte wijze, op eene wijze die van onnadenkendheid en gebrek aan behoorlijke opmerkzaamheid getuigt. || Doet men los, onbedacht een slechte keuze; trouwt men uit oppervlakkig behaagen; ... hoe deerelijk moeten dan voor ons de gevolgen zijn! Wildsch. 3, 126.
onopgemerkt, incognito: Onbekend reizen, onder een aangenomen naam, met verzwijging zijner hooge titels, reizen. In NoordNederland weinig gebruikelijk; men zegt daar veelal: incognito reizen. || De Koning reisde onbekend, onder den naam van Graaf van B.
Hij die iemands partij houdt, hem aanhangt en steunt. || De crijch, die t' (t. w. Holland) garen sach geblust Als partigiaen van Godt, en de gemene reden, HOOFT, Ged. 1, 32.
Van veeren berooven. 1) Eigenlijk, van vogels: hun de veeren uittrekken, ze kaalplukken. In N.-Nederl. thans slechts gewestelijk (in Zeeland en Brabant; zie DEK, Kruin. Dial. en HOEUFFT, Bred. T. 467) bekend, doch in Vl. België algemeen. || Pluimen, de veêren uittrekken, HALMA. — En gelijck de gans ghepluymt wert, zonder schreeuwen, zoo en voelt een dick-vel den elssen niet, DE BRUNE, Bank. 1, 67.
Staatkundige, politicus. || Dat de Francen den tarmyn voor d'arbiters ... over de limitscheydingen van de Spaensche Nederlanden voor een jaer hebben geprolongeert, doet hier de politicquen veel achterdocht hebben, dat het enz., V. D. GOES, Briefw. 2, 183. Dat hy ook een goed politycq geweest is, moet men daar uit afnemen, dat by zyn tyd de eerste Landraad ingesteld is, VALENTIJN, O.-I. II, 2, 38 a. Allefyne Polityken haaten de nieuwigheden in materie van Religie als de pest, om dat dezelve altydt ontroering en opschudding geven, DOEDYNS, Merc. 1, 595 (zie ook 1, 183; 1, 251; 1, 372). Chrispyn heeft gaven, die jy niet en weet. 't Is een goet Politiek, en een uytmuntent Poëet, V. HALMAEL 17, 37. Erkennende hem wel voor een goed officier, maer geensints voor soo een politicq, V. HARDENBROEK, Gedenkschr. 3, 423.
Prævaricatio, slimme-gange; als iemand aan twee sijde dient; overtreeding, KOERBAGH, Wdb. Regten 188 [1664].
Schurftig, zeer. Tegenwoordig alleen nog in gewest. volkstaal. || Rappich. Rongneux, galleux. Scabiosus, scaber, scabrosus, PLANT. [1573]. — Het zijn duckdalvens knechten, Ruydich, rappich en zeer, Geuzenliedb. 1, 194 a [1573]. Die daer veel af eten (van mais), ende niet gewent en zijn deur den smaeck die sy daer in vinden, pleghen rappich ende met schorftheyt gequelt te worden, O.-I. e. W.-I. Voyag. 5, 48 b [1602]. Ruidighe of rappighe schapen, DE GROOT, Inl. III, 28, § 5 [1631]. Een ... slag van schoojers ..., die met ... opgeplakte roven en zweren, zich over haar heele lijf rappig en schurft toe maken, OUDAAN, Agrippa 275 [1661].
Zijn gedachten ordenen, logisch denken, redeneeren (in den geest). Veroud. || Wat is Redenkavelen? Met ghoede redene de omstandigheid des dings overlegghen ende weghen: zó zeydmen, die man kan wel zyn ty-kavelen: óóck, hy kan wel reenkavelen ende eerkavelen, Kort Begr. 2, 17 [1585]. SPIEGHEL 25 [± 1610]; — De kunst van (wel te) redekavelen, een puristische omschrijving voor dialectica of voor logica. || Logica, ofte Dialectica, dewelcke is een konst van wel te reden-kavelen, DU BOYS, Schadelickh. d. Cartes. Philos. 6 [1656]. Hy (Vondel) (liet) zich door Daniel de Breen, een geleerdt jongeling, in de Logica of kunst van redenkavelen ... onderwyzen, BRANDT, Lev. v. Vondel 25 [1682].
Redeneerkunde, dialectiek. || Leert ... Door Redenkaveling vaste bewijsredenen stellen, Tweespr. 9 [1584]. Ruygh-bewerp vande Redenkaveling ófte Nederduytsche Dialectike: Dewelcke is een Rechtsnoer, om van alle dingen bewyslick ende onderscheydlick te spreken ...; uytghegheven by de Kamer In liefd bloeyende t'Amstelredam, Titel [1585]. Wat is Redenkaveling (dialectica)? Van elck voorghesteld ding met ghoede redene, bewyslyck, grondlyck ende eyghentlyck te konnen spreken ende handelen, Kort Begr. 2, 17 [1585]. Welck zyn de delen van Redenkaveling? Die zyn twee, als Vinding ende Oordeel, Ald. De Redenkaveling leert alleenlyck het middel ende een goed beleed van Vinding, ofte Bedencking; maar de kundschap (kennis) der dingen, moet uyt de ervarenheid komen, 2, 151. Weest in u reenberaad ... Heel lang-zaam .... en voeld ghy reenkunds onvermogen? Het baar' u oordeel-schruem. rust tot ghy zeker weet .... Dat's redenkavlings ampt, die stiert beradings waghe, SPIEGHEL 25 [± 1610]. BREDERO 3, 147 [1620].
reguleren: Leiden, regeeren, beheerschen; ordelijk doen zijn of verloopen, ordenen, regelmatig maken. Eigenlijk als gevolg daarvan dat men het betreffende aan een regel of regels onderwerpt of bindt. Ook wel in techn. of wetenschappelijke toepassing als syn. van het hiervoor meer gebruikelijke regelen (in de bet. 5). || Hoe souden zy een ghemeynte wel regeren, Die haer eyghen leven qualijck reguleren? A. BIJNS 431 [± 1540]. Daaromme heeft men t'allen tijden in alle wel gereguleerde rijcken en respublycken op het muntweesen en d'evaluatie van het geldt seer stricte ordres beraamt, PHOONSEN, in Econ.-Hist. Jaarb. 7, 26 [1677].
resolveren: Beslissen, besluiten. Veroud. | Omme op de voorschreven saken ... by de meeste stemmen in manieren voorsz gedelibereert, ende gheresolveert te worden, Gr. Placaetb. 1, 14 [1579]. Onsen seer Eerw. P. Provinciael die van alles onder-richt, hier op terstondt niet en heeft gheresolveert, maer een uytstel genomen van eenighe weken, SURIUS, Pelgrim 12 [1653]. S. H. hadde aen haer (het Engelsche Parlement) een brief geschreven, haer versoeckende te willen met eenparigheit resolveren omtrent de vaststellinge vande Regeringhe, C. HUYGENS Jr., Journ. 1, 72 [1689].
kaatsen.
De maag van visschen, vischmaag. || Daar was een kabbeljauw gevangen, en zyn rob wel hondert duizent gulden waardt, HOOFT, N. H. 337. Bij vergelijking voor de (gulzige) maag van menschen. || Daer komt hy (Goliath) aengetreen, dien onbeschoften hop-sack, Die wel een man als my gevoeglick in sijn rob stack, V. DORP, Sticht. Ged. 296 (David spreekt).
Hoerenwaard, bordeelhouder, koppelaar. || Roffiaen, ruffiaen. Leno, productor, stupri arbiter, aquariolus. vulgò ruffianus, KIL. — Roffiaens, bancboeven, jae rechte kerckdieven ..., Dese hoortmen de scriftuere preken In schepen, op waghenen, in Caboretten, A. BIJNS 161. Hoeren, roffiaens, ghelt ghierich, V. GHISTELE, Terent. IX. Een vrouwe die Sannio de roffiaen in zijn behout hadde, V. GHISTELE, Terent. Adelph. I. Zij gheven hem den name den roffiaen En zijn huus, der hoeren huus, bij V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 1, 278. Coppelaers, Roffianen ende Bordeelbrocken, MARNIX, Byenc. 6, 6 (bl. 249 b).
provisiekast, etenskast, broodkast. || Vouwt het ammeloocken met meynen Servyet, En legget op 't schrappra, BREDERO 2, 185. Terwijl de burgeryen ... kelder en schappra, met opgepropten schoot, Bezorgen, als de mier haer hol, voor hongersnoot, VONDEL 6, 665. De schappraey was ydel, daer en was t'eten noch te breken, POIRTERS, Mask. 303.
een schof voor (tegen) iets schieten (schuiven), den voortgang er van beletten. || Dat de Misse ... rechtveerdigh maeckt, ende verdiene vergevenisse van schult ende pijne oock den onrechtveerdigen, voor wie dien toegheschickt wordt, indien sy gheen schof daer tegen en schuyven, Hist. v. Corn. Adr. 1, 151. Die hoer mackers lange tijt Zijn geweest en bleven quijt, So dees nieuwe Kerck-piloten Daer bij tijts geen schof voor schoten, HONDIUS, Moufe-schans 386.
Onteeren. || Schoffieren. ... Afficere ignominia, inferre labem, infamiam, ignominiam, KIL. — A., die ... zijn stiefmoeders bedde derf schoffeeren, VONDEL 5, 352. Zoo wierd uw Vader zelf door zulk een eer geëert; En niet, gelyk men durft verzieren, geschoffeert, OUDAAN, Poëzy 2, 169. Tarquijn, die met gewelt myn huwlyxbedt schoffeerde, VOLLENHOVE, Poëzy 626. Inzonderheid met een vrouw tot voorwerp: verkrachten. Alleen in dezen zin nog wel in gebruik. || Maechden zij uut haer Cloosters te veel steden dreven, Die zijn geschoffiert, A. BIJNS, Ref. 288. Uyt ontzich ende vreese haer vrouwen, dochteren off maechden te sien schoffieren, vercrachten ende van haer eer stellen, in Bijdr. Hist. Gen. 26, 138 (aº. 1577). Rooven, plunderen, schoffieren, branden, moorden en allerley onheyl nemen alsdan (in tijd van oorlog) de overhandt, SPRANKHUISEN 1, 122 b. Den veldheer ..., Die ... Een leemtigh schuym, een handvol overschots (sagh) Verkrachten en schoffieren, met veel spots, VONDEL 3, 129.
Iemand van den troon enz. schoppen. Thans niet meer in gebruik. || Van den troon schoppen, To Dethrone, SEWEL. — Indienghe nu uw bloed (bloedverwant) geschopt saeght van het kussen ..., Ghy soud enz., VONDEL 3, 74. G. P. ..., die t' Uitrecht ter regeering ingedrongen zynde veel onrust broude, en daer na ... uit zyn onwettig bewindt geschopt ... wierdt, BRANDT, De Groot 212. Een nieuw oorlogs-vuur begon in Ternate. Men schopte daar den jongen Koning van zynen throon, VALENTIJN, O.-I. II, 2, 165 b. Men heeft bevonden, dat zy (de Aarde) geen regt tot die plaats van eer hadt; zy is, als 't ware, van den throon geschopt, Denker 1, 155.
Vroeger zeer verbreide gewestelijke vorm naast Schuwen. Vreezen, duchten, bang zijn voor. || Zoo gheloove ... dat ic Aeneas heyr ... Vromelijc wederstaen zal ...; Ic zal d'eerste weyre bieden, en niemanden schouwen, V. GHISTELE, Virg. Aen. 228. De Oost-Indies vaerders schouwen dese stilte oock seer om boven het Rif van Bresilien te comen, O.-I. e. W.-I. Voyag. 5, 3 c. Opdat sy ... de offencie, die soude moghen vallen, wenigher schouwen, V. D. GOES, Briefw. 2, 349. Zy staan zo vast op deeze voorbepalinge van God, dat ze de besmettelijkheden in t'minste niet schouwen, DE BRUYN, Reizen 1, 69 a.
WNT sv. lot: Belasting. Bijna altijd samen genoemd met schot. Behalve als historische term, thans alleen nog in de staande uitdrukking schot en lot betalen voor: zijn burgerplicht vervullen, burger zijn. — Ook het Eng. kent schot and lot. || Goeden daer af schot oft lot gheloeft is, Placc. v. Brab. 2, 12 a (aº. 1497). Dyckghelt, waterghelt, sluysghelt, schot, loth, bede, ruyterghelt, oft eenighen anderen lasten, 2, 18 a (aº. 1554). Ende angaende die landen gheldende waterijnghe, schot ofte lot, die zullen vermaect ende gherepareert worden ten ghemeenen coste van der waterijnghe, Vl. Placcaertb. 1, 440 (aº. 1556). Alle persoonen jaer ende dach woonste houdende binnen de voorseyde stede of paelen ende vryhede van diere, schot ende lot aldaer betaelende, vercryghen daerby de poorterye, Cost. v. Brugge 1, 22 (aº. 1619). Dat teghens d'Overheên ick 't volleck op wil ruyen, Om tol en schot en lot te weygren aen den heer, VONDEL 3, 61.
z.maxim
geluk, gunstige gelegenheid. Scheepvaartterm: Door een slagboeg (wort) verstaen de windt die in 't wenden of voortzeilen van 't schip zig gunstig of ongunstig draeit; dus kanmen de slagboeg mee of tegen hebben. Een vliegend veltheer laet geen tijt noch kans verloren, Maer vaert al voort en voort, neemt elcken slaghboegh waer. De auteur gebruikt in de beginzin van de voorrede om zijn bedoeling duidelijk te maken, twee zinnen met scheepvaarttermen die verder niet voorkomen: "Waarelik een goet Stierman, geneegen weezende zijn voorgenome Kust seekerlik <veilig> te bezeilen, moet uit vreese van aan lager wal te geraken, alle Slag-boegen waarneemen, zonder eenige de minste wind oover te geeven <te laten schieten>." <Wind overgeven, wind verliezen, t. w. als men lager zeilt dan men genoodzaakt is of door den wind gedwongen wordt (WITSEN, Scheepsb. 515). Geen wind overgeven, bij den wind zeilende, van elke voor den koers gunstige verandering der richting van den wind dadelijk een nuttig gebruik maken om wat hooger te sturen.>. De eerste zin is een metafoor voor de manier waarop een auteur als een stuurman scherp aan de wind moet zeilen om zijn doel te bereiken. In de tweede zin ("hun ook kan strekken een helschijnend baaken, om in deeze zee der Regeeringe, alle de aangeweese droogten, [sanden] klippen en stranden te vermyden.") zijn de droogten en sanden de klippen waarop het schip van staat kan stranden wanneer het niet goed bestuurd wordt.
Zich verborgen houden; sluipen. In dezen zin niet meer in gebruik. || Tsou al wel zijn, coestmen voor my die duere gheluycken Al moet ick somtijts smuyken en zijn int duystere, Antw. Sp., Haagsp. o iiij vº. So die violetkens met groene struycken Ootmoedich duycken voor swinters stuycken Moet ionste hier smuycken in liefs accoort, C. V. RIJSSELE, Spieg. d. M. 248.
snoer: band; de uitdrukking iemand aan zijn snoer krijgen, -hem onder zijn invloed, op zijn hand, in zijn macht, tot zijn dienst, in zijn omgeving krijgen- komt vijf keer voor en wordt bij uitstek gebruikt voor steun en invloed winnen bij medestanders. Citaten: t gemeen [ 484 ] volk aan sijn snoer kreeg , en triumpheerde in den jare; ende aan zijn snoer weet te krijgen; Waarom hy aan zijn snoer maakte te krygen eenige Weesmeesters; om veele ingezeetenen aan zijn snoer op zijn hand te krijgen; aansienelikste Burgers zoodanig aan zijn snoer kreeg.
Samenleving, maatschappij. In dezen zin niet meer in gebruik. || Overigens werkt het voorbeeld des Konings op alle standen der societeit, FALCK, Br. 128.
Door de strop druipen: door 't breeken van de strop de galg ontkomen.
bewering. Juristentaal. || Soo langh als den Vyandt by sijne onredelijcke Sustenue ende pretentien op het Quartier ende Meyerye van 's Hertogen-Bosch sal blijven persisteren, Gr. Placaatb. 1, 253 (aº. 1636). Ik blijve bij mijn aanvankelijk sustenue, dat de koninklijke invloed en gezag, door een populair man bestierd, op den duur wel opgewassen is tegen de magt der aristokratie, FALCK, Br. 274.
I) Als term voor een rechtsk., administratieve handeling. 1) (Den eigendom, het beschikkings- of gebruiksrecht van iets) gerechtelijk overdragen. || Transporteren, ouerdraghen oft opdraghen, V. D. WERVE Mirº [1553]. Transporteren ende in eenen coop ouergheuen. Transcribere, KIL. [1574]. Transporteeren, Woord der Regtsgeleerdheid. zie Overdraagen, HALMA [1729]. Transporteeren: overbrengen, overdragen. In handelstaal: vaste goederen ... of aand., die op naam staan, op den kooper laten overschrijven, HAGERS, Handelslex. [1910].
Hij die goederen (of ook ter verkooping aangeboden slaven) aanprijst en/of verkoopt (bij opbod). Vgl. ROEPER, 2, b). || Wtroeper, Vendeur au plus offrant, SASBOUT [1576]. MELLEMA [1618]. HOEUFFT [1836]. — Daer zijn sekere uytroepers vande stadt daer toe geordoneert, die alle dinghen veijl hebben ende uyt-roepen. Dese gaen altoos gheduerende den tijdt vande Leylon ofte uyt-roep behanghen vol allerhande Goude Ketenen, allerley costelijcke Juweelen ...; Desgelijcks hebben zy rondom haer loopen ... Mannen en Vrouwen ..., diemen daer daghelijcks vercoopt, ghelijck men by ons die beesten, V. LINSCHOTEN, Itiner. 42 a (ed. 1596). De Babyloniers en Assyriers hadden voor een bezondere gewoonte, dat zy de dochters, die huwbaar waren, op de Markt by malkander brachten, en, terwijl de menighte der mannen daar rontom stont, yder door een uit-roeper op prijs deden zetten, DE BRUNE, Wetst. 2, 156 [c. 1648].
terugvordering, terugeising (jur.).
Van of m. betr. t. wat zich aan het bewustzijn of de ervaring voordoet: minder voelbaar of intens maken of worden, verzwakken. (Satan) biet haer (de Christenen) aen eenen gouden kop, vol van alle bedenckelijcke vermakelijckheden, om daer mede hare Conscientien te verdooven, en de onrust van dien te begraven in een vleeschelijcke Dronckenschap, SPRANKHUISEN 6, 8 a [1649].
verzinnen
In een bijz. opvatting van jachtvogels: vliegend jacht maken (op —). Vgl. bet. VI). || Voler. Terme de Fauconnier. Vliegen, na vliegen. Les faucons volent la corneille & le héron. De valcken vliegen na de kray en na den reyger, Dict. Fr. et Fl. [1707]. — De Moskovische Keizers hebben Arenden, die op Hinden, Vossen, enz. vliegen, gelyk de Valken hier op de Reigers, DOEDYNS, Merc. 1, 61 [1697].
Het vermogen om vooruit te zien en op grond daarvan de vereischte voorzorgen te nemen; vooruitziendheid (met voorzorg gepaard gaande). Veroud. Practische wijsheid, inz. als eigenschap of vermogen van vorsten, bestuurders, leiders, regeerders e.d.| De voorsichticheyt ende het goet geluck moeten die gene geleyden die andere te regeren hebben, V. ZUYLEN V. N., Plut. 542 b [1603].
Van mannen: naar de vrouwen, m.n. naar de hoeren loopen, hoereeren; ontuchtig, zedeloos leven; ontucht bedrijven. Veroud. || HANNOT-V. HOOGSTR. [1704 ®]. Vrouweeren, To hunt after women, SEWEL [1766]. Vrouweeren, by vrouwen loopen, onkuisch leven, MEYER, Woordenschat [1805]. — Wat si (jonge zeelui) in die Bordeelen ende inde Tauernen hebben bedreuen met vloecken, kijuen ... en vrouweren, drincken ende Sweren, Leeskaartboek v. Wisbuy 7 [1566]. Gevraecht nae den pastoir van Z., seyde die spraecke ende fame te zijn, dattet een ruych geselle is, die als een werlyck man gaet, dicwils in de herbergen sidt ende vrouweert, die op zyne missen ende dienst niet veel en past enz., Versl. Kerkvisit. 199 [1570]. Wy verstaen, datter eenige ... haer schandelijck met vrouweren ende droncken drincken te buyten gaen, COEN, Besch. 2, 509 [1619]. Veel stondt hy ... uit, aan 't flerezijn, een' quaal geërft van zijn' voorouders, voor zóó veel zy niet verzwaart was door overdaadigh vrouweeren, HOOFT, Rampz. 8 [1638]. Niet-tegen-staende zy (zekere "priesters") gene vrouwen hebben, zoo zijn evenwel tot het vrouweren der wijze geneigt, dat zy niet, dan door de zwaerste straffen van het verkeeren met licht vrouvolk af te houden zijn, DAPPER, Beschr. Sina 124 a [1670]. Als gy u bloet verquist, met al te veel vrouweren .... Als gy door dit, en meer, allengs een siekte gaart; Komt dat dan all van Godt? V. RUSTING 2, 3, 195 [1698]. Geheel ook is hy gezet op vrouweren, vierende hier in aen zyne lusten den vollen toom, DE BRUYN, Reizen 2, 164 a [1714].
Eeltige knobbel of gezwel, bij runderen en paarden inz. voorkomend aan de voorpooten. Vgl. verder hieronder wengezwel en gelijkbet. legger in de bet. K, 1). || Wen aen den enkel van een peêrd. Molette, BENAU, Ned. en Fr. Wdb. [1809]. Wen. Aanwas, hard gezwel, onpijnlijke knobbel. Koeijen hebben soms groote wennen aan de pooten, Nav. 8, 345 a [1858].